nederland

Wie is Henne Schuwer, de nieuwe ambassadeur in Washington?

Door Jelte Wiersma - 23 juli 2015

Na dertien jaar Brussel wordt Henne Schuwer (62) ambassadeur in Washington, de meest prestigieuze post van de diplomatieke dienst.

Een baard, een buik en boomlang. Henne Schuwer is op recepties nauwelijks over het hoofd te zien tussen zijn glad­geschoren en geparfumeerde collega’s van het Brusselse corps diplomatique. Van dassen houdt hij ook al niet.

‘Ik was in Iran en daar liepen mijn Iraanse collega’s in lokale kleren zonder das. Ik zei tegen een van hen dat ik daar jaloers op was. Maar hij was jaloers op mij. Hij zei: “Ik heb 500 dassen en trek na het werk thuis een pak en een das aan.”‘ Excentriek? Henne Schuwer kan het maken.

Dertien jaar onafgebroken in Brussel – op de Nederlandse vertegenwoordiging bij de Europese Unie, bij de NAVO en als ambassadeur bij de Koning der Belgen – hebben hem een uitzonderlijke status opgeleverd. Collega-ambassadeurs bellen hem als ze iets willen weten.

Mede daardoor heeft hij een van de meest prestigieuze diplomatieke posten toegewezen gekregen: vanaf half augustus is hij de Nederlandse ambassadeur in de Amerikaanse hoofdstad Washington.

Veiligheid

In het Brusselse restaurant Park Side neemt hij tijdens de lunch een voorschot op de oversteek.

Le Park Side-burger, s’il vous plaît,’ krijgt de ober te horen. Even proeven van het land waar hij twee keer eerder diende: tijdens het staartje van de Koude Oorlog (1988-1991) op het consulaat-generaal in Los Angeles en van 1997 en 2002 op de ambassade in Washington.

Juist toen Amerika werd getroffen door de aanslagen van 11 september 2001. Sindsdien is de wereld veranderd, en dat brengt Schuwer op een van zijn belangrijkste opdrachten: de Nederlandse veiligheid waarborgen.

‘Amerika is de hoeksteen van de NAVO en daarmee van onze veiligheid. Ik heb een aantal jaren bij de NAVO rondgelopen [als chef kabinet van secretaris-generaal Jaap de Hoop Scheffer] en een van mijn zorgen is dat er in de VS een nieuwe generatie aan de macht is voor wie de trans-Atlantische band niet meer vanzelf spreekt.

‘Voor de generatie daarvoor, die óf zelf in Europa was geweest, óf wier vaders hadden gevochten voor de bevrijding van Europa: ja, voor hen hoorde dat erbij. Dat is steeds minder het geval.’

‘Ik had een tante in Springfield, Ohio. In haar straat is niemand ooit in Europa geweest. En hun Congresleden en Senatoren soms ook niet. Dan moet je niet aankloppen en zeggen: wilt u nog even dat en dat doen voor Europa want we voelen ons onveilig. Dan zeggen zij, niet geheel ten onrechte: het wordt tijd dat je je eigen broek ophoudt.

‘We zijn nog steeds gezegend met een grote militaire aanwezigheid van de Verenigde Staten in Europa. Er is best een verhaal te houden waarom de Amerikanen geïnvolveerd moeten blijven in Europa. Maar dat verhaal moet wel worden verteld.’

Sterkste stem

Amerika heeft bondgenoten nodig. Zeker sinds Rusland en China zich nadrukkelijk manifesteren, worden westerse landen weer in elkaars armen gedreven. ‘Grote internationale organisatie zoals de Verenigde Naties, de Europese Unie, de NAVO en de Wereldbank zijn allemaal in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog ontstaan en gesticht door ons – de overwinnaars van de oorlog.

‘Nu, zestig, zeventig jaar later, moeten we ons afvragen of de verdeling die we toen hebben gemaakt, nog houdbaar is. Iedereen kent het antwoord: nee. De wereld ziet er niet meer zo uit als in 1950. Landen zoals India en Nigeria willen een stem in de wereldpolitiek.’

Om desondanks de sterkste stem te blijven, kunnen westerse landen niet anders dan samenwerken. Dat begint al klein, bilateraal. Zo dreigden Nederland en België in 2012 beide hun zetel in het bestuur van het IMF te verliezen aan opkomende landen. Door samen te werken, behielden beide landen een zetel, die ze bij toerbeurt bezetten.

Dit is volgens Schuwer de weg voor de Nederland en België om op het wereldtoneel een rol te kunnen blijven spelen. Samen optrekken, politiek en economisch.’

Slachtoffer

‘Er is een soort mythe dat Belgen en Nederlanders ontzettend ver van elkaar afstaan, cultureel zeer verschillend zijn en dat samenwerken daarom nooit zal lukken. Het verbaasde me dat op het moment dat Albert Heijn en Delhaize met elkaar gingen praten, alle registers werden opengetrokken over in hoeverre wij cultureel verschillen.

‘We moeten die 5 tot 10 procent onderkennen waar we niet gelijk zijn en daarmee rekening houden. Maar als je dat doet, is er volgens mij een fantastische samenwerking mogelijk. Dit is een van mijn strijdpunten geweest. We hebben een enorm voordeel: nergens anders ter wereld spreken ze onze taal.

‘We hebben de keus: in Benelux-verband samengaan en daardoor een entiteit worden die een Europese of zelfs een wereldspeler wordt. Of dat niet doen en het risico lopen dat je slachtoffer wordt van een Duitse of Franse overname, of van een overname van nog verder weg.

‘Ik zou zeggen: kijk of je een Belgische partner kunt vinden, zodat je de tent in eigen hand houdt. Met KPN en Proximus, op energiegebied. Als je dat niet doet, word je opgegeten door een Duits, Brits of Frans bedrijf. Daar ben ik van overtuigd. Was de overname van de Hoogovens door British Steel nou zo’n succes? Of Fortis, is dat goed afgelopen? Nee.’

Impact

Fortis – de naam is gevallen. De bank die samen met RBS en Santander ABN AMRO kocht en opknipte, ging tijdens de kredietcrisis in 2008 failliet. Het Nederlandse deel van ABN AMRO en Fortis werd gered door de Nederlandse staat, het Belgische deel gekocht door het Franse BNP Paribas. Wat Shell is voor Nederland, was Fortis voor België. En plots bestond het niet meer.

De triomferende houding van Wouter Bos (PvdA), minister van Financiën, heeft de verhoudingen met België verziekt.

‘Wij hebben veel te laat beseft wat voor enorme impact het Fortis-debacle in België heeft gehad. De gewone Belg heeft verlies geleden. Tegen die achtergrond werken we nu.’

Sinds 2011 bestaat er wel een Vlaams-­Nederlandse handelssamenwerking. Die leidde tot een gezamenlijke missie naar Houston, Texas.

‘Wat ik opvallend vond, was dat tijdens die missie veel CEO’s uit de petrochemische sector meegingen. Die leerden elkaar pas in het vliegtuig kennen. Dan denk ik: oh god, je zit in dezelfde bedrijfstak, zit niet meer dan 50 of 100 kilometer van elkaar, spreekt dezelfde taal en hebt elkaar nog nooit gezien. Er is nog een hoop werk te doen.’

Ook al zijn Nederland en België op één na elkaars belangrijkste handelspartner,  samenwerken blijkt moeilijk. ‘Wij zijn groter dan de Belgen. Dan is de vraag of je die grootte terug wilt zien in het belang dat je in een fusiebedrijf hebt. Wij hebben nog wel eens de neiging om te zeggen: ja, dat willen we zien.

‘Wij zijn groter, dus wij willen meer aandelen, de voorzitter van de raad van bestuur moet een Nederlander zijn. Het bedrijf moet worden gevestigd in Nederland et cetera. Maar met de zetel in het IMF-bestuur lukte het alleen omdat de Nederlanders zeiden: “Wij zijn gelijk.” Belgen en Nederlanders zijn gelijk!’

Dagtaak

Behalve voor grote bedrijven ziet hij kansen voor het Nederlandse midden- en kleinbedrijf in België. ‘Wij hebben daar een portaal voor. Kom maar langs. België is een ideaal land voor bedrijven die willen beginnen met export. We spreken dezelfde taal en het is twee uur rijden. Dus kom in hemelsnaam hier voordat je naar Sjanghai gaat.’

Hij is van België gaan houden. Vooral van Brussel, waar hij in 37 jaar diplomatieke dienst zeventien jaar werkte. Schuwer zag de diplomatieke wereld veranderen. ‘Vroeger werd uitgebreid geluncht – met een fles wijn. En als je een stevige drinker tegenover je had, ook nog iets sterks na. Dat is voorbij. Je moet de volgende ochtend toch weer door.’

Brussel telt zo’n 150 nationale ambassades, en dat aantal loopt maar op. ‘Al die landen hebben een nationale feestdag. Daar ga ik nooit naartoe. Anders heb je er een dagtaak aan. Ik krijg per week vijftien tot twintig uitnodigingen. Waarvan ik heel veel moet afwijzen of doorsturen naar andere mensen van de ambassade. Ik ben daarin wel een beetje een uitzondering. Maar anders is het elke avond bal. En als ik pech heb, is er na een receptie een diner.

‘Ik ben niet een enorme fan van recepties. Ik krijg altijd last van mijn voeten – van die zwarte rotschoenen. Je ziet heel veel mensen, maar je komt nauwelijks tot een gesprek. Bovendien: er staan heel veel mensen omheen, dus je kunt niet vertrouwelijk praten. Een receptie bezoek je eigenlijk alleen maar om contact te leggen. Daarmee ben je heel snel klaar. Als ik echt iets wil bespreken, doe ik dat op kantoor, tijdens een lunch in de stad of elders.’

Etiquette

Met de codeermachine het laatste nieuws sturen, hoeft niet meer. ‘Ik kan niet aankomen in Den Haag met: oef, wat ik nou heb opgevangen. Dat weten ze allang via Twitter. Informatie verspreidt zich razendsnel. De diplomatie moet zich aanpassen. Wij geven duiding, onze interpretatie van een bericht. En Nederlandse ambassades zijn nog meer dan voorheen handelsposten.’

Terwijl Schuwer vertelt, worstelt hij zich met mes en vork onhandig door zijn hamburger. ‘Een onmogelijk ding om te eten.’

Hij lacht om zijn eigen onhandigheid. Dan maar even geen etiquette. Schuwer werd geboren in Den Haag. Zijn ouders werkten voor persbureau ANP.

Na hun scheiding en het overlijden van zijn stiefvader verhuisde het gezin naar Bilthoven, waar zijn moeder lerares werd. Zijn vader werd manager bij oliemaatschappij Caltex.

De kneepjes van het diplomatieke vak leerde hij na zijn studie rechten in Leiden als jongste bediende in Brussel op de Permante Vertegenwoordiging van Nederland bij de Europese Unie. Charles Rutten, een van de grondleggers van de EU, leidde die missie. ‘Hij zei: wees als diplomaat van een klein land aardig. Dan heb je kans dat grote landen informatie met je delen.’

Informatie inwinnen en compromissen sluiten – dat is was diplomaten doen. Dat laatste is moeilijker geworden door toenemende druk op politici.  ‘Er moet meer worden gewonnen. Politici worden gauw afgerekend en het is voor hen – niet alleen in Nederland – lastiger opereren.

Bijvoorbeeld met de Europese Unie. Vroeger was alles wat goed is voor Europa, goed voor Nederland. Daardoor waren compromissen gemakkelijker. We kijken nu alleen naar wat goed is voor Nederland en wat niet. Daardoor hebben we geen wisselgeld.

‘Wij zitten hier in het buitenland en moeten voortdurend aan Nederland uitleggen hoe het hier gaat. Dan zegt Nederland: “Ja, hallo, alles goed en wel, maar dat kunnen we hier niet verkopen.” Het is mijn taak om aan te geven wat de consequenties zijn van het uitvoeren van het Nederlandse belang. Ik schets een aantal scenario’s hoe dat te bereiken. We hoeven niet recht op ons doel af te gaan, een kronkelweggetje kan ook.’

Matchmaker

Kronkelweggetjes – die kent Schuwer wel. Zeker in de Belgische politiek. Hij liet zich kennen als matchmaker. Franstalige, Waalse politici en ondernemers bracht hij in contact met Nederlandse bedrijven, collega-diplomaten met Vlaamse politici.

‘Wij hebben het voordeel dat we beide talen spreken. Ik heb eens een diner gegeven voor Bart De Wever van de N-VA. Hij klaagt niet ten onrechte dat hij geen voeling krijgt met het buitenland.

‘Mijn collega’s lezen alleen de Frans­talige pers en die schildert De Wever af als de baarlijke duivel. Maar hij leidt de grootste partij van België en is burgemeester van Antwerpen.

‘Dus ik zette hem aan tafel met Europese ambassadeurs en zei tegen De Wever: “Dit is je kans, vertel je verhaal.” Dat deed hij in het Frans. Al mijn Europese collega’s vonden het prachtig, want die hebben helemaal geen contact met het Nederlandssprekende deel van België.’

Nog hoogstens vier jaar Washington, en dan zit Schuwers carrière erop. Hoewel hij en zijn Zweedse vrouw bewust zeven jaar in Den Haag hebben gewoond en gewerkt om hun vier toen jonge kinderen Nederlands te vormen, keren ze na Amerika terug naar Brussel.

‘Als je wilt wandelen in Meijendel bij Den Haag moet je er om negen uur ’s ochtends zijn, anders heb je geen parkeerplek. De Randstad is vol. Zweden is een prachtig land, maar in het najaar gaat het licht uit om in het voorjaar pas weer aan te gaan. Brussel is ons beider thuis. We willen een appartement kopen. Geen huis. Als ik 66 ben ga ik het gras niet meer maaien.’

Elsevier nummer 31, 1 augustus 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.