nederland

Wilfred Genee over een kant van zichzelf die hij zelden laat zien

Door Hugo Camps - 07 juli 2015

Op tv – in Voetbal International en Tour du Jour – is presentator Wilfred Genee (48) de vileine stoker. In het noorden van Frankrijk verkent Hugo Camps zijn meer contemplatieve kant.

Hier in een dorpje in het noorden van Frankrijk heeft hij iets breekbaars. De melancholische blik heeft hem veroverd, allicht tegen wil en dank.

‘Ik liep vanochtend door smalle straten, zag alleen maar afgebladderde verf op de vensterbanken van kromgetrokken huizen waar doodse stilte heerste. Ik laat me dan makkelijk diep zakken in een walm van weemoed. Mompel zelfs onbewust de droeve woorden van het liedje Aline van de Franse zanger Christophe voor me uit. Prachtig lied. Maar ik geef graag toe: het is een kant van mij die ik zelden laat zien.’

Presentator Wilfred Genee (48) zit vandaag voor zijn tv-programma Tour du Jour in Saint-Omer. Zelfs op het pleintje voor de kerk zie je geen levende ziel. Het hotel waar hij verblijft, is al even doods. Het stoort hem niet. Straks in Tour du Jour zal hij snedig en sprankelend voor de dag komen. Dat is zijn rol, en een inzage in zijn gemoed is daarbij niet functioneel.

‘Met mijn imago kom ik altijd uit op pedant en irritant. Dat het vakmatig goed zit, mag ik gelukkig ook horen. Mijn rol als presentator is afgebakend: ik ben een stoker, degene die de boel probeert op te poken. Ik doe geen moeite om enige vileinheid te verbergen. Vind het ook niet relevant of de mensen mij aardig vinden. Ik wil vooral een goede presentator zijn.

‘In het programma Voetbal International kom ik samen met Johan Derksen en René van der Gijp weleens oorlogszuchtig over. Het is ook mijn temperament, al stel ik vast dat the angry young man in verzet en opstandigheid op zijn retour is. Nog steeds zal niemand mij horen zeggen dat ik een aardige man ben, maar ik weet wel dat je in de verovering van de wereld ook iets van jezelf verliest. Die implosie van mijn ego heb ik wel in de gaten.

‘Gevoel voor zelfkennis is er altijd geweest. Toen ik 12 was, wist ik dat ik niet kon voetballen. Ik zei het ronduit tegen mijn vader, na een wedstrijd. Er kwam een ander doel voor in de plaats: Studio Sport presenteren om 7 uur. Ik heb altijd een helikopterview over mezelf gehad.’

Vliegveld

Toch stond de rebel without a cause zaterdag op Schiphol te huilen. ‘De kinderen vertrokken voor drie weken naar Canada. Mijn dochter zei: “Papa, waarom ga je niet met ons mee?” Ik kon me niet meer herinneren wanneer ik nog eens gehuild had, maar die zaterdag schoot ik na de retorische vraag van mijn dochter helemaal vol. Het kon me niet schelen dat wildvreemde mensen me in dat gevoelige moment betrapten.

‘Toen de kinderen in mijn leven zijn gekomen, voelde ik algauw dat zij mij terugbrachten op aarde uit de hectiek van het bestaan waarin ik leefde. Voor mijn naasten is het soms lastig om dichterbij te komen, maar de kinderen laat ik onbewust zien dat er nog een andere man is dan de gedreven, pretentieuze presentator. Ik heb altijd goed naar mezelf kunnen kijken, weet waar ik sta, ook als ik op dat vliegveld sta te huilen.’

Het boek dat hij heeft meegenomen naar de Tour, gaat over een zen-achtige benadering van Homerus’ Odyssee. Odysseus is tien jaar bezig om thuis te komen. Het lukt hem niet omdat hij eerst zichzelf moet terugvinden. ‘Dat herken ik ook. Er is een ruis van melancholie en verdriet in mij omdat ik altijd zo ver weg ben. Ik zou dichter bij mezelf willen zijn en blijven, maar weet niet goed hoe dat moet. Het is een vorm van onmacht. Ja, terug naar huis, dát staat me te doen.’

Wilfred Genee is een gevierd presentator. Hij heeft naam gemaakt met het programma Voetbal International, dat in 2011 verrassend de presti­gieuze Gouden Televisier-Ring won. ‘Ik heb die bekroning nooit naar mezelf toegehaald, beschouwde het als een erkenning van het programma, dat vaak werd weggezet als nietszeggende flauwekul.’

Inkeermoment

Hij presenteerde eerder sportprogramma’s bij Filmnet, Sport7, Canal Plus en RTL 5. Talpa reserveerde hem om op zondagavond De wedstrijden te presenteren. Genee presenteert op vrijdag een nieuwsprogramma op BNR Nieuwsradio en schrijft columns voor meerdere bladen. Voor zijn vroegere sportprogramma’s reisde hij de wereld af. Televisie en vervreemding – hij kent het verschijnsel.
‘Ik zat met twee vrienden in Japan. Ze hoorden me tieren aan de telefoon tegen het vriendinnetje met wie ik zelf de relatie had beëindigd. Ik hoorde dat ze met andere jongens bezig was en begon haar de les te lezen in een vocabulaire waar de honden geen brood van lusten.

‘Nadat ik de telefoon had neergelegd, keken mijn vrienden me verbijsterd aan. “Wat zit jij nu te doen, zeg, tegen iemand die je zelf de laan hebt uitgestuurd?” Ik ben huilend naar mijn kamer gevlucht en dacht bij mezelf: inderdaad, wat een enorme eikel ben jij geworden, Genee. Het was mijn inkeermoment. Die avond heb ik de zinloze pretenties afgelegd.

‘Het was de periode dat als mensen me vroegen hoe het ging, ik antwoordde met de mededeling dat ik naar de wedstrijd
Liverpool-ManUnited mocht en de volgende week naar Juventus-AC Milan. Dat soort ingehuurde bravoure. Ik was na mijn huwelijk teleurgesteld in de liefde en erg wantrouwig geworden. Tot ik een meisje tegenkwam dat me de weg wees naar geluk. Het was de tijd dat ik naar Studio Sport keek en tegen mezelf zei: dat doe jij tien keer beter. Lachwekkende onzin, natuurlijk.’

Eigenlijk heeft de presentator een lief gezicht. Het hoofd vaak lichtjes schuin, monkellach om de lippen, ­zeker niet de uitstraling van een beul. Wel soms driftig en ongeduldig. Jongensachtig vooral. Hij kan slecht tegen kabbelende gesprekken. Vuur en vaart zijn de hoekstenen van zijn stijl. Reuring muss sein.

Angst

Zelf zegt hij dat saaiheid op televisie de grootste vijand is. Het genot van de provocatie komt nochtans niet van zijn ouderlijke biotoop. ‘Wij waren thuis katholieken in Friesland. Dat is al vrij apart. Mijn moeder kwam uit een groot gezin, mijn vader was enig kind. Twee werelden bij elkaar. Ik proefde altijd iets van angst voor het leven. Hoor mijn vader nog zeggen dat hij wakker lag van de enorme druk die op de schouders van Gorbatsjov lag. In alles sijpelde de angst voor het bestaan een beetje door.

‘Ik wil graag dat mijn ouders en ik in harmonie uit elkaar gaan, als het moment daar is. Het zijn zulke lieve mensen. Mijn ouders zijn nu tachtig en ook nu nog voel ik dat ze soms bang zijn. Bij een slechte recensie over mijn tv-optreden zie ik mijn moeder zich angstig afvragen of daarmee het sprookje van haar zoon misschien is afgelopen. Dat soort angst ken ik niet. Ik lig trouwens van weinig wakker, en zeker niet van zogenaamde wereldproblemen.

‘Ik spreek John Lennon graag na: je kunt beter met je ogen dicht leven, want de werkelijkheid zie je toch niet. Al moet ik zeggen dat nu de kinderen weg zijn, ik midden in de nacht wakker schiet met de gedachte dat ik toch even moet gaan kijken.’

Het verantwoordelijkheidsgevoel zit er diep in. ‘Ik heb het leven een beetje ingevuld voor mijn ouders. Ik was als kind al open in de zorg voor hen. Als vijfjarige zei ik tegen de meneer die de waterleiding kwam repareren: “Kunt u een beetje opschieten, want mijn ouders hebben al kosten genoeg.”

‘Ik was strijdvaardig. De dood van mijn opa heeft me veranderd. Toen werd ik een stille jongen. Zijn afwezigheid viel me heel zwaar. Toch, op vakantie ging ik nog steeds om 12 uur ’s nachts het bed uit om te kijken of de deur wel op slot was.
‘Ik was de enige jongen van de klas die naar het gymnasium ging. Ik voelde dat mijn ouders dat fijn zouden vinden. Het betekende wel een sociaal isolement. Mijn beste vriend kwam aanbellen bij mijn moeder met de woorden: “Ik vind het gemeen van Wilfred en hij gaat het toch niet redden.” Ik mocht aan klasgenoten  niet vertellen dat ik naar het gymnasium zou gaan. Heb twee maanden moeten liegen.’

Onrustig

Dromerig zegt hij: ‘Hier in Frankrijk ben ik onrustig geworden. Niet door het programma over de Tour, juist niet. Ik heb oud-wielrenner Eddy Planckaert in de uitzending en hij is een man van verhalen, van nostalgie en soms van poeha. Wielrennen is, meer dan voetbal, een bezwering. En dan bedoel ik niet het feest in Utrecht.

‘De koers zit in de genen van Belgen, niet van Nederlanders. Nederlanders zoeken alleen maar een excuus voor een feestje. En of dat de Tour is of de Davis Cup, maakt niet uit. Het heeft eigenlijk niets met oprechte liefde te maken.

‘Een programma vol van bewondering en verwondering zou ik best willen maken. Het gaat dan om het verhaal, niet om quotes. Alle quotes zijn betekenisloos, ze zeggen niets over wat er is, over wat je ziet.

‘Ik heb het gevoel dat ik aan 60 procent van mijn kwaliteiten zit. Ik hoor je nu graag zeggen dat het beste nog moet komen. Ik sta voor een tweesprong. Het aanbod ligt er om drie jaar bij te tekenen voor VI. Ik houd nog steeds van het programma, maar ik wil ook andere horizonten aftasten. Nee, niet per se bij een andere zender. Bij Voetbal Interna­tional racen we op het randje. Ik moet remmen en bijsturen. Daarbij lijkt het dat ik erop uit ben om mijn gehoor te irriteren. Het gevaar zit in overmoed.

‘Ik verlang ernaar zelf weer te worden geprikkeld. Ik wil nog eens voelen wie ik was, mezelf uitdagen. Talloze ideetjes spelen door mijn hoofd. Je kunt iemand voor een tv-programma uitnodigen en samen tien indringende foto’s bespreken. Of twintig. In stilte koester ik de wens een soort Zomergasten over sport te maken.

‘Met mannen en vrouwen die van sport houden zonder zelf in de voetballerij te zitten. Samen sport als metafoor voor het leven ontginnen en uitputten. In Tour du Jour laat ik Eddy Planckaert bij een potje jeu de boules over zijn leven praten. Dan krijg je een waaier van echte verhalen. Want daar gaat het ook op televisie om: verhalen.’

Brandstof

Meer emotie dan razernij? ‘Woede was lang mijn brandstof. Die is weg. Er is een bepaalde vorm van rust en vergevingsgezindheid in de plaats gekomen. Ik was altijd bezig met waar ik naartoe wilde en niet met waar ik was. Die koorts is voorbij.

‘Ja, met dank aan mijn Perzische vrouw Lili. Niet eerder had ik iemand ontmoet met zoveel vredigheid, onschuld en puurheid in zich. Zij heeft me geleerd dat rebellie geen duurzaamheid heeft. Als kind kreeg zij van haar welgestelde ouders elke dag nieuwe kuikentjes. Zij dacht dat kuikentjes niet ouder werden dan een dag. Toch geweldig dat je als kind kunt geloven dat kuikentjes altijd kuikentjes blijven.

‘We komen met een nieuw boek over voeding: Wedden dat het lekker is. Om kinderen te leren gezond te eten. In januari volgt nog een boek: De schijf van mijn lijf. Ik heb gelezen wat voeding met kinderen doet, en daar wil ik alle ouders graag attent op maken. Nee, het is geen missie, het is verantwoordelijkheid.’

Met bijhorend lachje: ‘Ik krijg een afkeer van mezelf als ik dingen niet goed doe.’ ‘En,’ zegt hij, ‘ik ga steeds meer voor authenticiteit. Ik hoop van harte dat de directie van RTL het daarmee eens is. Besparingen mogen geen excuus zijn. Routineus succes ook niet.’

Elsevier nummer 28, 11 juli 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.