nederland

Ahmed Aboutaleb: een spreker die de tijdgeest goed aanvoelt

Door Liesbeth Wytzes - 17 augustus 2015

Ahmed Aboutaleb heeft ‘de genade van de goede formulering’. Hij houdt de zevende H.J. Schoo-lezing.

Een goede toespraak, lezing of rede schud je niet zo uit je mouw. Daarvoor heb je de wetten nodig van de retorica, welsprekendheid. Aristoteles (384-322 v.Chr.) noemde drie essentiële onderdelen: logos, de argumenten; pathos, de emoties; ethos, vertrouwen wekken. Dat laatste was volgens de Griekse wijsgeer het sterkste overtuigingsmiddel.

Als die zaken ontbreken, zullen toehoorders knikkebollend afwachten tot de spreker klaar is met zijn betoog en naar huis gaan zoals ze kwamen. Dan heb je dus niets bereikt.

Al is het doel van een rede niet altijd hetzelfde: soms wil je een gevoel verwoorden, soms wil je je toehoorders iets leren of ze op hun nummer zetten. In alle gevallen geldt dat ze wel moeten luisteren.

Formulering

Ahmed Aboutaleb, die op 1 september in de Rode Hoed in Amsterdam de zevende Else­vier / H.J. Schoo-lezing houdt met als onderwerp ‘De roep van de stad’, heeft volgens Jaap de Jong ‘de genade van de goede formulering’.  Hoe bracht hij het ervan af in eerdere redes?

De Jong, hoogleraar journalistiek en nieuwe media aan de Universiteit Leiden, legt de laatste hand aan een bundel, mede onder zijn redactie, getiteld Beïnvloeden met emoties. Pathos en retorica. ‘Je merkt dat Aboutaleb de tijdgeest goed aanvoelt. In Nederland is nu meer behoefte aan getoonde emotie in toespraken. We willen de mens horen en zien.’ De Rotterdamse burgemeester is ook vertrouwenwekkend, mensen geloven wat hij zegt.

Pathos is natuurlijk niet nieuw, emotie is een beproefd middel om luisteraars te overtuigen met je betoog. Sinds de hysterische speeches van de nazi’s in de Tweede Wereldoorlog hebben we er in de westerse wereld een afkeer van gekregen. Maar langzaam maar zeker lijkt emotie weer acceptabel te worden.

‘Politici als Pim Fortuyn en Geert Wilders begrijpen wat de kracht van pathos is. Frans Timmermans heeft met zijn rede bij de Verenigde Naties na het neerhalen van vlucht MH17 de deur weer wat wijder opengezet. Daar liet hij zijn gevoel zien.’

Gevoel

Ook Aboutaleb toont gevoel. De eerste zin van zijn toespraak op 3 november 2004 in de Al-Kabir-moskee in Amsterdam, na de moord op Theo van Gogh, luidt: ‘De mededeling dat Theo van Gogh was doodgeschoten, werkte bij mij in eerste instantie als een zware verdoving. Een onvergeeflijke daad…’

En dan kairos, het juiste woord op het juiste moment. Niet zozeer een regel als wel een gevoel, dat je hebt of niet. ‘Wat hij zegt,’ aldus De Jong, ‘past vaak verrassend goed bij de situatie.’ Hij verwijst naar de rede van Aboutaleb na het bloedbad op de redactie van weekblad Charlie Hebdo op 7 januari 2015. Hij sprak toen als burgemeester van Rotterdam, als mens, en als moslim.
‘Na zo’n ramp zijn mensen emotioneel te raken. Ze zijn uit balans. Er moet dan iemand zijn die de emoties overtuigend weet samen te vatten en er echt een moment van maakt,’ zegt De Jong. Dat deed Aboutaleb. Er was een minuut stilte ter nagedachtenis aan de slachtoffers. Daarna, voor hij ging spreken, haalde hij een zakdoek over zijn gezicht.

‘Dat maakte een oprechte indruk. Aboutaleb sprak ook in het Frans, en dat gedeelte, als het ware recht uit zijn hart, raakte de luisteraars. Wat hij zei, was bovendien een verborgen verwijzing naar Kennedy’s speech uit 1963: “Ich bin ein Berliner.” Aboutaleb zegt het goed, doeltreffend, simpel en eerlijk.’ Aboutaleb op 9 januari: ‘Vanavond ben ik een Parijzenaar en ben ik Charlie. Vanavond zijn we allemaal Parijzenaren en Charlie.’

Heel sporadisch merk je dat de spreker geen geboren Nederlander is. Soms is zijn taalgebruik ruwer, soms archaïscher. In een interview met Nieuwsuur, op 7 januari 2015, zei hij over jihadisten: ‘Ja… mag ik het zo zeggen: rot toch op!’ Nogal grof, al kreeg hij veel bijval.

In datzelfde interview beschreef hij de moord op de ‘humoristen’ van Charlie Hebdo als ‘een onbeschrijflijke vorm van barbarij’. Dit tot vreugde van De Jong: ‘Waar hoor je dat mooie woord nog?’

Elsevier nummer 34, 22 augustus 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.