nederland

Annemarie Jorritsma: ‘Hét volk bestaat helemaal niet’

Door Carla Joosten - 03 augustus 2015

Annemarie Jorritsma (65) werkte decennia in politiek en bestuur. Ze neemt afscheid als burgemeester van Almere, maar Nederland is nog lang niet van haar af.

Stel Annemarie Jorritsma een vraag en ze gaat los. Zelfverzekerd, in razend tempo. Decennialange ervaring in het openbaar bestuur heeft haar sporen nagelaten. Ze is niet van de grote idealen of ideeën; wel is ze een praktische oplosser en compromissensluiter. En, nog even, uithangbord van Almere.

‘Hoewel sommigen zich daarop laten voorstaan, doe je als bestuurder in dit land weinig in je eentje. Ook als burgemeester. Je bent initiatiefnemer en eindverantwoordelijke, maar het is teamwerk,’ zegt Jorritsma op de vraag waarop ze trots is.

‘Er is weinig waarvan ik zeg: kijk mij dat nou eens goed hebben gedaan. Dat denk ik misschien alleen als ik over de A30 rijd, de snelweg die de A1 en de A12 verbindt en waarvoor ik zowel de besluitvorming als de aanleg als minister heb meegemaakt.

‘Als minister maak je vaak af wat voorgangers zijn begonnen, of omgekeerd. Ik denk wel eens, als ik lees wat sommigen zeggen: kan het ietsje minder ijdel? Daarvoor moet ik zelf natuurlijk ook oppassen.’

Strak gazon

De burgemeester van Almere zit aan een glazen tafel in haar moderne, maar comfortabel ingerichte villa; veel leer en warme kleuren als paars en mintgroen. Achter haar vier geschilderde portretten van de kleinkinderen. Aan de wand er tegenover hangen schilderijen van Keith Richards en Mick Jagger. Jorritsma is Rolling Stones-fan.

Het is zaterdag 25 juli. De felste julistorm ooit raast rond het huis en tilt de loungestoelen buiten op. Als een pot met geraniums omvalt, haast Jorritsma zich op slippers naar buiten om die te redden. Tevreden wijst ze op de tuin. Strak gazon, keurige perken. Jorritsma: ‘Het was een puinhoop. Ik heb er zeker zestig koolplanten en ik weet niet hoeveel kleefkruid uitgehaald.’

In september neemt ze na twaalf jaar afscheid als burgemeester. Ze gaat het rustiger aan doen na een carrière die begon toen ze in 1982 vanuit de gemeenteraad van Bolsward in de Tweede Kamer belandde. Ministerschappen op Verkeer en Waterstaat en Economische Zaken volgden, maar na het tweede paarse kabinet (1998-2002) leek het gedaan met de Achterhoekse molenaarsdochter.

Op de golven van de Fortuynrevolte in 2002 werd ze aangemerkt als een van de politici die het allemaal verkeerd hadden gezien.

Jorritsma: ‘Achteraf denk ik dat twee periodes met dezelfde coalitie te lang is. Zeker een coalitie van, net als nu, twee partijen, VVD en PvdA, met verschillende opvattingen. Een aantal zaken, vooral asiel en integratie, was niet bespreekbaar. In dat gat stapte Pim Fortuyn. Intussen hadden we de strengste asielwet ooit gemaakt. Maar zo werd die wet niet verkocht, omdat de twee partijen er totaal verschillend over dachten.

‘Dat is een worsteling die moeilijker wordt naarmate je langer je eigen ideeën niet naar buiten kunt brengen. Daarom is  het goed dat de Tweede Kamerfracties van regeringspartijen VVD en PvdA nu zeggen wat ze vinden, ook al druist het in tegen het kabinetsbeleid. In onze tijd gebeurde dat niet en werd het compromis grijs.’

Terwijl echtgenoot Gerlof koffie neerzet, zegt Jorritsma: ‘Met de opkomst van Fortuyn wisten de andere partijen niet om te gaan. Nee, ik ook zeker niet. Ik was er onderdeel van.’ En nu? Was Fortuyn misschien toch nodig om de boel los te weken?

‘Nee, ik zie weinig positiefs aan zijn erfenis. De versnippering in de politiek is nadien veel groter geworden. Als je tegenwoordig iets anders vindt dan je partij, richt je je eigen partij op. Je hebt nu politici die op economisch gebied extreem links zijn en in andere zaken extreem rechts, zoals de PVV. Nogal bijzonder.’

Het populisme is volgens haar na Fortuyn alle partijen binnengedrongen. ‘Het is  “u vraagt en wij draaien”. Ja, ook in de VVD. Veel politiek is niet meer op ideologie gestoeld. Ik vind het de taak van een partij om na te gaan waarom je iets vindt. Je kunt toch niet voor staatsingrijpen pleiten en tegelijk vrijheid blijheid prediken? Of ze zeggen dat je naar het volk moet luisteren. Maar hét volk bestaat niet.’

Rutte-fan

Als voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten werkte ze enthousiast mee aan de overheveling van zorgtaken van het Rijk naar gemeenten. In Den Haag leidde de operatie tot heftig debat.

‘Ik denk dat de meeste politici ongeveer hetzelfde willen. Maar het beeld is dat van totale polarisatie. Terwijl dat alleen geldt voor de extremen als PVV en SP. Het centrum is groter dan ooit. Het CDA probeert zich als oppositie te profileren, maar burgers zitten daar niet op te wachten. Dat is ook de kracht van D66. Dat kiest niet voor die oppositionele aanpak. Kijk wat dat ze oplevert. Het CDA wint niet.’

De stijl van partijgenoot premier Mark Rutte spreekt haar aan. Ze noemt zichzelf ‘Rutte-fan’ en zegt hem al als premier te hebben getipt toen hij voorzitter van de liberale jongerenorganisatie JOVD was. Zijn reputatie van breker van verkiezingsbeloftes wuift ze weg.

‘Er moeten nu eenmaal compromissen worden gesloten. Anders hadden we in dit land zeventien miljoen partijtjes, want we zijn het per saldo nooit eens. Je moet consensus bereiken en dus eigen ideeën inleveren. Dat geeft niet altijd de beste besluiten. Maar als je niet wilt inleveren, dat geldt ook in je relatie met man en kinderen, is het gauw voorbij. Dat is in de politiek net zo.’

Zo moest ze ooit instemmen met een volgens haar onnodige, maar door PvdA-collega Margreeth de Boer afgedwongen tunnel in het traject van de hogesnelheidslijn. Bij een nog veel omstredener spoorroute, de Betuwelijn, hadden gemeenten hun wensen.

‘Het eindeloze overleg vertraagde de procedure enorm. Wij zijn roomser dan de paus. Steken het hele budget in de inpassing. Als er in Frankrijk een hogesnelheidslijn komt, compenseren ze de burgers. Misschien vindt een dorp een geluidswal best, in plaats van een tunnel, maar willen ze graag een zwembad of school. Franse dorpen zijn daardoor waanzinnig opgeknapt. Als de NAM dat zo had aangepakt, was de discussie rond de Groningse gaswinning vast anders gegaan.’

Primark

In 2003 verliet ze het Binnenhof. Ze had gesolliciteerd naar het burgemeesterschap van Almere. ‘Eigenlijk wist ik niet of het wel wat voor me was. Toen werd ik gevraagd als waarnemend burgemeester in Delfzijl. Dat beviel zo goed dat ik niet meer aarzelde.’

Zo kreeg de in 1984 gestichte polderstad na zeven PvdA’ers haar eerste VVD-burgemeester. Jorritsma zag het inwonertal van 160.000 naar 200.000 stijgen. ‘En er kwam 85.000 vierkante meter winkelruimte bij. Dat was vlak voor de crisis. Gelukkig vestigde de Primark zich in de oude schouwburg en gingen mensen opeens een dagje winkelen in Almere.’

Ongeveer 30 procent van de Almeerders heeft niet-Nederlandse wortels.

‘Het verschil met de grote steden is dat je wel wat geld moet hebben om hier te kunnen wonen. Onze sociale woningbouw is relatief duur omdat we geen oude woningen hebben. Het zijn over het algemeen de zich emanciperende allochtonen die hiernaartoe komen en die ook flink bijdragen aan de economie. Wij hebben ongeveer 12 procent Surinaamse inwoners. Ons ziekenhuis, de politie en de beveiliging op Schiphol zouden met de handen in het haar zitten als zij er niet waren.

‘We hebben nu ook een eigen hbo-instelling. Dat was nodig, want ook al zijn er veel van die scholen in de buurt, als je er niet zelf een hebt, gaan er relatief weinig kinderen naar het hbo. Amsterdam zien sommige ouders als sodom en gomorra, al klopt dat beeld niet.’

Focussen

De gemeente telt ongeveer 127 nationaliteiten. ‘Wat is het hier prettig, tenminste niet alleen maar witte mensen,’ zei haar echtgenoot toen hij zich bij zijn vrouw in Almere voegde. De burgemeester: ‘Het is een buitengewoon kleurrijk geheel, met vrolijke mensen. Alleen moeten wij elkaar beter leren kennen, zodat we elkaar beter begrijpen. Onbekend maakt onbemind.

‘Surinamers zitten graag buiten. Ze zaten eerst altijd op de stoep, nu hebben we overal bankjes. Maar voor die kennis moet je met elkaar omgaan. Dat duurt nog even. Op de middelbare school zijn ze kleurenblind, maar in het uitgaansleven scheidt het weer. Als BLØF optreedt, is het publiek wit.’

Waarom zou mengen nodig zijn? ‘Het moet niet, maar het is beter voor jezelf. Je leert ervan en ziet ook positieve kanten aan vreemde culturen.’

Ook in Almere zijn in de misdaad sommige etniciteiten oververtegenwoordigd. Jorritsma wijt dat aan een complex van problemen in gezinnen.

‘Sociaal-economisch, maar ook cultureel bepaald. Op die gezinnen kunnen we ons nu beter focussen, door de zorgdecentralisatie die een einde heeft gemaakt aan de wirwar aan hulpverleners. Als we dat goed doen, overwinnen we ook dat probleem. Toen ik hier kwam, hadden we ellende met Antilliaanse jongeren. Daar praat nu niemand meer over, wat niet wil zeggen dat je er nooit meer een tegenkomt die niet deugt. Problemen zijn kennelijk overkomelijk.’

De gemeenteraad is verre van kleurrijk. ‘Politieke partijen hebben er moeite mee goed om te gaan met mensen uit een andere cultuur,’ zegt Jorritsma, die heel wat lokale politici zag komen en gaan. De PVV is met negen van de 39 zetels al voor de tweede periode de grootste partij van Almere.

Pompje

Jorritsma vindt dat niet zo bijzonder. ‘Het komt vooral doordat partijen als PvdA en VVD het slecht doen. Voor de rest is de PVV een gewone partij die niet bij voorbaat alle voorstellen verwerpt. En ik behandel ze als voorzitter hetzelfde als andere partijen.’

Almere is ontworpen als ‘polinucleaire’ stad: een centrum en aparte kernen, met volop ruimte, groen en water. Jorritsma woont met man, twee dochters, schoonzonen en vier kleinkinderen in een familiehuis in de villawijk Overgooi. Een hedendaagse versie van een Limburgse hoeve met een voorhuis voor de grootouders, een openluchtzwembad op de binnenplaats en gangen met glazen wanden eromheen. De kinderen wonen aan de achterkant.

Drie gezinnen, en dat op een kavel bedoeld voor één woonhuis, dat leidde destijds tot ophef in Almere. Maar de grootste bron van conflict was dat er geen vergunning was aangevraagd voor de waterpomp voor het verwarmingssysteem.

Het leidde tot een van de vervelendste affaires in Jorritsma’s loopbaan. Ze wijst op een ouderwets waterpompje in de tuin: ‘Mijn vrienden vatten dat leuk op, dus krijg ik zo’n pompje. Maar ik dacht: nou stop ik. Als de integriteit, niet alleen van mij, maar ook van mijn echtgenoot onterecht ter discussie wordt gesteld, ben ik er klaar mee.’ Maar ze bleef. ‘Dan praat je met elkaar en kom je er wel weer uit.’

Ze accepteert dat ze in een glazen huis vertoeft. ‘Voor je functioneren is het zelfs prettig, want burgers spreken je makkelijker aan.’ Dat ze met hen op de foto moet en dat in de supermarkt in haar mandje wordt gekeken, hoort erbij. In de sociale media moest ze het pas nog ontgelden omdat ze het woord ‘mongool’ had gebruikt.

‘Liefdevol bedoeld, maar zo vatten ouders van kinderen met down het niet op. Ik ben erg spontaan en heb wel eens gedacht: Jorritsma, daar moet je wat aan doen. Maar dan ga ik bij alles nadenken en verlies ik mijn persoonlijkheid. Dat is niet goed. Dus vlieg ik wel eens uit de bocht.’

Achterbak

In september zwaait de burgemeester af en is de al gepensioneerde echtgenoot Gerlof niet meer de enige oppas voor de kleinkinderen van 11, 9, 8 en 7 jaar.  Ze wil ’s ochtends gaan wandelen en zwemmen. ‘Ik moet bewegen. Ben weer aangekomen. En golfen wil ik weer oppakken. Een leuk spelletje, duur wandelen. En de banen liggen op de mooiste plekken van de wereld.’

Maar ze blijft werken. Sinds juni zit ze in de Eerste Kamer. ‘Daar is het goed als je ouder bent, een brok ervaring hebt. Daar pas ik goed.’ En ze zal zich wijden aan bijbanen, onder meer om de opmars van vrouwen te bevorderen. Fel: ‘Ik ben radicaal geworden, omdat het niet opschiet.’

Buiten velt de storm een kastanjeboom. Dat het bezoek op een ov-fiets is gekomen, was niet slim, gezien de weersvoorspellingen. Jorritsma acht een fietstocht terug door de bomenrijke omgeving te onveilig. De fiets gaat in de achterbak van de auto van dochter Maaike en de burgemeester rijdt Elsevier naar het station van de stad waar de hele familie, ook na het burgemeesterschap, blijft wonen.

Elsevier nummer 32, 8 augustus 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.