nederland

Koninklijk Haarlems Mannenkoor heeft een bijzonder gebouw

Door Jenny Velthuys - 24 augustus 2015

Vroeger droegen de koorleden het Koninklijk Haarlems Mannenkoor hoge hoeden en pandjesjassen, nu een ruitjesoverhemd.

‘Ik zou bijna zeggen: gelukkig Nieuwjaar.’ In de zaal van het gebouw Zang en Vriendschap in de historische binnenstad van Haarlem slaan mannen elkaar goedmoedig op de schouders. Na zes weken zomervakantie is het tijd voor de eerste repetitie van het nieuwe seizoen.

Bij veel van de 76 leden was het alweer een paar dagen aan het kriebelen. Het oudste mannenkoor van Nederland speelt zo’n grote rol in hun leven, dan is zes weken vakantie lang. Ook Rick van der Burg (40) wrijft zich in de handen. ‘We zijn wel een koor van enige reputatie, we hebben een niveau vast te houden.’

Dit jaar is bovendien een bijzonder jaar. Het Koninklijk Haarlems Mannenkoor Zang en Vriendschap is misschien wel de enige zangvereniging in Nederland met een eigen gebouw. En dit jaar is dat gebouw honderd jaar oud.

Aan de schouw hangt een portret in olieverf van een jongeman. Serieus kijkt hij vanaf zijn hoogte op de koormannen neer. Met zijn hoog welvende voorhoofd en  scherpe gelaatstrekken oogt hij bijna aristocratisch.

Het is Johan Schmitz, de oprichter. In 1830 begon deze hoefsmid een Liedertafel in Haarlem. Hij had net gehoord van de in Duitsland populaire Liederkranz – ‘een vrolijk gestemd clubje mannen die met luim, gezang en veel sentiment, met drank en onder het genot van een stevig rokende pijp hun vrije uurtjes vol zongen’.

Dat wilde Schmitz ook wel. Hij  ontpopte zich tot een melodieuze componist en inspirerende koorleider. Al snel groeide Zang en Vriendschap uit tot een machtig mannenkoor.

Paardenstallen

In 1915 schonken twee vermogende leden de vere­niging een eigen gebouw om te repeteren. Het werd gebouwd op de fundamenten van oude paardenstallen. Buiten hangt een grote vergulde noot met in rood het wapen van de vereniging.
Veel Haarlemmers boezemt het gebouw nog steeds ontzag in.

Binnen branden art-deco-wandlampen van roomkleurig glas, in vitrines hangen de versleten vaandels uit de beginjaren. Links en rechts van de schouw twee moderne doeken van Piet Zwaanswijk. Uitgelaten heren met strakke zijscheidingen in hun haar vol brillantine zingen met wijd opengesperde monden. Eentje steekt zijn tong uit.

Ben van der Meij (79) zit al 46 jaar bij het koor. In de loop der jaren is er veel veranderd. ‘De tijd van hoge hoeden en pandjesjassen is al lang verstreken. Toen ik erbij kwam, ging het er nog veel stijver aan toe dan nu. Er hing een ernstige sfeer. De voorzitter was toen een bankdirecteur of een of andere notabel. Pas sinds vijftien jaar is de bestuursvoorzitter gewoon iemand uit de vereniging.’

Het is binnen de vereniging traditie om rond 20 februari Oudejaarsavond te vieren. Van der Meij herinnert zich nog een keer dat hij het feest zelf had georganiseerd. Het bestuur was gewend aan een eigen tafel. Maar dat had hij afgeschaft. Toen de bestuursleden op hem af kwamen om te vragen waar ze moesten zitten, zei hij: ‘Het beste is dat je op je gat zit. Maar je ken ook een stoel pakken.’

Klaverjassen

De mannen die bij het koor zitten, zijn meer dan alleen koorleden. Het zijn vrienden. Er is een schaakavond, een wandelploeg. Ze gaan met elkaar met vakantie. Er is ook weleens onenigheid.

Na de repetitie op maandagavond blijven de meesten zitten. Gerard Bonke (67) is lid sinds 1990. Hij hoort bij de groep die na de repetitie gaat klaverjassen. ‘Bij ons moet je ze er midden in de nacht uitgooien, anders zitten we nog aan het bier.’ Sommigen laten zich begraven in het pak van de vereniging. Maar hun eerste gemeenschappelijke liefde is die voor het zingen. Bonke: ‘Door inspanning ontspannen.’

In 1902 won het koor onder leiding van dirigent Willem Robert het concours van Keulen. Inzet was een met briljanten afgezette gouden medaille van de Duitse keizer. Maar ook nu kent het koor nog voldoende hoogtepunten. Ze hebben met het Concertgebouworkest gezongen en laatst waren ze op televisie. Ze zongen het refrein van Flappie met cabaretier Youp van ’t Hek.

Elsevier nummer 35, 29 augustus 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.