nederland

Struisvogelbeleid van de staat over dubbele nationaliteit

Door Syp Wynia - 10 augustus 2015

Eerst deed de overheid alsof een tweede nationaliteit er helemaal niet toe doet. Sinds begin dit jaar is de registratie ervan afgeschaft.

Begin 2014 waren er 1,3 miljoen Nederlanders die ook een andere nationaliteit hebben. Hoeveel het er nu zijn, is onbekend en blijft onbekend. De bestaande registratie van de dubbele nationaliteit is begin dit jaar uit het bevolkingsregister gewist.

Vooral ter linkerzijde gold de dubbele nationaliteit al langer als een irritant fenomeen. Tegen beter in is steeds beweerd dat als je Nederlander bent alleen de Nederlandse nationaliteit ertoe doet. De nationaliteit van het herkomstland zou irrelevant zijn.

Maar een land als Turkije vindt helemaal niet dat de Turkse nationaliteit er niet meer toe doet als een Turk tevens Nederlander is geworden. Turkije ziet juist het Nederlanderschap als irrelevant. Turkse mannen die ook de Nederlandse nationaliteit hebben, moeten nog steeds in Turkse militaire dienst en trouw aan Turkije zweren.

En wie de Turkse nationaliteit heeft en het waagt om bijvoorbeeld de massamoord op Armeniërs van een eeuw geleden ‘genocide’ te noemen, riskeert lange Turkse gevangenisstraffen.

Probleem

Het tegen beter weten in irrelevant verklaren van de oude nationaliteit bij verkrijging van het Nederlanderschap is 25 jaar geleden begonnen onder de toenmalige premier Ruud Lubbers (CDA). Die had zich door het latere GroenLinks-
Kamerlid Mohamed Rabbae laten overtuigen dat het voor de integratie van allochtonen beter zou zijn als ze Nederlander konden worden.

Konden ze niet van hun oude nationaliteit af – zoals de Marokkanen – of wilden ze die niet kwijt – zoals de meeste Turken – dan moest Nederland daar geen probleem van maken.

Nu was en is het zo dat Nederland zich aan internationale verdragen heeft gebonden die de dubbele nationaliteit onmogelijk maken. Maar Lubbers en diens partijgenoot Ernst Hirsch Ballin, de toenmalige minister van Justitie, losten dat op door zoveel uitzonderingen te introduceren dat de verboden dubbele nationaliteit toch staande praktijk werd.

Ongeveer 80 procent van wie zich tot Nederlander laat naturaliseren, behoudt zo tot op de dag van vandaag ook de oude nationaliteit. Rita Verdonk, VVD-minister in het tweede en derde kabinet-Balkenende (2003-2007), wilde de Nederlandse wet in overeenstemming brengen met de verdragsverplichting.

Op 15 februari 2007 werd daarover een Kamerdebat gehouden dat voor de demissionaire minister al kansloos was, gegeven de nieuwe samenstelling van de Kamer na de verkiezingen van 22 november 2006.

Loyaliteit

Het PVV-Kamerlid Sietse Fritsma greep de gelegenheid aan om bezwaar te maken tegen de dubbele nationaliteit van de aanstaande PvdA-staatssecretarissen Nebahat Albayrak (Turks) en Ahmed Aboutaleb (Marokkaans).

Je kunt niet twee heren dienen, zo redeneerde Fritsma. Hij kondigde een motie aan, maar mocht die van Kamervoorzitter Gerdi Verbeet (PvdA) niet toelichten. Verbeet vond het volstrekt ongepast om, zoals zij dat zag, de loyaliteit aan Nederland in twijfel te trekken van politici die de eed op de Nederlandse Grondwet hadden afgelegd.

Maar Fritsma had wel gelijk – hoe pijnlijk wellicht ook voor de betrokkenen. Bij een meervoudige nationaliteit hoeft niet per se de (overwegende) loyaliteit aan het ene of het andere land aan de orde te zijn, maar wel het gegeven dat het hebben van een nationaliteit naast rechten ook verplichtingen meebrengt die strijdig kunnen zijn met het Nederlandse belang. Niettemin sprak een groot deel van de Kamer schande van de ‘vuige insinuatie’ van Fritsma.

Lobby

Intussen speelde een aanpalende kwestie. De Utrechter Christiaan Bonebakker voerde al sinds 2010 actie om de – tevens – Marokkaanse nationaliteit van zijn kinderen uit de bevolkingsadministratie verwijderd te krijgen. Hij werd daarin vooral gesteund door het VVD-Kamerlid Jeanine Hennis-Plasschaert. Die rondde de lobby van Bonebakker succesvol af tijdens de formatie van het tweede kabinet-Rutte, in oktober 2012.

Het succes van Hennis ging zelfs verder. Bonebakker vond het heel redelijk dat in de bevolkingsadministratie zichtbaar blijft wie een dubbele nationaliteit heeft, maar dat dit niet moest gelden voor wie in Nederland is geboren en de dubbele nationaliteit ‘erft’. Maar Hennis kreeg gedaan dat de dubbele nationaliteit helemaal uit de bevolkingsadministratie verdween.

Al enkele weken later, na een van de eerste ministerraden van Rutte II, kwam de minister van Binnenlandse Zaken, Ronald Plasterk (PvdA), met een wetsvoorstel waarin de registratie van een tweede nationaliteit in de bevolkingsadministratie volledig werd gewist. Volgens Plasterk kwam het kabinet zo tegemoet ‘aan de wens van mensen die een dubbele nationaliteit hebben, maar die daarmee in het dagelijks leven niet en vele generaties lang geconfronteerd willen worden’.

De Raad van State viel hierover. Die zei dat de minister volstond met het stellen dat er een gevoelig maatschappelijk probleem zou zijn, zonder dat op enige wijze wordt onderbouwd waaruit dat zou zijn gebleken en hoe groot de betrokken groep dan wel is. Plasterk repliceerde dat een ‘quickscan’ in 2009 zou hebben uitgewezen dat bijna eentiende van de gemeenten in het voorgaande jaar klachten zou hebben ontvangen over de registratie van de meervoudige nationaliteit.

Zo werd de dubbele nationaliteit uit de bevolkingsadministratie gewist – uiteraard zonder dat die daarmee was verdwenen. De overheid speelt voor blindemannetje. Eerst wordt ten onrechte en in strijd met de feiten gedaan of het hebben van een tweede nationaliteit irrelevant is. Ter completering van dat proces zijn de administratie en statistiek van de tweede nationaliteit opgeheven.

Statenloos

Intussen is dat wegpoetsbeleid in tegenspraak met ander kabinetsbeleid. Minister Lodewijk Asscher (ook PvdA) wil bijvoorbeeld de greep van de Turkse overheid op Nederlandse Turken verminderen. Die greep verloopt voor een belangrijk deel via het Turkse staatsburgerschap van Nederlandse Turken.

De achtereenvolgende ministers van Justitie, de VVD’ers Ivo Opstelten en Ard van der Steur, willen de Nederlandse nationaliteit van jihadisten intrekken. Dat kan alleen als de betrokkene nog een andere nationaliteit heeft, omdat verdragen het verbieden om mensen statenloos te maken.

Als het zo uitkomt, kan de in de bevolkingsadministratie onzichtbaar gemaakte tweede nationaliteit plotseling wel ergens uit de kast worden getrokken.

Wie de Nederlandse nationaliteit aanneemt, mag de oude dus houden. Diens dubbele status wordt onder het tapijt geveegd. Maar wie sinds zijn geboorte Nederlander is en er een tweede bij wil, wordt gestraft met afname van de Nederlandse nationaliteit. De Nederlandse staat speelt dus niet alleen voor blindeman als het om de nationaliteit gaat. De staat discrimineert ook zijn oude staatsburgers in vergelijking met zijn nieuwe.

Elsevier nummer 33, 15 augustus 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.