nederland

1965: het jaar waarin alles anders werd

Door Liesbeth Wytzes - 01 september 2015

Vijftig jaar geleden botste de oude wereld van traditie, kerkgang en huiselijk vermaak met de nieuwe tijd. Tegenover bisschoppen stonden provo’s, de bromfiets overstemde het huisorgel. Voortaan had de jeugd het voor het zeggen.

In 1965 had Nederland 12,2 miljoen inwoners. Van hen hadden 3,5 miljoen een krantenabonnement. Er was nog een vaderlandse autoindustrie die dat jaar de Daffodil 66 op de markt bracht, ‘een prachtig nieuw model’ (4.595 gulden, omgerekend naar de koopkracht nu ruim 11.000 euro).

Wel iets minder snel dan de eveneens nieuwe Triumph Vitesse 6, met een top van 145 kilometer en 77 pk. Prijs: 7.995 gulden (19.500 euro). De spaarrente bij de één jaar oude ABN (toen nog niet gefuseerd met de Amro Bank) was 4 procent.

Gewoon, een jaar tussen 1964 en 1966 in. Maar zo’n gewoon jaar was 1965 niet. Het was het einde van een tijdperk, een jaar waarin het oude met tegenzin plaatsmaakte voor het nieuwe. Een scharnierjaar.

Buitenshuis

De wereld was overzichtelijk: de man ging uit werken, de vrouw deed het huishouden. Van de bevolking had 83 procent er bezwaar tegen dat een moeder buitenshuis werkte. Die bleef maar beter in de keuken. De bakker kwam aan de deur en anders was er voorverpakt brood, King Corn. Er waren pelterijen in overvloed, want met bont was nog niets mis.

Overal werd gerookt, op kantoor, op school, op modetekeningen. In agenda’s zat, naast een aantal kaarten van Nederland, Europa, de wereld, ook een blaadje met titulatuur. Van de vrije tijd werd 90 procent doorgebracht in huiselijke kring, met het doen van spelletjes, naar de radio luisteren of televisie kijken.

Koud was het wel: 11 procent van de huizen had centrale verwarming in 1967. De tv was zwart-wit en Nederland was op de Indische bevolking na blank, maar de eerste gastarbeiders dienden zich aan. Een woordvoerder van Demka staalfabrieken: ‘Wij hebben hier 450 tot 500 Turken, Spanjaarden, Grieken, Marokkanen. De laatste lopen er nog wel eens de kantjes af.’

Op 1 januari kwam er een verbod op bermtoerisme. Nederlanders vonden het toen leuk om op een klapstoeltje in de berm, met een thermosfles koffie, naar auto’s te kijken.

Prinses Beatrix maakte op 28 juni haar verloving bekend met Claus von Amsberg. De lonen stegen met 10,7 procent, in 1964 was dat zelfs 15 procent geweest. Het was het begin van een ongekende welvaartsgroei, ook af te lezen aan de toenemende alcoholconsumptie. In 1965 werd per hoofd van de bevolking 4,7 liter wijn gedronken, tien jaar later was dat 13,7 liter.

Macht

Tot 1965 was de stemming in Nederland serieus geweest. Het land en de bevolking waren bezig met de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. Het was een land van volwassenen. Na 1965 kwam de jeugd aan de macht. Vijftig jaar later is dat nog zo.

De oude orde, die van de kerkelijke en politieke verzuiling, van regenteske politici, van een kabinet met louter heren in rokkostuum, wordt gesymboliseerd door het Tweede Vaticaans Oecumenisch Concilie dat na drie jaar vergaderen werd ­beëindigd op 8 december 1965. Onder leiding van paus Johannes XXIII werden de luiken opengezet.

Thema van dat concilie was het aggiornamento, het moderniseren van de kerk. Dat werd tijd: katholieken mochten in die tijd geen lid zijn van socialistische vakverenigingen en niet te veel naar de VARA luisteren. 2.540 bisschoppen uit de hele wereld waren erbij.

Dat was het ene uiterste. Het andere uiterste was provo en de opkomst van rebelse jeugd: het provotariaat. In 1965 promoveer­de criminoloog Wouter Buikhuisen op het proefschrift Achtergronden van nozemgedrag, waarin het woord ‘provo’ voorkwam, afgeleid van ‘provoceren’. Buikhuisen had zich voor zijn veldwerk in spijkerbroek gehuld, een kledingstuk dat door ‘normale’ mensen werd verafschuwd en op school noch op kantoor mocht worden gedragen.

Het was de tijd van ludieke happenings, van uitzinnig geklede, gedrogeerde hippies. Alles moest anders, zelfs de spelling: magies in plaats van magisch, provoseren in plaats van provoceren. Vrije tijd werd niet meer thuis doorgebracht, maar op straat, in dancings, in de bioscoop. Symbool van die vrijheid werd de bromfiets: in 1967 waren het er 1,7 miljoen. Provo was een Amsterdamse aangelegenheid, de effecten ervan waren pas op lange termijn merkbaar.

Nozems

Dat Vaticaans Concilie, ook een soort happening met die indrukwekkende stoet bisschoppen, was een laatste stuiptrekking van de periode van verzuiling, waarin het sociale leven voor een groot deel werd bepaald volgens het geloof.

Bram de Swaan, toen student politicologie, werd tot een geldboete van 100 gulden veroordeeld wegens godslastering in studentenblad Propria Cures. Dat artikel stond op 10 oktober 1964 in een nummer met ‘Dode Zee grollen’, maar bereikte pas na enige tijd de gelovigen op het Zeeuwse eiland Tholen, waarna een aanklacht werd ingediend. Zo werd hij de enige gerechtelijk geboekstaafde godslasteraar in Nederland.

De oprichting van provo was de aankondiging van een nieuwe tijd, waarin alle vormen van autoriteit werden getart en uitgedaagd. Het was het jaar waarin de gevestigde orde het verloor van de jeugd: de nozems, de provo’s. Dat ging niet zonder slag of stoot.

Amsterdam meer dan provo-stad! schreef Hendrik Jan van der Molen, toen hoofdcommissaris van politie in Amsterdam, op 6 november 1965 in Elsevier. ‘Amsterdam staat zeker niet in het teken van de provo’s, al ontdekt men de tekens van de provo’s wél op vele muren en palen!’ Een jaar later werd hij ontslagen na de rellen rond het huwelijk van Beatrix en Claus.

Tradities

De naoorlogse generatie, die van de babyboomers, was nu eenmaal erg groot en er werd gesproken van een ‘jeugdprobleem’, zoals nu wordt gesproken van een ouderenprobleem (grappig genoeg gaat het om dezelfde generatie).

Tegenover de huisvader in zijn ‘demi’ staat anti-rookmagiër Robert Jasper Grootveld, wiens ‘happenings’ bij Het Lieverdje op het Spui (een beeld dat was geschonken door de sigarettenindustrie) steeds meer publiek trokken. Tegenover de huisvrouw die in haar nieuwe Gruco-keuken in de pannen roert, staat provo Koosje Koster die krenten uitdeelde.

Het jaar 1965 was een jaar van verandering. Verandering die al veel eerder was ontstaan, maar tot die tijd onder de oppervlakte bleef. De kerkelijke en politieke zuilen wankelden al, meer jongeren gingen studeren, de invoering van de Algemene bijstandwet zorgde ervoor dat vrouwen makkelijker konden scheiden.

Het was gedaan met de tradities: die van het gezin, van de huisvrouw, van het vanzelfsprekende gezag, van de seksuele moraal. De anti-autoritaire periode was begonnen.

Elsevier nummer 36, 5 september 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.