nederland

Dit initiatief voor migrantenopvang eindigde in fiasco

Door Nikki Sterkenburg - 04 september 2015

Het aantal Nederlanders dat de handen uit de mouwen wil steken om vluchtelingen te helpen neemt onder meer door sociale media gestaag toe. Een aantal maanden werd de Vluchtkerk in Amsterdam ingericht om migranten in op te vangen. Nikki Sterkenburg schreef een indrukwekkend verhaal over de Vluchtkerk.

Al twee jaar trekt een groep uitgeprocedeerde asielzoekers van kraakpand naar kraakpand in Amsterdam. Deels voor onderdak, deels uit protest tegen het asielbeleid. Ondanks steun van de rechter is het einde nabij: asielzoekers én vrijwilligers zijn opgebrand.

Yusuf Adam (32) komt uit Zuid-Somalië en doet om elf uur ’s ochtends slaperig de deur van de

Vluchtgarage open. Hij is al vanaf 2009 in Nederland, maar uitgeprocedeerd. ‘Ze hebben me al drie keer geprobeerd uit te zetten, maar de ambassade verstrekt geen documenten. En hier mag ik niet blijven. Het is niet makkelijk om van gebouw naar gebouw te zwerven.’ Adam behoort tot de groep vluchtelingen die bekendstaat als de Vluchtkerkgroep.

Eind 2012 haalden zij het landelijke nieuws doordat 130 rondzwervende asielzoekers en uitgeprocedeerden een onderkomen vonden in de gekraakte Jozefkerk in Amsterdam-West.

Nu, ruim twee jaar later, woont hij al een jaar in een kantoor dat vastzit aan een parkeergarage in de Bijlmer. Douches zijn er niet. In plaats daarvan wassen de mannen zichzelf met een emmer water, dat ze weg laten lopen in het afvoerputje van een gesloopt toilet. Aan de zijkant van het gebouw hangen geïmproviseerde schotels, in de kelder ligt een berg kleding waar ze iets uitzoeken als ze het nodig hebben, op verschillende plekken in de gangen staan fornuizen opgesteld waarop ze koken.

Vrijwilligers

Uit een elektriciteitskast steken loshangende draden, op muren zijn leuzen gespoten door krakers die het kantoor voor hen kraakten. Vrijwilligers komen er nog maar weinig, op een enkeling na. De situatie vormt een contrast met de eerste dagen die Adam en anderen eind 2012 doorbrachten in de Vluchtkerk.

Die waren magisch. Vrijwilliger en mensenrechtenactivist Antonie Fountain (36): ‘Er hing een haast elektrische sfeer, velen wilden de schouders eronder zetten en meehelpen – de meesten onbetaald.’

Dat was ook de ervaring van vrijwilliger en diaken Jasper Klapwijk (42): ‘Vanuit het hele land kwamen mensen matrassen, kleding en dekens brengen. Iedereen had media genieke beelden gezien van totaal verregende mensen in een tentenkamp en wilde de handen uit de mouwen steken.’

Presentator Arie Boomsma organiseerde een bijeenkomst op Kerstavond, zangeres Anouk kwam liedjes zingen, er was eten in overvloed, en fondsenwervers haalden al snel duizenden euro’s op.

Het protest van de Vluchtgroep was in mei 2012 begonnen in Ter Apel. Zo’n vijftig asielzoekers zetten daar een tentenkamp op bij het aanmeldcentrum om te protesteren tegen hun uitzetting en het Nederlandse asielbeleid. Het doel? Het beleid dusdanig veranderen dat uitgeprocedeerde – maar niet uit te zetten asielzoekers – in Nederland een normaal leven kunnen opbouwen.

Ontruiming

Na de ontruiming doken zo’n dertig van hen eind september 2012 op in de achtertuin van de Protestantse Diaconie aan de Notweg in Amsterdam-Osdorp. Ook die groeide snel naar 159 kamperende mensen.

Al gauw ontstond een brede coalitie van hulptroepen: kerkgenootschappen, humanitaire hulpverleners, mensenrechtenactivisten, organisaties als het Leger des Heils en samenwerkende islamitische hulporganisaties werkten zich een slag in de rondte om de asielzoekers te voorzien van tenten, toiletten en bedden.

Vrijwilliger Nourdeen Wildeman (32): ‘We hebben regelmatig voedsel, drinkwater en producten voor persoonlijke hygiëne gebracht. Ook namen we de voorraadtent op ons, zorgden voor stellingkasten en grote afsluitbare plastic bakken. Hierdoor ontstonden overzicht en structuur, en werd voedsel veilig bewaard. En we stelden een aantal keer de Blauwe Moskee open voor vergaderingen.’

Maar toen het tentenkamp op last van de Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan (PvdA) werd ontruimd, doken ineens anarchistische krakers op die de groep onder hun hoede namen. Klapwijk: ‘Wij hadden geen idee wat zij gingen doen, vervolgens bleek dat ze een kerk hadden gekraakt. Gelukkig was er snel een gebruikersovereenkomst met de eigenaar geregeld.’

Wildeman zag bij de ontruiming van het tentenkamp ineens allemaal mensen die hij nooit eerder had gezien. Het bleken de Internationale Socialisten en het anarchistische No Border te zijn, die slaags raakten met de politie.

Wildeman: ‘De sfeer was grimmig en gespannen. Tijdens mijn eerdere aanwezigheid in het kamp heb ik altijd goed contact gehad met de politie en aanwezige vertegenwoordigers van de gemeente. We hadden niets te maken met de escalatie die ochtend en herkennen ons niet in het anarchistische beeld dat daardoor in de media over het tentenkamp ontstond.

De humanitaire hulp die we wilden bieden, vermengde zich met activistische doelen. Er werden allerlei standpunten uitgedragen waar wij geen deel in hadden en geen deel van wilden zijn.’ Vlak daarna bouwden de islamitische organisaties hun hulp af, ook omdat de vluchtelingen in de Vluchtkerk een nieuw onderkomen hadden gevonden.

Qat

Omdat de betonnen kerk totaal ongeschikt was voor bewoning – zeker voor de 130 mensen die er hun intrek hadden genomen – werkten vrijwilligers dag en nacht om aparte slaapzalen tussen de pilaren te maken.

Fountain: ‘De eerste avond ben ik tot drie uur ’s nachts alles nagelopen met een vriend die verstand van elektra heeft. Het was een slangenkuil aan stekkerdozen, water kokers en elektrische kachels. Ik hoorde een krakend geluid uit de meterkast komen en terwijl ik ernaar keek, sloegen de vlammen eruit.

Verderop lagen plassen water van het schrobben, terwijl 2 centimeter daarboven loshangende draden van de hoofdkabel zweefden.’ Op last van de brandweer moeten er 24 uur per dag twee Nederlandssprekende mensen aanwezig zijn. Voor de nachtdiensten wordt soms bewaking ingehuurd. Fountain: ‘We hadden steevast zo’n zestig tot honderd vrijwilligers die klaarstonden.

Maar dit soort zaken zijn leuk in het begin, daarna wordt het werk. Agenda’s van verschillende ondersteunende groepen gingen door elkaar lopen. Zelf gaf ik leiding aan de werkgroep ‘politiek’, omdat ik ervaring heb met lobbywerk.

Ik heb samen met een dominee, een jurist en drie anarchistische krakers urenlang in de kapel gesproken. Maar de krakers wilden niks en na drie uur kwam het hoge woord eruit: ze geloofden überhaupt niet in politiek. Ik vroeg of ze dan weg wilden gaan. Toen volgden er mailtjes met verwensingen, geschreven in hoofdletters.’

‘Maar,’ zo voegt Fountain toe, ‘al is het niet de makkelijkste groep om mee te werken, ze zijn wel trouw.’

Burgemeester Van der Laan bood al eerder aan hen in groepjes op te vangen, in asielzoekerscentra verspreid over het land. Die handreiking werd afgewezen. Als individu zijn ze onzichtbaar, als groep vallen ze op. Dat neemt niet weg dat de sfeer snel omsloeg. De kerk was steenkoud, alcohol en qat waren voorhanden, en de sociale cohesie was ver te zoeken tussen onder anderen Somaliërs, Eritreeërs, Ethiopiërs, Kenianen, Sudanezen en West-Afrikanen – van wie sommigen tot rivaliserende stammen behoorden.

Fountain: ‘Het waren lang niet allemaal lieverdjes, er zaten ook klootzakken en criminelen tussen. In de eerste week moesten we ingrijpen omdat de Vluchtkerk ineens hét qat-distributiecentrum voor Amsterdam bleek te zijn geworden. Anderen waren zwaar getraumatiseerd.’

Ruzies

Ruzies werden in vijf à zes talen uitgevochten, de messen in de keuken gingen achter slot en grendel, en de diaconie moest Freek Salm als toezichthouder aanstellen. Hoewel hij officieel maar voor twee dagen per week werd ingehuurd, moest hij soms wel drie tot vier keer per week ’s nachts naar de kerk om een probleem op te lossen.

Vrijwilligers raakten opgebrand, weinig mensen bleken structureel te willen helpen, radicale actievoerders lagen steevast overhoop met christelijke en humanitaire hulpverleners en vluchtelingen onderling ruzieden wat af. Fountain: ‘We waren welwillende en naïeve vrijwilligers die in een welvarende stad zonder draaiboek een soort vluchtelingenkamp in een kerk wilden opzetten en tegelijkertijd een politieke campagne wilden faciliteren. Het vroeg alles van ons en is veruit het mooiste en verschrikkelijkste wat ik ooit heb gedaan.’

Ook tussen vluchtelingen en vrijwilligers boterde het niet altijd. Er was steevast wantrouwen wat er met het geld gebeurt, er was geruzie over geloofsovertuiging en vrijwilligers werden zelfs bedreigd. Klapwijk: ‘Ze konden niet geloven dat wij dit allemaal “om niet” deden, ze zagen een belang. Tegen de activisten heeft een van de leiders eens geroepen dat de vluchtelingen geen holle vaten zijn waarop zij konden slaan om hun politieke boodschap uit te dragen.’

Karel Smouter (32), tegenwoordig adjunct- hoofdredacteur bij De Correspondent, zorgde als vrijwilliger dat er psychische hulp kwam: ‘Gelukkig is er een groep psychologen bij het project betrokken geraakt.

Zij hebben op individueel niveau, als therapeuten, veel voor mensen betekend. En ze hebben geholpen de psychische dimensies van het bestaan als uitgeprocedeerde beter op de kaart te krijgen.’

Wachten, maar waarop?

Ook de Vluchtkerk was geen blijvend onderkomen. Eind mei 2013 moest de groep weer op zoek naar een nieuwe locatie. Iedereen kreeg 225 euro zakgeld van de Dienst Werk en Inkomen. Intussen werden andere panden in Amsterdam gekraakt waar vluchtelingen met twee gammele bussen door krakers naartoe werden gebracht.

Ook daarna volgde een bonte stoet van verhuizingen naar onder meer de Vluchtflat, het Vluchtkantoor, de Vluchthaven (een voormalige gevangenis die door de gemeente ter beschikking wordt gesteld), de Vluchtmarkt, de Vluchtgarage en het Vlucht gebouw. Maar allemaal samenwonen zoals in de kerk, dat ging niet meer.

Wanneer tachtig vluchtelingen eind 2013 hun intrek nemen in een kantoor gedeelte dat aan een parkeergarage in de Bijlmer vastzit, zijn vrouwen en chronisch zieken al elders opgevangen. De kantoorruimten die in de Vluchtgarage als slaapzalen dienstdoen, zijn zo veel mogelijk naar nationaliteit ingedeeld.

Dat verhindert niet dat er toch ruzies ontstaan. Yusuf Adam slaapt bijvoorbeeld met zeventien Somaliërs in een ruimte, en geeft aan dat ook de vluchtelingen genoeg van elkaar hebben. ‘Het is moeilijk om verenigd te zijn. Als we samen blijven, is onze stem luider.

Maar zo langzaamaan zie je dat iedereen zijn eigen weg gaat.’ Afgelopen zomer viel er zelfs een dode na een vechtpartij tussen asielzoekers. Twee verdachten werden gearresteerd en zitten vast. Niemand weet eigenlijk hoe het met ze gaat.

Structureel toezicht is er niet meer. Klapwijk: ‘Het idee van de Vluchtgarage was aanvankelijk dat de vluchtelingen zich wel zouden mengen met Afrikanen die in de Bijlmer woonden. Maar dat gebeurde niet. Een enkeling hielp wel, maar de meesten zeiden: “Wat komen jullie hier doen? We hebben het hier al moeilijk genoeg.” Bij de Vluchtkerk in de Baarsjes stonden meer buurtbewoners klaar.’

Het grootste gedeelte van de vluchtelingen wordt steeds passiever, hun dagen bestaan uit wachten en niemand weet precies waarop. Klapwijk ziet ook dat de meesten in een ‘apathische slaaptoestand’ verkeren, velen brengen halve dagen in bed door. Een klein gedeelte blijft wekelijks protesteren.

Zo liep een groepje van zo’n twintig à dertig mannen en vrouwen in november 2014 in drie dagen van Amsterdam naar Den Haag. Onderweg sliepen ze in kerken en protesteerden ze voor elk IND-kantoor dat ze tegenkwamen. Toch slaat ook bij hen de vermoeidheid toe: recente demonstraties werden minder druk bezocht.

Ook de Vluchtgarage moet binnenkort worden ontruimd. De gemeente Amsterdam wil de parkeergarage en het bijbehorende kantoor tegen de vlakte gooien, om er een park van te maken. Vanaf de zomer worden alle asielzoekers ondergebracht in de nachtopvang,in het kader van de bed-bad-broodregeling, vergelijkbaar met daklozenopvang.

Die werd gerealiseerd nadat de Conferentie van Europese Kerken (waaronder de Protestantse Kerk Nederland) succesvol een zaak had aangespand bij de Commissie voor de Mensenrechten van de Raad van Europa om noodopvang voor zwervende vluchtelingen af te dwingen.

Klapwijk: ‘Met de bed-bad-brood-regeling is ons doel deels bereikt. Het geeft aan dat de zorgplicht van de overheid niet stopt als een uitzetpoging niet lukt. We hopen nu dat er ook een dagopvang komt en dat mensen activiteiten mogen doen.’

Maar dat is niet wat de Vluchtgroep wil In de Vluchtgarage hebben ze een adres waar ze 24 uur per dag kunnen blijven, en ze kunnen de locatie als correspondentieadres gebruiken voor brieven van de IND en hun advocaten. De gemeente Amsterdam wil de aangeboden sobere nachtopvang niet uitbreiden, uit angst een aanzuigende werking te hebben op andere uitgeprocedeerden.

Eind januari 2015 keken tientallen hoopvolle gezichten in de Amsterdamse rechtbank naar de bestuursrechter. De landsadvocaat was echter resoluut: als men een 24-uursopvang wil, dan kan men ook naar het detentiecentrum Ter Apel, om daar verder te werken aan eigen terugkeer. Eén van de asielzoekers zei dat hij dat al heeft geprobeerd, maar hij kan niet naar huis. De rechter besloot op 20 februari dat het inhumaan is om de groep in maart uit de garage te zetten.

Maar op 1 mei zullen de vluchtelingen wel moeten vertrekken naar de nachtopvang. Hun advocaten willen nu ook dagopvang afdwingen. De vluchtelingen van de Vluchthaven zitten al in de nachtopvang. Hun is verteld dat ze overdag maar in de bibliotheek in Amsterdam-Osdorp moeten gaan zitten als ze niet op straat willen zwerven.

Adam vertelt dat activisten plannen hebben om tientallen jongens van de Vluchtgroep naar Frankrijk te brengen. Hij hoopt dat de IND zijn vingerafdrukken verwijdert, zodat hij ergens anders asiel kan aanvragen. Hij wil niet naar de nachtopvang, en voelt na tweeënhalf jaar verzet ook niet meer de behoefte om als groep te blijven protesteren:

‘We have been suffering for too long.’

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.