nederland

Wie wint de keiharde strijd om de linkse kiezer?

Door Eric Vrijsen - 22 september 2015

In het gevecht om de kiezer maken de PvdA, SP en GroenLinks in de Tweede Kamer elkaar genadeloos af. Inhoudelijk zitten ze weliswaar vrijwel op één lijn, maar hun stijl ligt mijlenver uit elkaar. De PVV van Geert Wilders profiteert van de meningsverschillen aan het linkerfront.

PvdA en SP verdringen elkaar op een krimpend deel van de kiezersmarkt, waar ze ook hevig concurreren met PVV en GroenLinks. De linkse fractieleiders gaan elkaar daarom keihard te lijf.

Bij het begrotingsdebat, vorige week, declameert Emile Roemer (SP): ‘Waar is toch het sociale hart van de PvdA?’ Diederik Samsom (PvdA) beroept zich op kabinetsmaatregelen waardoor ‘100.000 mensen aan de onderkant’ een nieuwe baan vinden. ‘Maar u breekt dat allemaal af!’

Roemer tackelt Samsom, wiens positie als partijleider wankelt: ‘Dat u op mij geen indruk maakt, is niet belangrijk. Dat u niet geloofwaardig bent voor uw kiezers, moet u zich aantrekken. U kunt uw eigen partijvoorzitter niet eens overtuigen.’ Samsom lijkt even uit balans en Roemer maakt snel een karikatuur: ‘Het aantal miljonairs stijgt fors, maar ook het aantal van honderdduizenden kinderen dat in armoede opgroeit.’

Nu heeft-ie aan Samsom een kwaaie, want de kernfysicus voelt zich intellectueel de meerdere van de onderwijzer uit Boxmeer. ‘Kijkt u naar de beschikbare cijfers! De inkomensverschillen worden gemeten in de GINI-index. Wij hebben de verschillen verkleind de afgelopen jaren.’

Roemer citeert het Centraal Planbureau, maar doet het een beetje onbeholpen door te zeggen dat de belastingplannen leiden tot ‘een 0,3 procent hogere GINI-coëfficiënt’.

Samsom hooghartig: ‘De GINI-index wordt niet uitgedrukt in percentages. Sorry, u kunt niet zomaar met cijfers strooien…’ Roemer druipt af. GroenLinks-leider Jesse Klaver, de nieuwe knul van het linkse blok, staat al bij de microfoon om Samsom te attaqueren, maar ziet een kans voor open doel: ‘Bijdehand zijn tegenover Roemer kunnen we allemaal, maar het punt dat u maakt, is te flauw voor woorden.’

De zaal loeit. Klaver zegt dat Roemer dom is. Hij tracht zich te herstellen: ‘Ik wilde juist iets positiefs zeggen…’ Samsom kijkt nu arrogant naar Klaver en nodigt hem uit Roemer verder te vernederen. Sarrend: ‘Doet u nog een poging.’ Roemer zit al in zijn zetel en lacht als een boer met kiespijn. En iedereen weet weer wat die ‘progressieven’ echt van elkaar vinden.

Het is bijna tragisch om te zien hoe politici met vrijwel dezelfde doelstellingen – ze willen allemaal nivellering, windmolens en extra zorgbudgetten – elkaar afmaken. Natuurlijk, de PvdA regeert mee, terwijl SP en GroenLinks oppositie voeren. Maar het gaat vooral om stijlverschillen tussen de drie.

De SP is voluit links. Helder, maar ook tamelijk simplistisch. De PvdA is van oudsher een partij die arbeiders en middenklasse wil vertegenwoordigen. Socialisme met de handrem erop. GroenLinks bezit studentikoze charme, omdat ze het voorstelt alsof je Nederland vanaf nul mag inrichten zodra je het progressief aanpakt.

De strijd is vilein, want het gaat om geloofwaardigheid en de leiding over het linkse blok. Tegenwoordig komt daar nog iets bij: de populariteit van Geert Wilders.

Die verwoordt wat potentiële kiezers vrezen, maar wat linkse politici niet hardop durven zeggen: de massale instroom van migranten maakt de verzorgingsstaat onbetaalbaar. Het is al langer bekend dat veel kiezers zweven tussen SP en PVV. Sinds vorig jaar haalt Wilders zelfs bij de PvdA aanhangers weg en dat is precies de reden waarom de SP niet profiteert van het wegzakken van de PvdA.

Fortuyn

Linkse partijen vissen in dezelfde vijver. Als je het over een reeks van jaren bekijkt, stemt 36 tot 42 procent van de kiezers op PvdA, SP of GroenLinks. Soms scoort de PvdA wat beter, dan weer trekken SP en GroenLinks extra aanhang. Dit constante beeld werd doorbroken in 2002, toen de ­opkomst van Pim Fortuyn ertoe leidde dat de PvdA instortte en de gezamenlijke linkse partijen naar 28 procent duikelden.

Nu is hetzelfde aan de gang. Door de vluchtelingencrisis is de PVV van Wilders in de peilingen de grootste partij. Ten koste van rechts, en zeker ook van PvdA en SP. Het linkse trio scoort in de laatste peiling van Maurice de Hond slechts 28 procent. Dat is hetzelfde niveau als tijdens de ‘Pim-revolte’.

PvdA, SP en GroenLinks verketteren Wilders, maar juist daardoor verschaffen ze hem een podium. PvdA-Kamerlid Jan Vos noemt Wilders zelfs ‘fascistoïde’. Het is alsof de progressieven niets van de Fortuyn-periode hebben geleerd. Destijds kon Fortuyn zomaar de grootste partij worden in een PvdA-bolwerk als Rotterdam.

De kiezers staken massaal naar Fortuyns partij over, omdat hij het migrantenvraagstuk keihard aan de orde stelde en liet zien dat vooral gewone mensen er de dupe van werden.

Onzeker en gevoelig

Het programma van Wilders concurreert bovendien met dat van de linkse partijen op punten als meer geld voor de zorg en het behoud van sommige sociale uitkeringen. Traditioneel linkse kiezers voelen zich daar comfortabel bij. PvdA en SP zijn electoraal kwetsbaar, nu de ‘vluchtelingencrisis’ alles op scherp zet.

Daar komt nog bij dat Europa straks bepaalt hoeveel asielzoekers Nederland moet toelaten. Dat maakt de kiezers in de volkswijken extra onzeker en gevoelig voor de retoriek van Wilders.

De linkse drie hebben nog niet het begin van een antwoord. Hoe moet links zich opstellen: idealistisch, volks of bestuurlijk?
Klaver noemt alles waar hij tegen is ‘economisme’. Dat impliceert dat het tij zal keren. Hij noemt echter geen datum.
Roemer kwalificeert het marktmechanisme als bron van alle kwaad. Zijn bewijs is pover: ‘In de zorg moeten ze voor elk aspirientje een formulier invullen.’ Dan moet je eens staatsziekenhuizen uitproberen.

Samsom hangt de wijsneus uit. De GINI-index wordt inderdaad niet in percentages uitgedrukt, maar in een getal in duizendsten tussen 0 en 1. Waarbij Nederland super gelijk is vergeleken bij andere landen. Het cijfer is hier altijd 0,338. Alleen in 2014 en 2015 schroeft de PvdA het cijfer met een paar duizendsten terug. In 2016 – daar had Roemer dan weer gelijk in – gaat de index 0,003 omhoog.

Als je econometrie hebt gestudeerd, kun je opgewonden raken van deze denivellering. Maar gewone kiezers zien het niet als Samsoms ‘eerlijke verhaal’ en haken af bij de PvdA. In de campagne liet hij zich bijstaan door een team hippe communicatieprofessionals, maar dat clubje viel ruziënd uiteen. Een fractielid vat Samsoms benarde positie kernachtig samen: ‘Zijn teamleden vertrokken. Zijn huwelijk is naar de knoppen. Zijn partij ligt in de kreukels.’

Vervroegde verkiezingen zouden desas­treus uitpakken. Daardoor zit Samsom dan weer stevig in het zadel, want hij is de man die in 2012 met VVD-leider Mark Rutte het Regeerakkoord sloot. Valt Samsom, dan valt het kabinet en heb je de poppen aan het dansen. De PvdA moet het tot de reguliere verkiezingen van maart 2017 zien te rekken.

Dan moet de in doodsnood verkerende PvdA de populariteit van ministers als Lodewijk Asscher en Jeroen Dijsselbloem of van burgemeester Ahmed Aboutaleb exploiteren en Samsom terzijde schuiven. Maar alle drie weten dat wie de dolkstoot toedient, het níet wordt.

PvdA’ers beschrijven de spanning tussen de leider en zijn uitdagers als broeiend: ‘Ze schuren tegen elkaar als tektonische platen. Daaronder bouwen enorme krachten zich op. Alle opgekropte energie komt een keer tot uitbarsting.’

Asscher heeft iemand nodig die Samsom op het juiste moment laat struikelen. Twee weken geleden leek dit te gebeuren. Felix Rottenberg, voorzitter van de kandidatencommissie, trok via Vrij Nederland ten aanval tegen Samsom en prees Asscher aan. Veel te vroeg en te doorzichtig. De attaque ‘vanuit de Amsterdamse grachtengordel’ werd afgeslagen. Rottenberg trok zich terug. Samsom kwam ietsje sterker uit de rel tevoorschijn, al is de strijd om zijn opvolging nu feitelijk geopend.

Schopstoel

In het Kamerdebat van vorige week hintte SP’er Roemer telkens op Samsoms schopstoel: ‘Straks eindigt u nog met het uitroepen van nieuwe verkiezingen!’ Klaver (GroenLinks) peperde het hem ook in. Toen de PvdA-fractie zat te gniffelen omdat hij zich even versprak, hoonde Klaver: ‘Ze hebben plezier in de PvdA…’ En na een ragfijne pauze: ‘Dat mag ook wel weer eens.’

Samsom stond even later te dromen van economische groei via hightech-milieubedrijfjes. Roemer interrumpeerde, want volgens hem moest de staat dat via een Nationale Investeringsbank financieren. Samsom behandelde hem als een student die bezig was een tentamen te verprutsen: ‘Dat heet niet ­Nationale Investeringsbank, het is Nationale Innovatiebank.’ Dit zijn nog slechts de parlementaire confrontaties. In feite is de hele linkerhelft van het politieke spectrum een kickboksgala.

De PvdA ligt ook met zichzelf overhoop, waarbij voorzitter Hans Spekman openlijk ­onderwijsminister Jet Bussemaker afdroogt. FNV-voorzitter Ton Heerts – ooit de nummer 5 van de PvdA – ziet zijn vakcentrale overhellen naar de SP en ligt op ramkoers met de PvdA-ministers. Vakbondsactivist Ron Meyer gaat op voor het SP-voorzitterschap.

Hij bestrijdt Sharon Gesthuizen, een bekwaam parlementariër, maar wel iemand die vindt dat de SP het vooral voor asielzoekers moet opnemen. Wilders – altijd geobsedeerd door de kiezers die tussen SP en PVV zweven – kan zich geen betere tegenstander wensen.

Curieus hoe Gesthuizen Roemer opzweept. Jan Marijnissen manifesteerde zich nooit als het om immigranten ging, want de grote massa SP-kiezers denkt al gauw in termen van ‘grenzen dicht’. Roemer denkt dat hij op dit thema iets te winnen heeft. En onmiddellijk stuift Wilders naar voren om een ramkraak op de SP te plegen.

Hoe meer het gaat over asielzoekers, des te beter voor de PVV en slechter voor de SP. Zijn ambtenaren het thema, dan scoort de SP en krijgt de PvdA een deuk.

Bijtende spot

Kort na de Tweede Wereldoorlog vochten PvdA en de Communistische Partij Nederland om de macht in de arbeidersbeweging. Beide partijen begrepen dat je in het parlement moet terugvallen op ‘een maatschappelijke basis’. De PvdA won. De aan die partij gelieerde NVV (later FNV) werkte de radicale Eenheidsvakcentrale eruit, zelfs in de Rotterdamse haven.

De CPN moest het voortaan doen met de in bijtende spot verpakte linkse praatjes van Marcus Bakker. Na hem verdwenen de communisten; ze gingen op in GroenLinks.

De huidige PvdA-toppers zijn niet volks genoeg om iets met de vakbonden op te hebben. Ze beweren dat het ‘loonakkoord’ met drie vakorganisaties volstaat voor alle 800.000 personeelsleden van de (semi-)overheid. Nummer vier, de FNV, zal wel bijdraaien.

Maar juist de FNV vertegenwoordigt de meeste leden en de acties bij de politie lopen uit de hand. FNV-voorman Ton Heerts noemt zijn partijgenoten ‘onbegrijpelijk, ongehoord en onbeschoft’. ’s Avonds dineert hij met SP’er Roemer, die alles met pretoogjes gadeslaat.

De FNV wordt het domein van de SP. De vakcentrale richt zich minder op loononderhandelingen, meer op acties. SP’ers bespelen de publiciteit met rituele verontwaardiging: ‘Red de zorg!’ En: ‘Stop de afbraak!’

Linkse kiezers laten zich wijsmaken dat de zorg een hardvochtige business is en dat zakkenvullers de ziekenhuizen runnen. Dat politieagenten voor een tientje nachtdiensten moeten draaien. Dat PvdA-wethouders op voorspraak van staatssecretaris Martin van Rijn zielige oudjes laten creperen. Maar het is ‘framing’ en uiteindelijk loopt de SP erop vast, want gewone Nederlanders houden niet van overdrijven en zwenken dan toch weer naar de bestuurlijke PvdA.

Grootkapitaal

De SP is groot geworden met acties tegen de overheid. SP’ers voeren geen campagne tegen het grootkapitaal, maar tegen wethouders, staatssecretarissen en ministers. Het is een heel andere partij dan de PvdA. ‘Als PvdA’ers een actie beginnen tegen een gemeente, dan lopen ze eerst naar het gemeentehuis om subsidie aan te vragen. SP’ers betalen het liever zelf,’ zegt SP-senator Tiny Kox.

De SP ageert tegen de staat en juist daarom scoort de partij goed in de voormalige katholieke provincies Brabant en Limburg, want daar staan de mensen van oudsher wantrouwend tegenover de staat.

De SP kwam in 1994 met twee zetels in het parlement en wist zich bij elke verkiezing te verdubbelen. Na twaalf jaar en vier verkiezingen had de club van Jan Marijnissen 25 zetels. SP’ers dachten dat ze op een gestage lijn naar boven zaten, dat ze hoe dan ook de PvdA zouden wegvagen en zich de regering zouden toe-eigenen.

Maar in 2015 is de SP net als andere partijen onderworpen aan de wetten van een grillige kiezersmarkt. De SP pakt 15 zetels als de campagne mislukt en 25 zetels als alles gladjes loopt. De SP kan alleen een klapper van 30 zetels maken met een geloofwaardige premier-kandidaat. Dat is Roemer niet.

SP’ers proberen zich een bestuurlijk imago aan te meten. Met spanning worden de verrichtingen van SP-wethouders gevolgd. De VVD wil ruiken aan praktisch ingestelde SP-bestuurders als Arjan Vliegenthart in Amsterdam en Paulus Jansen in Utrecht. Onder VVD’ers hoor je dat ze met zulke SP’ers beter zaken kunnen doen dan met PvdA’ers.

‘Je weet tenminste wat je aan ze hebt,’ zegt een liberaal uit het vorige kabinet. ‘En Roemer nodigde me ook nog uit carnaval te vieren in Boxmeer. Reuze gezellig. We spraken niet over politiek.’

Daar zit de tegenstrijdigheid. SP’ers ageren tegen de overheid en tegelijk doen ze zich voor als betere sociaal-democraten. Onder Roemer is de kans op regeringsdeelname klein en speelt dit niet. Maar ooit gaat de SP voorbij de PvdA. En dan zal ook de SP merken: ‘Regeren gaat van au.’

In de strijd op links spiegelen de matadors zich nu aan de Labour Party, waar Jeremy Corbyn een radicaal linkse koers verkondigt. Hij schijnt het goed te doen bij jongeren, want een anti-establishmentimago verkoopt. Maar Roemer met baard? Samsom in korte broek? Klaver die met rode vlag demonstreert tegen het bombarderen van de IS-terroristen? Uitgesloten.

Binnen Labour woedt een burgeroorlog. Tussen de linkse fracties in Den Haag gaat het niet beter. Bestuurlijk, volks of idealistisch? Wat de een tekort komt, heeft de ander weer te veel. Het zou misschien helpen als Samsom, Roemer en Klaver een poosje bij elkaars partijen stage zouden lopen.

Maar die suggestie wordt in de coulissen keihard weggelachen. Zij blijven liever doormodderen met hun onverzoenlijke stijlverschillen, omdat zij er alle drie van overtuigd zijn dat zij in hun eentje de andere twee zullen verslaan. Maar er komt een moment dat de PVV van Wilders zich de grootste, linkse partij van Nederland noemt.

Illustraties: Kaayman
Elsevier nummer 39, 26 september 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.