nederland

Witte de Withstraat: van ‘beetje fout’ naar bruisend stadshart

Door Servaas van der Laan - 07 september 2015

De ‘Wipper de Wipstraat’ werd de levendige Rotterdamse uitgaansstraat Witte de With. Met eigen festival.

Op een broeierige zomeravond eten twee Italianen een broodje kebab op het terras van shoarmatent Jaffa. Hun ogen gaan nieuwsgierig in het rond. Door Armani-shirtjes bestuurde bolides glijden grommend door de straat. Vespa’s zigzaggen langs auto’s en overstekende voetgangers alsof het pionnen zijn op een circuit. Op de terrassen kakofonisch kabaal. Dit zou Napels kunnen zijn, of Rome. Maar het is de Witte de Withstraat.

Je zou denken dat dit altijd al het bruisende middelpunt van Rotterdam is geweest. Maar tot zo’n twintig jaar geleden waren er geen hippe cafés en galeries, maar verstopte hoerenkasten en illegale gokhuizen én krantenredacties. Het was de tijd van de ‘Wipper de Wipstraat’ of de ‘Schieter de Schietstraat’.

‘Vroeger moest je hier bukkend over straat,’ vertelt Daan (48), die al sinds zijn jeugd in de Witte de Withstraat komt. ‘Aan het einde had je de Kluis. Dat was echt een schiettent. De Surinaamse dealers van de Kruiskade kwamen geregeld verhaal halen. Dat ging wel eens mis ja.’

‘Overdreven,’ vindt Tineke Speksnijder (‘104’), eigenaar van ‘journalistencafé’ de Schouw. ‘Het stierf hier van de sekshuizen en gokpaleizen, maar het was niet zo dat de kogels rond je hoofd vlogen. Het was rauwer, maar niet minder gezellig.’

Achterkamer

Het ‘beetje foute’ hoort al driehonderd jaar bij het stadswijkje rond de Witte de With, zegt Freek Homan (59), die als ‘opbouwwerker’ de transformatie van de straat van dichtbij heeft meegemaakt. ‘Dit is van oudsher een zeemanskwartier. Aan de Schiedamsedijk zaten voor de oorlog zeker tachtig cafés. Dat waren eigenlijk gewoon openbare woonkamers. En als pa niet thuis was, ging de zeeman met ma de achterkamer in.’

Na de oorlog schoven deze praktijken op naar de Witte de With, die gespaard bleef van Duitse bommen. ‘Lichte prostitutie en een beetje gokken hoorden er gewoon bij.’ Totdat het vanaf de jaren zeventig steeds harder werd. ‘Op een gegeven moment vielen er doden,’ zegt Homan. ‘Verschrikkelijk, maar het zette de wethouder aan tot actie.’

Aanvankelijk kreeg de gemeente nauwelijks grip op de straat, die toen in handen was van drie families die weinig zin hadden in vernieuwing.

Maar vanaf begin jaren negentig bundelden gemeente, ondernemers en bewoners de krachten om van de Witte de With ‘een boulevard van cultuur’ te maken. Er kwam een straf ontmoedigingsbeleid. ‘Op maandag kwam de brandweer, op dinsdag de Keuringsdienst van Waren en op woensdag de horeca-inspectie,’ zegt Homan. De gemeente kocht panden op en verhuurde die aan ‘schone’ ondernemers of aan de culturele sector.

Ron Sterk (47) was een van die ondernemers. Toen hij in 1999 café De Witte Aap kocht, zat boven nog een seksclub. ‘In die tijd kwamen zakenmannetjes aan de bar zitten die champagne bestelden. “Waar zijn de meisjes?” vroegen ze. Die stuurde ik naar boven.’ Naast De Witte Aap kwamen er zaken als Mamma, Rood Kapje en het Gelach, die de straat een hip en alternatief karakter gaven.

Vanaf 2003 werd de straat ‘ontdekt’ en begon het er echt druk te worden. De straat kreeg jaren geleden zelfs een eigen meerdaags festival in september.

Gekte

De gezelligheid werd gekte toen Lonely Planet De Witte Aap in 2009 uitriep tot ‘best bar in the world’. ‘Sindsdien stoppen hier touringcars met toeristen die je vragen “Where is the white monkey?” zegt Ies Plasschaert (57) van het tegenovergelegen café Iez. ‘De Witte de With was artistiek, maar is nu commercieel.’

Sterk: ‘Eerst had je de trendsetters, nu de trendvolgers. Dat zijn de streepjesbloezen die na hun werk een biertje komen drinken.’ Sterk vindt dat de straat moet oppassen dat het rauwe randje niet verloren gaat. ‘Rotterdam is geen truttige stad, dus het zal niet zo snel gebeuren. Maar je moet er wel voor waken.’

Gaat de Witte de With ten onder aan zijn populariteit? Homan relativeert: ‘De Witte de With was nooit zo slecht als-ie bekendstond, en zal nooit zo goed worden als-ie nu bekendstaat.’ Dat zal de komende driehonderd jaar nog wel zo blijven.

Elsevier nummer 37, 12 september 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.