nederland

Oekraïne over MH17: ‘Wisten niets van bereik Russische raketten’

Door Thomas Borst - 15 oktober 2015

Oekraïne had het luchtruim moeten sluiten in de aanloop van vlucht MH17, luidt de duidelijke kritiek in het rapport van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid. De Oekraïense ambassadeur in Nederland, Olexander Horin, verdedigt de handelwijze van zijn land.

Volgens Horin was Oekraïne niet op de hoogte van wapens met een bereik van 10 kilometer. ‘We wisten van Russische tanks, van aanvallen vanuit Rusland met grad-raketten en artillerie. Maar we wisten niet dat de separatisten wapens hadden die 10 kilometer hoog konden komen,’ zegt hij donderdag in een interview met De Telegraaf.

Kruisraketten

De Oekraïense ambassadeur benadrukt dat het luchtruim boven Syrië en Irak onlangs pas werd gesloten nadat er was gewaarschuwd voor Russische kruisraketten, terwijl er daarvoor ook al oorlog was. Maar toen werd het luchtruim ook niet gesloten voor commerciële vluchten.

De uitspraken van de Onderzoeksraad ziet Horin niet als kritiek op Oekraïne. ‘Als het gevaar uit Rusland komt, betekent het dat de wapens in handen zijn van professionele militairen. De Russen hebben al heel lang S400-raketten met een bereik van 18 kilometer hoog. Moeten daarom alle buurlanden hun luchtruim sluiten?’

Kiev zou vooraf echter genoeg aanwijzingen hebben gehad voor een algehele sluiting van het luchtruim. De Onderzoeksraad schrijft dat Oekraïne had moeten concluderen dat de burgerluchtvaart in gevaar was.

Schuldige

‘Nieuwe regels zijn nodig voor het vliegen boven gebieden waar een zogeheten hybride oorlog aan de gang is,’ vindt Horin. Hij zegt dat ‘iedereen’ de situatie verkeerd heeft ingeschat, omdat geen verband is gelegd tussen de burgerluchtvaart en het militaire conflict.

Omdat Nederland Rusland niet als directe schuldige aanwijst, blijft de echte schuldige buiten schot volgens de ambassadeur. ‘Iedereen weet wie er schuldig is.’ Het officiële onderzoek zal meer duidelijkheid verschaffen, besluit hij.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.