nederland

‘We willen dat salafisten zich van het jihadisme distantiëren’

Door Eric Vrijsen - 09 december 2015

Bijna drie jaar is Dick Schoof (58) nu Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid. In dit klimaat van aanslagen en permanente dreiging is hij ongetwijfeld de invloedrijkste ambtenaar. Wat houdt dat in?

Van alle topambtenaren is Dick Schoof op dit moment de invloedrijkste, maar zo zal hij het zelf nooit zeggen. ‘Ik voel de verantwoordelijkheid die deze functie heeft,’ zegt hij. En: ‘In de discussie over terrorismedreiging speelt de Nationaal ­Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid een eigenstandige rol.’

Neem bijvoorbeeld het scenario waarin een gekaapt verkeersvliegtuig op het Binnenhof, het Damrak of de Coolsingel afstormt. Twee F-16’s stijgen op. Via Dick Schoof wordt de minister van Veiligheid ­en Justitie geïnformeerd en die beslist of het toestel uit e lucht wordt geschoten.

Veiligheid

Is de minister onbereikbaar, dan beslist terrorismecoördinator Schoof. ‘Nee,’ zegt hij. ‘We bellen eerst nog de minister van Binnenlandse Zaken. Neemt geen minister op, dan beslis ik inderdaad.’

Schoof is het prototype van de ambtenaar. Loyaal en bereidwillig tot meedenken. Hij schetst meteen het verdere scenario: ‘Voor zo’n situatie hebben we een protocol. Dan kunnen we met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid bepalen wat ons te doen staat.’

Dan blijft het een razend ingewikkeld dilemma, want je hebt nooit volledige informatie; alleen puzzelstukjes. Wordt dat vliegtuig ingezet als terroristisch wapen? Of heeft het gewoon een storing? Wat je ook beslist, linksom of rechtsom kunnen onschuldige burgers om het leven komen.

‘Als de Dienst Speciale Interventies een pand binnendringt om een gijzeling te ­beëindigen, ligt het makkelijker. Ook een moeilijke afweging, hoor. Maar als zo’n operatie goed wordt uitgevoerd, vallen er geen onschuldige slachtoffers.’

Elsevier Uw functie luidt: terrorismebestrijding. Is dat niet misleidend? Het suggereert dat u terrorisme kunt uitroeien.

Schoof: ‘Ik ben nauwelijks bezig met de naam van mijn functie, maar ik ga mee in die redenering. We hebben nu te maken met Al-Qa’ida en met ISIS. Die laatste beweging heeft een eigen grondgebied in Syrië en Irak, plus een strijdmacht van jihadisten – onder wie Nederlanders – die als terrorist naar hier kunnen terugkeren, plus een heel effectieve manier om te communiceren met aanhangers hier. Dat alles werken wij niet zomaar weg. Wij doen niet aan bestrijding. We bieden risicoreductie.

‘We zeggen nooit dat we een aanslag voorkwamen. Hooguit dat we voorbereidingshandelingen hebben verstoord. Het lastige is: je doet het nooit goed. Want er is een aanslag en dan heb je gefaald.’

Of er gebeurt niks en dan ben je aan het paniekeren. Dan heb je een deel van Nederland stopgezet en bevestig je het angsteffect dat de terroristen willen bereiken. Dan help je ze mee jouw ­samenleving te ondermijnen. Dat is het dilemma.

‘Er is nooit een situatie dat je klip-en­klaar weet: meneer X en mevrouw Y plegen morgen om 6 uur met die en die spullen een aanslag. Het zal altijd gaan om omstandigheden waarin je moet zeggen: beter safe dan sorry. Zonodig treedt de Dienst Speciale Interventies op met een mandaat om mensen uit te schakelen. Dat hoort er ook bij.’

Bronbescherming

Elsevier De inlichtingendiensten hechten zeer aan bronbescherming. U weet niet waar hun informatie vandaan komt. Beslist u op grond van cryptische mededelingen?

Schoof: ‘Ik vind de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst niet cryptisch. De informatie is soms onduidelijk, omdat de ­situatie onduidelijk is. Om een betere inschatting te kunnen maken, vergaderen we nu wekelijks met elkaar.’

In de Ministeriële commissie Veiligheid komen de premier, de ministers van Veiligheid, Binnenlandse Zaken, Defensie en Buitenlandse Zaken, de hoofden van inlichtingendiensten en de Nationale Politie en ikzelf bij elkaar.

‘ We kunnen daardoor de constante voeding van inlichtingen in de goede context plaatsen. In een crisis heb je altijd te weinig informatie. Dat is geen verwijt, dat is een feit. Toch moet je besluiten nemen.’

 

Elsevier Onderling hebt u aan een half woord genoeg?

Schoof: ‘Wij leerden elkaar ontzettend goed kennen door de beveiligingsmaatregelen tijdens de inhuldiging van koning Willem­-Alexander, de voorbereiding van de nucleaire topconferentie (NSS) in Den Haag en de ramp met de MH17. Je bouwt onderling een hechte band op. Er is een basis van vertrouwen in wat iedereen qua functie of qua persoonlijk karakter kan en mag.’

Elsevier Dit klinkt als een band of brothers.

Schoof: ‘Nee, een club wapenbroeders zou zich verliezen in tunnelvisie en een wij­tegen-zij-cultuur. Dan zou je vanuit de emoties maatregelen treffen. Je moet rust bewaren en een open blik naar de feiten hebben.’

We voelen elkaar goed aan en dat is belangrijk. Zou je tijdens een crisis bij elkaar komen en eerst een rondje moeten doen om je aan elkaar voor te stellen, dan weet je zeker dat de crisis uitmondt in mismanagement.’

In elke crisis schakelt Schoof tussen politici en uitvoerende diensten. Hij zit een team ambtenaren voor dat de situatie in kaart brengt en beleidskeuzes formuleert. Intussen laat hij het ‘kernkabinet’ optrommelen.

Eenmaal in het crisiscentrum hakken de ministers op aangeven van Schoof knopen door. Schoof duidt dit alles nuchter aan met ‘hier op de zevende verdieping’.

Elsevier Bewaren ambtenaren in zo’n gestreste situatie beter de rust dan politici?

Schoof: ‘Nee. We oefenen vaak met de ministers, ook onverwacht. Ze beginnen met luisteren. Ik krijg het woord en geef een beeld van de situatie, plus wat er volgens ons moet gebeuren. De operationele diensten wachten niet op wat de ­ministers besluiten. Dat zou verkeerd zijn.

De vergadering is erop gericht dat de bewindslieden politieke verantwoordelijkheid nemen voor wat de diensten al doen. Hoe de operationele diensten werken, is bij de ministers bekend. Cruciaal is ook de communicatie. We reiken de minister-president de woorden aan, waarmee hij de bevolking kan meenemen in onze duiding van de aanslag of de ramp.

‘Bij de bewindslieden zie ik op zo’n moment geen kippendrift. Ze komen hier niet binnenstormen met bevelen hoe we het gaan doen. Premier Mark Rutte is doorgaans kort en bondig. Hij stelt buitengewoon scherpe vragen, die we in het ambtelijk vooroverleg niet altijd op voorhand bedachten.’

We komen snel ter zake, want alle scenario’s werkten we vooraf uit. En daarin kregen de uitvoerende diensten vooraf mandaat tot handelen. Niemand zit dus in de wachtstand. In de Ministeriële commissie punten we slechts de draaiboeken bij, want het is telkens net weer anders dan vooraf bedacht. Je moet lenig van geest blijven.’

Voetbalstadion

Officieel is Schoof een adviseur van het kabinet, maar in de praktijk zal er geen minister zijn die niet precies doet wat hij voorstelt. Want stel dat je zijn advies negeert om een voetbalstadion snel te ontruimen en er ontploft toch een bom, dan heb je een probleem. Schoof regeert via voorstellen, die politici omarmen. De keerzijde is dat hij de zondebok kan worden als het onverhoopt toch verkeerd gaat.

Elsevier Verschuilen politici zich achter uw atletische gestalte?

Schoof: ‘Ik weet niet of ik als zondebok word gebruikt. Als er een aanslag plaatsheeft, zal ik daar nooit vrede mee hebben. Wel is voor mij belangrijk dat ik dan recht in de spiegel kan kijken, wetende dat ik alles deed om de aanslag te voorkomen. Als dat het geval is, kun je die persoonlijke afrekening wel aan.

‘Ik aanvaard dat ik voorwerp ben van maatschappelijk debat. In september heb ik gezegd dat we niet uitsluiten dat terroristen zich mengen in de stroom Syrische vluchtelingen, maar dat we daarvan nog geen ­enkel voorbeeld zagen. Na de aanslagen in Parijs, bleef een Syrisch paspoort achter en bleken enkele daders in dat land te zijn geweest. Toen werd mij verweten dat ik zat te slapen. Wat een sukkel was ik toch!’

Elsevier Begin dit jaar werd besloten om militairen niet meer in uniform met het openbaar vervoer te laten reizen. Maar moet de staat niet vooral zichtbaar zijn?

Schoof: ‘Ja, maar dat is de staat ook. Politie en marechaussee zijn bewapend en die hijsen we heus niet in andere kleren tijdens woon-werkverkeer. Het is niet de primaire taak van militairen om de binnenlandse veiligheid te bewaken.
Als het dreigingsniveau toeneemt, kunnen we alsnog militairen inzetten. Daar hebben we een hele catalogus voor. Van extra handjes bij de bewaking en Explosieven Opruimingsdienst tot extra scherpschutters. Ook zij staan er klaar voor.

‘Sinds Parijs worden extra eenheden van de politie op piket gesteld, zodat er geen aanrijtijden zijn. De Dienst Speciale Interventies van mariniers, commandotroepen en politie (DSI) rijdt rond in een aantal steden.’

Ik zeg niet welke steden, want we kunnen de Rapid Response Teams niet overal inzetten. Maar als terroristen op diverse plaatsen lukraak beginnen te schieten, is de DSI razendsnel ter plaatse.’

Deze mannen zitten niet in een kazerne te wachten. Ze rijden permanent rond met alle zware wapens in hun gepantserde auto’s. Zij voeren de eerste tegenaanval uit. Extra DSI, arrestatieteams van de politie en de gewone politie komen erachteraan.’

Elsevier U schreef in september met de AIVD een nota over het salafisme. Kernwoord was ‘verdraagzaamheid’. Geeft u niet zo het signaal af dat Nederlandse autoriteiten schapen zijn? En is dat niet riskant?

Schoof: ‘Wij verdedigen onze rechtsstaat en dan grijp je niet naar middelen die onver­enigbaar zijn met de normen en waarden die daarbij horen. Iemand uit een totalitair ­regime zal altijd zeggen dat wij sukkels zijn.’

Wij nemen gebalanceerde maatregelen. Wij maken onderscheid tussen apolitiek salafisme, politiek salafisme en jihadi salafisme. Alleen die derde vorm gaat over de drempel van haat zaaien en oproepen tot geweld. Daar treedt ook het OM zo mogelijk tegen op. Tegen die andere vormen nog niet, maar de diensten en anderen letten wel scherp op verschuivingen.’

Elsevier U kunt er toch van uitgaan dat ook het apolitieke en het politieke salafisme het voorportaal zijn van jihadisten?

Schoof: ‘Dat is mogelijk. Deskundigen zijn het daar niet over eens. Het simpele feit van salafisme betekent niet dat je een individu kunt oppakken en het land uitgooien. We willen bereiken dat salafisten zich van het jihadisme distantiëren en een buffer vormen.’

‘Buitenlandse geldstromen naar moskeeën of andere instellingen worden pas onder de loep genomen als daar de basis wordt gelegd voor een gewelddadige islam; dat is maatwerk. Het is simpelweg niet verboden om geld te sturen of te ontvangen.’

Entourage

Dick Schoof zit in maart drie jaar op zijn post en heeft nog maximaal vier jaar te gaan. Hij valt formeel onder de minister van Veiligheid, maar feitelijk heeft hij steeds intensiever contact met de minister-president.

Allerlei problemen – nu ook de migrantenstroom – krijgen de kwalificatie ‘crisis’, ook omdat deze manier van beslissen goed bevalt. Als je ergens een noodsituatie van maakt, verdwijnen als vanzelf de politieke driften en tref je makkelijker een zakelijk compromis.

Elsevier Wanneer valt de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid ook formeel onder de premier?

Schoof: ‘Ik heb niet het gevoel dat ik op de verkeerde plek zit, want meestal vallen mijn besluiten onder de verantwoordelijkheid van de minister van Veiligheid. Daarnaast ben ik adviseur van het hele kabinet.’

In crisissituaties pakt de premier steeds nadrukkelijker de voorzittersrol op. Ik ben dichter naar de premier geschoven. Maar ook met de vicepremier en de andere ministers heb ik een directe lijn.’

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.