nederland

Met dit verhaal begon de Stiekemgate

Door Eric Vrijsen - 19 januari 2016

Op dinsdagavond 15 januari 2013 kwam de ‘Commissie-Stiekem’ bijeen over de ontvoering van Sjaak Rijke in Mali. Lees het verhaal hierover uit 2013 nog eens terug.

De Tweede Kamergebouwen zijn al uitgestorven als Geert Wilders (PVV), Emile Roemer (SP), Sybrand van Haersma Buma (CDA) en Alexander Pechtold (D66) elkaar dinsdagavond 15 januari ontmoeten in de beslotenheid van de ‘Commissie Stiekem’. Het is de eerste parlementaire dag van het jaar.

Ook de leiders van de regeringsfracties VVD en PvdA zitten in de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten, maar Halbe Zijlstra en Diederik Samsom trekken sowieso één lijn. Voor de oppositionelen is dat minder logisch. Hun meningen botsen vaak frontaal. Toch moeten ze samen de regering bestrijden.

Tegenoffensief

Daarom schept die Commissie Stiekem tussen hen zo’n band: je wordt ook als niet-regeringspartij serieus geraadpleegd over staatszaken en je mag delen in gewichtige geheimen. In de vergadering van 15 januari gaat het over het lot van de Nederlandse machinist Sjaak Rijke, die tijdens zijn vakantie in Mali werd ontvoerd door islamitische extremisten.

Het gaat ook over het lot van de andere ruim honderd Nederlanders in het Noord-Afrikaanse land dat bijna door jihadstrijders onder de voet wordt gelopen en waar Frankrijk een tegenoffensief is begonnen. Moet Nederland de Fransen helpen en welke represailles van de terroristen zijn dan te verwachten?

Rake oneliners

De vier oppositionele fractieleiders hebben ieder een eigen stijl. CDA’er Buma is degelijk en inhoudelijk. Hij is net terug uit Griekenland en Cyprus, waar hij de schuldencrisis met eigen ogen wilde aanschouwen.

Pechtold is meer een man die telefoongesprekken voert met allerlei deskundigen, zodat hij een vraagstuk treffend kan analyseren en er een paar rake oneliners op kan loslaten.

Wilders moet het hebben van zijn gebeitelde opvattingen én zijn lange ervaring in de Kamer. Roemer is dankzij een mooie televisiereportage – over de mislukte SP-campagne, maar eigenlijk veel meer over de eenzaamheid van een lijsttrekker – terug in de rol van nationale teddybeer. Daar kan de PvdA het nog knap lastig mee krijgen.

Alles geheim

In de Commissie Stiekem blijft alles geheim. De fractieleiders vangen elkaar geen vliegen af. Ze zijn collegiaal. Het opvallende van deze avond: ze vinden allemaal dat het Vrije Westen alles moet doen om Mali uit de greep van het moslimterrorisme te houden.

Alleen Roemer is nogal terughoudend, maar Wilders en Pechtold – in de plenaire vergaderzaal elkaars tegenpolen – zijn het eens. Je helpt de gegijzelde machinist niet door de jihadisten hun gang te laten gaan. Dan wordt het alleen nog erger en worden straks honderd Nederlanders gegijzeld.

Zo beginnen de fractieleiders eensgezind aan 2013. Toch belooft het een jaar vol parlementaire veldslagen te worden. Het Regeerakkoord eist dat de 115 bezuinigingsvoorstellen en lastenverhogingen vóór november de Tweede en Eerste Kamer passeren. Dat klinkt als een uitnodiging voor de oppositie om meteen te beginnen met torpederen.

De regeringspartijen VVD en PvdA leggen nu voor alle 115 wetsvoorstellen lijstjes aan van fractieleiders op wie ze wel, niet of heel misschien kunnen rekenen. Steunt D66 het afromen van de kansspelbelasting? Schaart de SP zich achter het afschaffen van de gratis schoolboeken, omdat vooral de hogere inkomens daarvan profiteerden, of trekt ze er juist tegen van leer? Kan het CDA het sluiten van ambassades billijken?

Prognoses zijn moeilijk. CDA, D66 en GroenLinks tekenden april 2012 in het ‘Voorjaarsakkoord’ voor allerlei bezuinigingen, maar nu kunnen ze altijd wel een argument vinden om alsnog tegen te stemmen. Het CDA deed dat al met de langstudeerboete, tot woede van de VVD. Welke strategie gaan de oppositiepartijen voeren?

Stormram

In de senaat gaan alle ballen nu via CDA-fractieleider Elco Brinkman. Dat geeft ook CDA-leider Buma in de Tweede Kamer een essentiële rol. Helaas voor VVD en PvdA is het CDA op de opportunistische toer.

Het CDA-verkiezingsprogramma bijvoorbeeld bezuinigt miljarden op de langdurige zorg. Nog zelfs iets meer dan het kabinet-Rutte II wil snijden.

Maar Mona Keijzer, de nummer twee van het CDA, verwerpt de kabinetsplannen met de AWBZ. Het CDA kan het ‘slimmer en handiger’ uitvoeren. Van een doorgewinterde bestuurderspartij zou je verwachten dat ze het kabinet helpt plannen te verbeteren en de last voor patiënten te verminderen.

Maar zo constructief is het CDA niet meer. Feitelijk komt Keijzer met ‘njet’. De partij leerde van Wilders, die met de stormram oppositie voert. Een CDA’er: ‘Wij gebruiken het fileermes. Althans achter de schermen. Maar zodra we beet hebben, dan grijpen we meteen naar de botte bijl.’

Weggezakt

CDA’ers realiseren zich dat hun partij is weggezakt in de kiezersgunst, door het overeind houden van coalities en sluiten van compromissen waarin de kiezers zich niet herkenden. ‘Dat is ons probleem. Om weer kleur te krijgen, moeten wij onversneden oppositie voeren,’ zegt een ingewijde.

D66 stelt zich veel coöperatiever op. Het trauma van deze partij is dat ze in de oppositie altijd fraai scoort in de peilingen, gevolgd door dito verkiezingsuitslagen en daarna in een kabinet belandt waar ze de verwachtingen niet waarmaakt en zichzelf halveert. D66-leider Alexander Pechtold moet die wetmatigheid doorbreken. En snel ook, want het zou zomaar kunnen dat Rutte II dit of volgend jaar valt. Tegenwoordig heeft Nederland elke twee jaar verkiezingen.
Van alle oppositiefracties is D66 nu het voorzichtigst. De democraten werken loyaal mee aan bijvoorbeeld de verhoging van de AOW-leeftijd, want ‘die maatregel hebben we zelf uitgevonden’. In de D66-wandelgangen is het codewoord: consistent. Pechtold voert oppositie vóór het kabinet door voortdurend te beweren dat er nog een tandje bij moet. D66’ers prijzen zichzelf om de ‘vechtreactie’ op het kabinet, in plaats van de ‘vluchtreactie’ van PVV, SP en CDA.

Armoedzaaiers

Opportunisme is eigenlijk goedkope oppositie en dus ook gevaarlijk. Op de burelen van de SP zegt een fractielid: ‘Weet je wel hoeveel het kabinet snijdt in de kinderopvang? Hoeveel dat mensen met een middeninkomen gaat kosten? Een paar honderd euro per maand. Daar gaat je tweede vakantie!’

Meteen grinnikt de SP’er om zichzelf. Mensen brandmerken als armoedzaaiers omdat ze slechts één keer per jaar met vakantie kunnen; dat is voor een socialistische partij niet helemaal de goede toon.

Overschreeuwen is een risico. Toch plaatsen de andere oppositiefracties vraagtekens bij de positieve houding van D66. De PVV wil veel wraakzuchtiger opereren. De vorige PvdA-leider Job Cohen was altijd Wilders’ favoriete tegenstander, maar dat begon te vervelen. Mark Rutte is het nieuwe doelwit. Het adagium in de PVV is: ‘Voor ons bestaat er geen kabinet. Wij hebben alleen de VVD.’

De politiek is beweeglijk en kiezers lijken het te begrijpen als een partij in een nieuwe rol pardoes van standpunt wisselt. SP-senator Arjan Vliegenthart: ‘Wij hebben in de vorige periode allerlei rapporten gepubliceerd over de verbroken verkiezingsbeloften van de PVV. Maar daarmee sloegen we electoraal geen deuk in een pakkie boter.’

Zelfs de zwevende kiezers tussen SP en PVV begrepen dat Wilders in de gedoogcoalitie compromissen moest sluiten. Het eeuwige verwijt dat een partij niet doet wat ze belooft, werkt niet meer. Kiezers halen daarover de schouders op. Behalve als het om een punt gaat dat echt wezenlijk is voor een partij, zoals de VVD heeft ervaren toen ze instemde met de inkomensnivellering van de PvdA.

Flexibel

Zelf zijn de leiders van de oppositiefracties flexibel genoeg om hun meningsverschillen opzij te zetten. Er ontwikkelen zich spelregels om de verstandhouding goed te houden. Bij tijd en wijle gaan ze in conclaaf en er is voortdurend telefoonverkeer.

Tijdens de crisis om de zorgpremies mocht Wilders de kar trekken.

Met steun van SP, CDA en D66 dwong hij het kabinet alle koopkrachtcijfers openbaar te maken. Dat was de eerste overval op Rutte II. SP, CDA en D66 mochten delen in het succes. De leiders kwamen bijeen in Roemers werkkamer, vanwaar cameraploegen en fotografen werden uitgenodigd om de eendrachtige oppositie vast te leggen. Vooraf spraken ze af dat Buma en Pechtold korte quotes zouden geven. Vervolgens zou Wilders de aanval leiden.

Bijkomend voordeel van de coördinatie voor de andere fractieleiders: ze profiteren van Wilders’ parlementaire vernuft – hij kent als geen ander de procedures – en ze voorkomen dat Wilders de kiezers wijsmaakt dat heel Den Haag hem uitkotst.

Ook in de rel rond VVD-bewindsman Frans Weekers over diens contacten met de omstreden Roermondse ex-wethouder Jos van Rey, trokken de fractieleiders gezamenlijk op.

De publiciteit is een markt en de fractieleiders vormen het kartel. Bij toerbeurt mogen ze met de eer strijken. Er gelden inmiddels ook regels als: wie het eerst komt, die het eerst maalt. Zo mocht Wilders aftrappen in het debat over de val van PvdA-staatssecretaris Co Verdaas, want het was de PVV Gelderland die de declaraties van toenmalig gedeputeerde Verdaas had aangevochten.

Krabbelaar

Premier Rutte stond zich te verdedigen, maar duidelijk was dat hij Verdaas een verachtelijke krabbelaar vond. Pechtold en Buma stortten zich in het debat. Normaal gaan fractieleiders nooit zo lang door met het zuigen en pesten van een premier. Maar omdat Rutte zich zichtbaar ongemakkelijk voelde, volhardden ze. De kunst was natuurlijk om Rutte zo te sarren dat hij zelf controle verloor en wild om zich heen zou slaan. Ook dat is oppositie voeren: een premier zo koeioneren dat hij met het servies gaat gooien. Het lukte overigens niet, of net niet.

Wilders is formeel oppositieleider. De PVV heeft evenveel zetels als de SP (15), maar kreeg 41.000 stemmen meer. CDA en D66 zijn qua zetelaantal niet veel kleiner. Ook Pechtold en Buma kunnen dit jaar boven zichzelf uitstijgen. En alle vier weten: wie de oppositie echt aanvoert, strijkt bij de eerstvolgende verkiezingen een extra bonus op. De oppositieleiders werken samen, intussen beloeren ze elkaar.

Dit verhaal stond in weekblad Elsevier,  23 januari 2013.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.