nederland

‘Zoektocht naar bonnetje Teevendeal bewust stopgezet’

Door Emile Kossen - 25 januari 2016

‘Het bonnetje’ van de Teevendeal – de transactie tussen de overheid en drugscrimineel Cees H. – was in 2014 bijna gevonden, maar ICT-medewerkers van de overheid werden door mensen hogerop gemaand hun zoektocht te stoppen.

Dat blijkt uit emails van de medewerkers die in handen zijn van tv-programma Nieuwsuur. Al in 2014 wisten ze waar de betalingsgegevens gevonden konden worden en waren ze dichtbij een succesvolle ‘restore’.

Opstelten

Op 5 juni kregen ze van hogerhand het bevel om te stoppen met zoeken; dat was twee dagen nadat toenmalig minister Ivo Opstelten de Tweede Kamer vertelde dat het bonnetje onvindbaar was.

Volgens de mailwisseling was het genoeg dat ‘feitelijk is vastgesteld dat er een back-up tape beschikbaar is.’ ‘Hiermee is (blijkbaar) voldaan aan de meer ‘politieke’ vraag of er inderdaad een back-up tape beschikbaar is.’

In maart 2015 vond Nieuwsuur ‘het bonnetje’, toen wist het ministerie het bankafschrift opeens wel te vinden. De affaire betekende het einde van de politieke carrières van Opstelten en staatssecretaris Fred Teeven.

Commissie

Naar aanleiding van de berichtgeving gaat de commissie-Oosting, die onderzoek deed naar de Teevendeal, opnieuw aan de slag. Dat schrijft minister van Justitie Ard van der Steur aan de Kamer.

In december 2015 concludeerde de commissie al dat de deal ‘van geen kant deugde.’ De afspraak om Cees H. 4,7 miljoen gulden en strafvermindering aan te bieden in ruil voor informatie van H., ‘kan de toets van kritiek niet doorstaan’ en had nooit gesloten mogen worden, stelde oud-ombudsman Martin Oosting.

Doofpot

Verschillende leden van de Tweede Kamer hebben al gereageerd op de nieuwe berichten. Jeroen Recourt van regeringspartij PvdA noemt het ‘moedeloos om van te worden.’ ‘De modderpoel bij het ministerie lijkt weer groter te zijn dan die al was. Deze nieuwe onthullingen moeten opnieuw worden uitgezocht door een onafhankelijke commissie.’

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.