Gerlof Leistra

Misplaatst enthousiasme van Openbaar Ministerie over inzet kroongetuigen

Door Gerlof Leistra - 30 januari 2013

Het enthousiasme van Openbaar Ministerie-baas Herman Bolhaar over de inzet van kroongetuigen in zware strafzaken is misplaatst en voorbarig.

In de uitspraak in het Passage-proces bleef kroongetuige Peter la Serpe grotendeels overeind, maar de rechtbank had zware kritiek op de gang van zaken.

Moordenaar La Serpe was ‘ingehuurd’ om een aantal spraakmakende liquidaties te helpen oplossen en zicht te krijgen op de opdrachtgevers achter de schermen.

Van de huurmoordenaars kregen er drie levenslang. ‘Moordmakelaar’ Fred Ros kreeg 30 jaar. De vermeende opdrachtgevers Dino Soerel en Ali Akgün werden na een eis van levenslang vrijgesproken van betrokkenheid bij de liquidaties.

Dossier

In het geval van Soerel werd het justitie aangewreven dat verklaringen van La Serpe over Willem Holleeder als opdrachtgever aanvankelijk buiten het dossier waren gehouden. Daardoor werden de belangen van Soerel ‘onherstelbaar’ geschaad. Een ‘rechtsdwaling’ en een ‘vormverzuim’.

Overeenkomstig de deal kreeg La Serpe acht jaar voor zijn aandeel in de moord op Kees Houtman. Over zijn strafrechtelijke betrokkenheid bij de moord op Gerrie Betlehem heeft hij volgens het vonnis mogelijk gelogen. De deal was nu juist dat hij de waarheid zou spreken.

In de clinch

Vier jaar lag het OM in de clinch met La Serpe over diens beveiliging. Daardoor heeft het proces veel langer geduurd dan gepland en is Holleeder nog op vrije voeten. Hem vóór de uitspraak arresteren, zou voor nieuwe vertraging hebben gezorgd en zo een bom onder het proces hebben gelegd.

Vraag is hoe het Hof in hoger beroep over de inzet en betrouwbaarheid van de kroongetuige oordeelt. Het OM moet niet te vroeg juichen. Er zitten veel haken en ogen aan de huidige procedures. Bovendien gaan de vermeende opdrachtgevers vooralsnog vrijuit.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.