Liesbeth Wytzes

Plasterk heeft gelijk! Ouders moeten weer autoritair durven zijn

Door Liesbeth Wytzes - 18 januari 2013

Ja, opvoeden is moeilijk mensen. Je doet het nooit goed, je slooft je wezenloos en na twintig jaar verdwijnen je kinderen, zonder ook maar één keer in dankbaarheid om te kijken naar het uitgeputte ouderpaar. Als die nog een paar zijn.

En nu krijgen we van de minister van Binnenlandse Zaken, Ronald Plasterk (PvdA), ook nog eens te horen dat het niet goed genoeg is. Hij vindt dat veel dingen die in de maatschappij misgaan, uiteindelijk te herleiden zijn tot een gebrekkige opvoeding.

In de Volkskrant wordt hem door de hoofdredacteur van het blad J/M de les gelezen, als was hij een stoute leerling. En niet zo’n beetje ook. ‘Enorme onzin, pure geschiedvervalsing,’ schreeuwt deze Evert de Vos. Poe, poe.

Pushen

Ik kreeg bij het lezen van zijn verweer de indruk dat hij het over een bevolkingsgroep heeft waar niet zoveel misgaat, met ouders die steeds braaf naar tien-minutengesprekken gaan en hun kinderen tot grote prestaties willen pushen. Dat is toch wel een beetje Amsterdam-Zuid – waar kinderen ook uitermate vervelend en irritant kunnen zijn trouwens.

De Vos neemt het op voor ouders, want die doen volgens hem juist heel veel met hun kinderen, veel meer dan vroeger, en van al die kritiek worden ze maar onzeker en raken ze helemaal de kluts kwijt en dan heb je de poppen aan het dansen.

Ik vraag me af wat er zo verkeerd is aan onzekerheid. Dat is tegenwoordig een grote diskwalificatie, net alsof je een erge ziekte hebt of een mentaal probleem. Maar onzekerheid is juist goed, daardoor ga je twijfelen en beter nadenken. Niets erger dan zelfverzekerdheid, dat leidt tot helemaal niets. Daar moet je juist níet naar streven. De Vos weet wel hoe het allemaal komt. ‘Al die probleemjongeren, die hebben gewoon te weinig liefde gekregen.’ Hoppa, dan hebben we dat probleem ook weer opgelost.

Gezag

Maar Plasterk heeft natuurlijk volstrekt gelijk. Kinderen die hun leraar in elkaar slaan, of een ambulancemedewerker, of een tramconducteur, of een grensrechter bij voetbal, of nota bene de huisarts, jongeren bij wie het woord ‘autoriteit’ meteen agressie opwekt, die geen gezag verdragen, die hebben kennelijk nooit geleerd dat je dat soort dingen dus niet doet.

Kinderen die straf krijgen op school en de volgende dag met een boze vader hun gelijk komen halen, dat is niet normaal. Die kinderen leren alleen maar dat gezag flauwekul is, niet iets om je ooit aan te onderwerpen, en dat het prima is om zo’n ambulancebroeder in elkaar te meppen als zijn gedrag je niet aanstaat of de ambulance te lang wegblijft.

Natuurlijk is liefde heel belangrijk en moet je je kinderen altijd het gevoel geven dat je van ze houdt. Dat gaat in de meeste gevallen vanzelf, maar dat is alleen het begin.

Middernacht

Het gaat er in de eerste plaats om wat voor vorm die liefde aanneemt. En dat moet geen vormloze bak aandacht zijn, of dat bange gedoe dat je je kind altijd maar gelijk geeft en tot middernacht op straat laat zwieren omdat er anders ruzie is. Dat is eigenlijk verwaarlozing.

Liefde geven betekent ook dat je ‘nee’ zegt tegen een zeurend kind, en we weten allemaal hoe moeilijk en stomvervelend dat is. Dat je zo’n kind van alles verbiedt, vertelt wie de baas is (jij, en de meester en de juf, en de leraar, en de agent), en dat je in beginsel doet wat die mensen tegen je zeggen.

Omdat autoriteit zoiets moeizaams is geworden, hebben ouders er ook problemen mee om hun eigen autoriteit te laten gelden. Want weten dat je grenzen moet stellen is iets heel anders dan het ook daadwerkelijk elke dag doen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.