Afshin Ellian Afshin Ellian

Waarom we de Tweede Wereldoorlog moeten blijven herdenken

Door Afshin Ellian - 28 januari 2013

Auschwitz Memorial Day in Amsterdam: een beladen dag voor Nederland. Historici hebben getracht te verklaren waarom zo veel Nederlanders bewust of onbewust hebben meegewerkt aan de Jodenvervolging. De Jodenvervolging liep in Nederland als een geoliede machine. De ultieme nazidroom: punctualiteit en perfectie bij de herschepping van de mensheid.

Aanvankelijk wilde Nederland alleen worden gezien als een land van helden en slachtoffers. Het duurde heel lang totdat onder ogen werd gezien dat nogal wat Nederlanders en Nederlandse organisaties met Duitse bezetters hebben samengewerkt bij de uitroeiing van de joodse bevolking.

Hoge Raad

Rechtsgeleerde Corjo Jansen onderzocht met medewerking van Derk Venema de Hoge Raad tijdens de Tweede Wereldoorlog. Is het niet vreemd dat pas ruim zestig jaar na de oorlog het hoogste rechtscollege van Nederland aan een onderzoek wordt onderworpen?

Het onderzoeksresultaat is in 2011 gepubliceerd: De Hoge Raad en de Tweede Wereldoorlog. Recht en rechtsbeoefening in de jaren 1930-1950.

Wat kenmerkte de meeste de Nederlandse organisaties tijdens de bezetting? Een moeilijke vraag! Maar wellicht geeft dit citaat van mr. Visser bij de opening van de eerste zitting van de Hoge Raad na de Duitse inval, meer inzicht:

‘De Hoge Raad komt thans bijeen zoals hij in zijn honderdjarig bestaan nog niet bijeen is geweest, in tijd van oorlog. Nederland is het slachtoffer geworden van een overval, even verraderlijk als ongemotiveerd. Terwijl wij hier bijeen zijn, worden onze landgenoten vermoord. Allen scharen zich om H. M. de Koningin en doen hun plicht in den ruimsten zin van het woord.’ Een dramatische constatering van iemand die werkelijk niets had met nazi-Duitsland.

Luchtaanval

De onderzoekers becommentariëren dit citaat met de volgende analyse: ‘De zitting duurde slechts kort door een luchtaanval. Maar na een aantal weken was het gewone dagelijkse leven weer op gang gekomen. De treinen en trams hadden hun dienst hervat. De mensen gingen naar hun werk. De melkboer en de bakker bezorgden hun waren. Bioscopen werden drukker bezocht dan ooit tevoren. De rechters spraken weer recht, nadat Tenkink hen aanvankelijk bij circulaire van 1 juni 1940 had opgeroepen geen uitspraak te doen in aanhangige zaken. Ook bij de Hoge Raad keerde de routine van alledag terug. De stemming was niet defaitistisch.’

Ook hier hebben we het over hetzelfde volk, het volk dat de bezetter haatte.

De routine van alledag keerde gemakkelijk terug in een land dat door een vreemde macht was bezet. Het is precies de routine van alledag die zich verzet tegen morele afwegingen die gevaren kunnen meebrengen. De routine van alledag wil niet worden gestoord. Oorlog of geen oorlog, de routine van alledag kan als routine functioneren als er geen verstorende factoren optreden. De routine van alledag is rust en, jawel, vrede.

Ariërverklaring

Alle ambtenaren moesten van de bezetters een ariërverklaring ondertekenen. Vanuit de Leidse rechtenfaculteit kwamen protesten. De hoogleraren Cleveringa en Telders verzetten zich tegen de ondertekening van de ariërverklaring. Zij probeerden de Hoge Raad ervan te overtuigen de ariërverklaring niet te tekenen.

Want als de Hoge Raad een dergelijke verklaring tekende, zouden alle andere rechtscolleges en juristen worden aangemoedigd om ook de ariërverklaring te tekenen.

Bijna 98 procent van de ambtenaren van het ministerie van Justitie heeft de ariërverklaring ondertekend. En 95 procent van de Nederlandse rechters deed dat ook. Zo werden de joden uit de rechterlijke macht gezet. Systematisch koos Nederland voor de routine van alledag.

Uitvoerders

Alle overheidsdiensten die tot nu toe zijn onderzocht, tonen hetzelfde beeld. Er zijn ook voorbeelden van hevige samenwerking met de bezetter. Niet omdat ze allemaal pro-nazi waren. Eerder waren het brave uitvoerders.

Professor Peter Essers uit Tilburg deed onderzoek naar de Belastingdienst ten tijde van de Duitse bezetting. Ook de Belastingdienst werkte graag mee met nazi’s, aldus Essers. Peter Essers confronteert ons met deze duistere geschiedenis, die ethisch gezien allesbehalve grijs was. Vanuit een ander perspectief stelt Essers de vraag naar de houding van de Nederlandse bevolking en staatsinstellingen ten opzichte van de bezetter: ‘Die gaat niet over de vraag of de Nederlanders in de oorlog een volk van daders of van helden waren, maar of zij op zijn minst compassie hebben getoond met hun joodse medeburgers.’

Essers’ onderzoek laat een ondubbelzinnig beeld achter: ‘Het moge dan zo zijn dat de meeste Nederlanders geen nazi-aanhangers waren, veel empathie tegenover de joden hebben ze niet aan de dag gelegd.’

Verstoring

De routine van alledag wil nu wellicht de herinnering aan de Jodenvervolging vervagen, nuanceren, ‘het gebeurde lang geleden’, om de laatste verstoring van de routine, namelijk herinneren, uit te wissen.

Herinneren herinnert ons wellicht aan de oorzaken van het morele tekort in het verleden.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.