Arthur van Leeuwen

Plasterk, laat de provincie lekker de provincie!

Door Arthur van Leeuwen - 06 februari 2013

Minister Ronald Plasterk (PvdA) van Binnenlandse Zaken zet namens het kabinet een PvdA-traditie voort: eeuwenoude bestuursvormen ‘moderniseren’. Knutselen aan de schaal van het openbaar bestuur levert alleen nooit iets op.

De wens van het kabinet is om Noord-Holland, Flevoland en Utrecht tot een provincie te smeden, aanvankelijk gekoppeld aan het streven naar gemeenten met minstens 100.000 inwoners. Die voornemens staan in het Regeerakkoord, zonder enige argumentatie.

Dus ook niet waarom Noord- en Zuid-Holland niet zouden fuseren met Zeeland. Hooguit is er de aanname zonder bewijs dat schaalvergroting altijd beter is voor de burger.

Bijbaantjes

Toegegeven, de provincies zijn zwakke bestuursorganen met een wankele basis. De inwoners mogen naar de stembus, maar waarover het gaat en wie wat doet in het provinciehuis – daar is weinig zicht op.

Ja, de commissaris van de Koningin laat af en toe zijn neus zien bij feestjes, als hij niet te druk is met bijbaantjes.

Waarschuwing

Twee voorbeelden hadden een waarschuwing moeten zijn. Deze week zijn, tot zegen van vooral Amsterdam, de stadsdeelraden definitief naar de bestuurlijke vuilnisbelt verwezen. Dat knutselwerkje diende vooral om de PvdA in de hoofdstad aan pluche en totalitaire macht te helpen – tegen hoge kosten.

Het tweede voorbeeld stamt uit de tijd van de eerste Paarse kabinetten: toen moesten er stadsprovincies komen rond de grote steden. Hoe het met de rest van de betrokken provincies moest aflopen, werd nooit helder.

Het plan sneuvelde onder groot parlementair tumult. Jaren van vergaderen, politieke vuurtjes stoken, en dikke pakken met dure adviezen waren vergeefs – het werd drie keer niks.

Nuttigs

Bestuurlijke problemen oplossen is geen kwestie van schaal, maar van betere afspraken over taken en bevoegdheden tussen bestuurslagen – in dit geval provincies en rijk.

Laat Nederland zoals het is. En geef die Plasterk in hemelsnaam iets nuttigs te doen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.