Paul Lieben

Turkse les? Turks nationalisme kent geen grenzen

Door Paul Lieben - 25 februari 2013

De Turkse Arbeidersvereniging HTIB daagt de (Nederlandse) Staat voor de rechter en eist dat de overheid betaalt voor lessen in het Turks op de basisschool. Hier blijkt maar weer eens uit dat het Turks nationalisme letterlijk en figuurlijk geen grenzen kent.

Zo baarde een Turkse bewindsman eerder al eens opzien door te eisen dat er in Duitsland Turkstalige universiteiten moesten komen.

Recht

Als het aan de Turkse arbeidersvereniging ligt, blijven Turkse Nederlanders tot in de eeuwigheid Turk.

Dit getuige de onnavolgbare redenering van zegsman Mustafa Ayranci: ‘Ieder kind heeft het recht om zijn moedertaal te leren spreken. In veel Turkse gezinnen wordt er alleen Turks gesproken. Het is belangrijk dat kinderen thuis goed met hun ouders kunnen communiceren.’

Koerden

Nu is er bij mijn weten niemand die verbiedt dat Turkse Nederlanders, Turks spreken of leren spreken. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld Koerden in Turkije zelf, die decennialang geen Koerdisch mochten spreken. En een beetje immigrant wil voor een succesvol verblijf van hem- of haarzelf en de kinderen toch zo snel mogelijk zorgen dat de moedertaal vervangen wordt door de taal van het nieuwe land?

Zoniet sommige Turkse immigranten.

Categorisch weigeren

Doordat een deel van de eerste, tweede of zoveelste generatie Turken in Nederland thuis en soms ook buitenshuis, categorisch blijft weigeren Nederlands te leren en te spreken, moet onderricht in het Turks plotseling maar door de Nederlandse staat georganiseerd en betaald worden.

Wat een gotspe! Dat zou dan eigenlijk een beloning voor slecht gedrag zijn, aangezien heel veel andere nationaliteiten er wel in slagen zich het Nederlands binnen een redelijke termijn eigen te maken en ook thuis te spreken. Zonder hun hand op te houden.

Ondernemerszin

Over die andere nationaliteiten gesproken, er zijn er inmiddels nogal wat vertegenwoordigd in dit land, en ze spreken tientallen talen. Het is onbegonnen werk en onwijs om aan al die medelanders onderwijs in eigen taal te gaan aanbieden.

Wil de Turks-Nederlandse gemeenschap dan toch zo graag dat het Turks naast thuis, ook buitenshuis wordt aangeleerd, dan staat die gemeenschap niets in de weg om hiertoe ondernemingen op te richten. En met de ondernemerszin is het doorgaans goed gesteld bij de Turkse gemeenschap.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.