Marcel Duyvestijn

Bram Moszkowicz en John Ewbank: twee moderne Icarussen

Door Marcel Duyvestijn - 23 april 2013

De trotse tronie van Icarus, daar zou ik een boek over willen schrijven. Deze week: Bram Moszkowicz en John Ewbank.

De hoogmoed die voor hun val kwam, was prachtig om te zien. Ze straalden, vlakbij de zon. Dan voel je je het lekkerst, als je vleugels warm voelen, maar nog niet smelten. De val zelf is voorspelbaar. Dat geeft alleen veel kabaal.

Drie middelvingers

Eerst John Ewbank. Een gevierd man, dé tekstschrijver van Marco Borsato. Hij mocht het lied der liederen schrijven. Een nieuw Wilhelmus. Een nieuwe Internationale. Voorwaar geen kattenpis. Daar sta je dan. Maar van spanning was geen sprake.

In De Wereld Draait Door zat hij er ontspannen bij, T-shirtje aan, borsthaartjes vooruit. Hij kwam net uit Ibiza en wapperde met zijn hand. Ach, kritiek. Pfff. Drie middelvingers in de lucht, dacht hij. Kom op. Kom op. Maar hij viel.

Hard en met veel gedonder.

Toga

Terwijl John Ewbank al op de grond lag, plofte er een andere grootheid naast hem neer. Bram Moszkowicz, een groot advocaat. De man die Geert Wilders met eclatante eloquentie verdedigde. Hij vloog hoger en hoger.

Overdag in zijn Italiaanse maat toga, ’s avonds over de rode lopers. Hij was de modderfokker. En hij wist het. Dat was van zijn trotse tronie te lezen.

Geld

Ach, die belastingaanslag. Die verongelijkte clientèle. Die domme cursusjes. Daar ga je een koning toch niet mee lastigvallen? Toch wel. De val van Bram ging trapsgewijs. Eerst ging Eva Jinek weg. Toen zijn morrende broers. Toen zijn geld. En nu dus zijn toga.

De val is zo prachtig dat het nog moeilijk wordt er een geloofwaardig boek over te schrijven.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.