Paul Lieben

Gesprek met Turkse consul-generaal: ‘Turkije is niet arrogant, maar openhartig’

Door Paul Lieben - 19 april 2013

Na afloop van een bijeenkomst van de Dutch Dream Foundation, waarin allochtoon ondernemerschap ter sprake kwam, trof ik Togan Oral, de consul-generaal van Turkije in Nederland.

Met hem had ik een kort interview over diverse Turks-Nederlandse kwesties. De adoptiekwestie kwam aan bod, maar ook die van de dienstplicht voor Turkse Nederlanders. Deze werd jaren geleden aangezwengeld aan in deze Elsevier-blog en in de Volkskrant en er zijn eindelijk nieuwe ontwikkelingen.

Allereerst een vraag over deze bijeenkomst van de ‘Dutch Dream Foundation’: wat is het belang van deze bijeenkomst over allochtoon ondernemerschap?

‘Het is belangrijk om te weten dat relatief veel Turkse Nederlanders van de eerste generatie, maar ook van de tweede, als ondernemer werkzaam zijn en successen boeken. Dat draagt bij aan hun integratie in Nederland, aan de economie en het schept ook kansen voor de toekomst. Op een dag als deze stralen mensen dat uit en inspireren zij mogelijk vele anderen op hun beurt.’

Hoe komt het dat Turken van huis uit nogal ondernemend zijn?

‘Ha ha! Wel, ik denk dat het in de Turkse genen zit, net zoals bij de Nederlanders trouwens. Wat dat betreft kunnen we goed door één deur, zoals de recente viering van vierhonderd jaar betrekkingen tussen Nederland en Turkije laat zien. Die betrekkingen hebben bovendien altijd in het teken van handel en ondernemerschap gestaan. We zijn nu eenmaal allebei en van oudsher handelsnaties.

‘Turken nemen graag gecalculeerde risico’s, die horen bij het ondernemerschap. Ze durven dat mede omdat er grote solidariteit bestaat binnen families en tussen generaties. Familieleden geven elkaar kredieten die behapbaar zijn. Gaat het een keer mis, dan is de schade te overzien en lukt het een volgende keer vaak wel.

‘Interessant is het om te zien dat Turkije zelf nu ook zijn vleugels uitslaat, bijvoorbeeld in Afrika. In een land als Ivoorkust nemen wij onze intrek in een ambassadegebouw. Een ambassadegebouw overigens dat Nederland zojuist verlaten heeft.’

In recente bezoeken van premier Recep Tayyip Erdogan, bijvoorbeeld aan Nederland, lijkt het erop dat Turkije sterk aan zelfvertrouwen heeft gewonnen. Maar zit dat zelfvertrouwen soms niet dicht tegen arrogantie aan?

‘Ik beschouw onszelf niet als arrogant en zou weer de vergelijking met Nederland willen maken. Nederland wordt ook weleens arrogant genoemd, maar zowel Nederland als Turkije zou ik willen betitelen als openhartig.’

Maar als we kijken naar de uithuisplaatsing en adoptie van sommige Turks-Nederlandse kinderen en de Turkse kritiek hierop?

‘Het is belangrijk om op te merken dat premier Erdogan tijdens zijn recente bezoek aan Nederland, het Nederlandse kinderzorgsysteem als zodanig niet heeft bekritiseerd. Wel heeft hij openhartig benadrukt dat de Nederlandse en de Turkse regering moeten samenwerken en samen moeten optrekken in dit vraagstuk.

‘Het gaat ons er slechts om gezamenlijk een goede oplossing te vinden. Gezamenlijk omdat wij Turkse Nederlanders ook nog steeds als Turk beschouwen, naast hun Nederlanderschap natuurlijk. Als mensen zich dan tot ons wenden, dienen wij ook hun belangen te behartigen. We praten hierover overigens weer op grassrootslevel.’

Terugkomend op het ondernemerschap van Turken in Nederland: is het niet erg onhandig dat ze op een bepaalde leeftijd de Turkse dienstplicht moeten vervullen? Of, als ze deze afkopen, toch nog voor een maand naar Turkije moeten om daar op een kazerne te verblijven?

‘Sinds december jongstleden is dat veranderd. Als een Turkse Nederlander de dienstplicht afkoopt, hoeft hij niet meer voor een maand naar Turkije. Dit omdat wij willen bijdragen aan het geluk van de Turkse Nederlanders, in welke vorm dan ook. Daarom zijn er ook grote inspanningen gaande om het bedrag van de afkoopsom te verlagen.’

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.