Gertjan van Schoonhoven

Het staatsrecht is hard: het Koningspaar kent Zijn plaats

Door Gertjan van Schoonhoven - 18 april 2013

Interviews zijn er voor persoonlijke ontboezemingen, maar in de praktijk moeten ze vaak iets pluggen: een goed doel, een nieuw boek of een boodschap. Het ‘grote tv-interview’ met prins Willem-Alexander en prinses Máxima was hierop geen uitzondering.

Het kende zeker persoonlijke momenten – vooral bij de soms opvallend ‘losse’ Willem-Alexander – maar het ging maar om één ding: volk en volksvertegenwoordiging duidelijk maken dat Koning- en Koningin-to be hun plaats kennen.

Als zijn moeder op 30 april in de Mozeszaal van het Paleis op de Dam de Akte van Abdicatie ondertekent, begint voor koning Willem-Alexander en koningin Máxima een leven dat volledig ondergeschikt is aan de Tien Geboden van het staatsrecht. Dat beiden dat accepteren, was de boodschap die moest worden overgebracht.

Uit het boekje

Dus nee, het koningschap is geen duobaan: er is er maar één Koning in staatsrechtelijke zin en dat is Willem-Alexander. Dus ja, als de volksvertegenwoordiging een nóg ceremoniëler Koning wil, dan legt hij zich daarbij neer: de Kamer is de baas.

Ook op de vraag wat voor Koning hij wil zijn, gaf hij het antwoord uit het boekje: eentje die wil ‘samenbinden, vertegenwoordigen en aanmoedigen’. Veel nieuws en persoonlijks zat er in de harde kern van het interview dus niet.

Wel maakten zijn fatalistische opmerkingen over het ceremoniële koningschap duidelijk dat Willem-Alexander zich er goed van bewust is dat dit politiek dichter bij is dan ooit.

Pijnlijk

Het staatsrechtelijke karakter ervan maakte dat je Willem-Alexander in de loop van het gesprek zag groeien – tot Koning, de enige echte – en Máxima een beetje zag krimpen. Anders dan de afgelopen jaren zat ze in een ondergeschikte rol; elke indruk moest worden vermeden dat er straks twéé mensen op de troon zitten.

Best pijnlijk om te zien. Toen Willem-Alexander zei: ‘er is maar één staatshoofd; je wordt ondersteund’ voelde dat toch een beetje als de verloochening van de vrouw aan wie hij erg veel te danken heeft.

Haar vader was ze al kwijt, staatsrechtelijk, haar man nu ook. Het staatsrecht is hard, zeker voor Koninginnen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.