Afshin Ellian Afshin Ellian

Gelukkig, het Comité 4 en 5 mei is wakker geworden

Door Afshin Ellian - 03 mei 2013

Het Nationaal Comité werd door mij en anderen zwaar onder vuur genomen. Heeft dat gewerkt? Zijn de leden van het Comité aan het denken gezet?

Wat herdenken we op 4 mei? Deze onnatuurlijke vraag werpt zich op na enkele incidenten. Een rare burgemeester wilde vorig jaar langs de graven van daders uit de Tweede Wereldoorlog lopen, om ook aan hen eer te bewijzen. Plotseling bleek dat iedereen slachtoffer kon zijn van de Tweede Wereldoorlog.

Alles is grijs en verzoening staat voorop, was de gedachte bij revisionisten van de 4 mei-herdenking.

Onbezonnen gedachte

Inderdaad, iedereen als slachtoffer. Wellicht met uitzondering van de Führer zelf. Iedereen kon worden geëerd: de Gestapo, de SS, het verzet, Joden, NSB’ers. Deze sarcastische toestand was niet het resultaat van een onbezonnen gedachte in een dorpje in Nederland.

Decennialang heeft men getracht om het verleden te vergrijzen. In de dubbele betekenis van het woord: door de vergrijzing gaan de meeste oorlogsgetuigen heen en het verleden was – zo werd beweerd – niet zomaar een strijd tussen goed en fout, of goed en kwaad, of recht en onrecht en vrijheid en tirannie.

Grote verhalen

Het postmodernistische wereldbeeld was de oorlog zat. De oorlog was postmodernisten een doorn in het oog. Natuurlijk waren er gebeurtenissen en personen die zich in een grijs gebied bevonden. Maar dat heeft niet te maken met het algemene oordeel over de strijd gedurende de Tweede Wereldoorlog.

Het politieke postmodernisme kondigde het einde aan van de grote verhalen. Er zouden slechts multi-interpretabele politieke verhalen zijn. Daardoor zouden er ook geen grote verhalen zijn met een duidelijke scheidslijn tussen gebeurtenissen en personen met hun bedoelingen of motieven. De maatschappelijke strijd moest op een literair-kritische wijze worden benaderd.

Grijs

Natuurlijk waren er figuren met een sterk eigenbelang bij het ‘vergrijzen’ van het verleden. Zodoende kon je in het reine komen met eigen geschiedenis: niemand was goed maar niemand was ook slecht.

De banaliteit van vergrijzing, nogal altijd in een dubbele betekenis, had bijna gewonnen. Het geweten werd grijs geverfd.

Het hoogtepunt van de postmodernistische triomf werd bereikt in 2012. In dat jaar zou een jongen bij de nationale herdenking op de Dam een gedicht voordragen over zijn SS-oudoom, die door de Russen in het oosten tijdens de oorlog om het leven werd gebracht.

Met afschuw en verbijstering namen mijn Joodse vrienden en de kinderen van verzetsstrijders kennis van dat waardeloze SS-gedicht. Het ergste was dat niemand in het Nationale Comité bezwaar had gemaakt tegen deze gewetenloze triomf van vergetelheid. Uiteindelijk heeft het comité onder druk van de publieke opinie het gedicht tegengehouden.

Tumult

Het Nationaal Comité werd door mij en anderen zwaar onder vuur genomen. Heeft dat gewerkt? Zijn de leden van het Comité aan het denken gezet?

Wie moeten we op 4 mei herdenken? Deze vraag wordt ondubbelzinnig beantwoord door het Nationaal Comité 4 en 5 mei. In dagblad Trouw geeft Jan van Kooten, de directeur van het Comité, duidelijkheid. Hij wil geen tumult meer rond de Dodenherdenking.

Op 4 mei worden slechts de Nederlandse slachtoffers herdacht die vielen tijdens de Tweede Wereldoorlog en de militaire vredesmissies daarna.

Het Comité erkent de fouten die eerder zijn gemaakt. Ze willen er snel en op tijd bij zijn, en vooral duidelijkheid verschaffen: ‘Als iets verkeerd kan worden uitgelegd, dan moeten we het niet doen.’

Wakker geworden

Begrijpt het Nationaal Comité de commotie rond dat SS-gedicht? Ja, inmiddels wel. Nine Nooter, mededirecteur van het comité, zegt daarover in Trouw: 
’Wij snappen de emoties die dat heeft opgeroepen. Je moet op 4 mei niet de daders herdenken.’ Het Nationaal Comité is wakker geworden.

En hoe zit het met die domme bewering over verzoening, geuit door een burgemeester die langs de graven van de nazi’s wilde lopen? Daarover is het Nationaal Comité ook glashelder: ‘Verzoenen en herdenken zijn twee verschillende onderwerpen. Verzoenen doe je eenmalig. Wanneer verzoening heeft plaatsgevonden, is er geen reden dat te herhalen.’ Zo moet het.

Passie

Maar het herdenken herhaalt zich zolang het een ankerpunt is voor de politieke moraal en het recht.

Niet de daders, maar de slachtoffers van de bezetter, van de holocaust en van de martelkamers, en de dappere verzetsmannen en verzetsvrouwen die zijn gevallen, zullen worden herdacht. Deze mensen – en niet anderen – worden op 4 mei herdacht. En ik?

En ik doe mee met de herdenking, omdat ik dankzij deze mensen in vrijheid leef.

Herdenken van herinneringen aan onvrijheid motiveert ons om met passie de vrijheid te verdedigen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.