Liesbeth Wytzes

Ik werk harder en presteer meer dan iedere willekeurige jongere

Door Liesbeth Wytzes - 15 mei 2013

In De Volkskrant lees ik bij m’n ontbijt een bijschrift onder een foto van een paar leeftijdsloze types die met een rugzak om bij wat caravans omhangen. Er staat ‘Als 50-plussers minder vitaal worden en zorg nodig hebben…’

O jee! Het gaat beginnen! De totale instorting, het dagelijks naar de dokter lopen met ‘klachten’ en vage ongemakken. Ik ben namelijk ook een vijftigplusser, zo iemand die op andere momenten een ‘senior’ wordt genoemd. Alles om het keiharde woord ‘oud’ maar te vermijden. Toch denk je bij senior niet direct aan een sexy chick, maar aan een kortgekapte, stevige mevrouw wier taille al heel lang gone south is, die de hoge hak mijdt als de pest en makkelijk bebroekt door het leven gaat – al kan ze in veel gevallen die broek amper zelf ophouden.

Keuzestress

Senior… senior… Minder vitaal… Zorg… Mijn dag begint slecht. Een paar dagen eerder las ik in dezelfde krant dat jongeren zo vaak een burn-out krijgen omdat ze lijden aan zogeheten keuzestress. Ze zijn jong en kansrijk, maar: doodvermoeid!

Er werd een knaapje van 22 opgevoerd dat totaal was gecrashed. Laatst had hij een half uur wezenloos voor zich uit gestaard. Typisch gevalletje burn-out, duidelijk. Hij had, en dat was de oorzaak van zijn instorting, teveel aan anderen gedacht en te weinig aan zichzelf.

Hoe je daarvan op die leeftijd zo hard kunt slijten, is mij een raadsel.  Volgens mij word je er alleen maar beter van als je aan anderen denkt en niet altijd aan jezelf, maar dat zal wel zijn omdat ik oud ben. Misschien moet de jeugd eens heel weinig keuzes krijgen, zoals vroeger in Oostbloklanden. Kijken of ze dan minder last van overspannenheid hebben.

Drinken en roken

Het grote verschil tussen oud en jong is het energieniveau, dat weet ik ook wel en ik merk het ook. Als ik kijk naar de twintigjarigen om mij heen, ben ik werkelijk onder de indruk van hun energie. Had ik dat nog maar, denk ik dan. En dat uit zich vooral in het snelle herstel, na een nacht doorhalen  of zo – ik moet er niet aan denken. Maar is het niet veel belangrijker om eens te zien wat ze doen met al die energie, dan om te constateren dat ze die hebben?

Ze gebruiken die vooral om uit te gaan, lekker te dansen, in een club om te hangen om vervolgens de halve dag in bed te tukken. Beetje studeren, bijbaantje. Prima hoor, deed ik ook. Vroeger ging ik ook uit, drinken, roken, niet naar bed, en het maakte me niks uit.

Harder werken

Maar ik durf hier te beweren dat ik nu slimmer en efficiënter omga met mijn lagere energieniveau dan jongere mensen met hun hogere energieniveau, en dat ik dus harder werk en misschien wel meer presteer dan ik vroeger deed en ook meer dan menige jongere.

Zo. Ik vind het ook helemaal niet erg dat ik moet werken tot mijn 67ste,. Want het duurt over het algemeen best lang tot je iets kunt, en daardoor word je steeds beter in je werk. En ik ken heel wat junioren die oubolliger zijn dan mijn vrienden van vijftigplus.

Maar wat ik wel erg vind, is om altijd weggezet te worden als een quantité négligeable, iemand die er niet meer toe doet, een stakker van een ‘senior’ die  al zowat in het voorgeborchte van de dood rondkruipt. Bah.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.