Peter Riezebos

Asociale treinreizigers weerspiegelen hedendaagse mentaliteit

Door Peter Riezebos - 19 juni 2013

Sinds jaar en dag maak ik gebruik van het openbaar vervoer, zowel in binnen- als buitenland. Als frequent gebruiker verbaas ik mij steeds meer over het gedrag van sommige medereizigers in Nederland.

De stiltecoupé, de naam zegt het al, faciliteert in een behoefte van reizigers, namelijk het kunnen reizen in een stille omgeving. Marktonderzoek door de NS, onder haar reizigers, identificeerde deze wens. Implementeren was een logische stap.

Stil zijn in een stiltecoupé vinden we echter bijzonder moeilijk. Zelfs in de eerste klas. Luidruchtige medereizigers storen zich zelfs aan eventueel commentaar of een blik. Het is de wereld op z’n kop.

Aanspreken

Conducteurs raken zelf ook weleens in verwarring. Een conducteur aanspreken op het rumoer wordt veelal niet gewaardeerd, al verraadt hun mimiek zowel irritatie, frustratie als wanhoop (beide kanten op).

Sommigen stellen dat de gewenste geluidloosheid ‘slechts’ een verzoek is. Dat is natuurlijk niet zo. Het staat duidelijk aangegeven in de trein: ‘in de stiltecoupé moet het echt stil zijn’.

Beledigingen

Het fenomeen stiltecoupé heeft veel stof doen opwaaien. Hevige discussies resulteren in conflicten tussen verschillende kampen – van moraalridders tot asocialen.

De een vindt de ander onbeschoft, de ander de een intolerant. Irritaties zijn zo groot dat het attenderen op de stiltezone mogelijk verbale agressie oplevert, of op zijn minst beledigingen.

Publieke ruimte

Het onbehoorlijke gedrag beperkt zich niet tot de stiltecoupé. Ook in de reguliere coupés vinden sommigen het bijzonder lastig rekening te houden met anderen. Een persoonlijk gesprek is prima, maar ik ben niet zo geïnteresseerd in de liefdesperikelen van anderen of in andere simplistische prietpraat die half schreeuwend door de coupé moet galmen.

Triest is ook het zenuwachtige tot hysterische gedrag van reizigers die willen instappen. Half stuiptrekkend elleboogt menigeen zich door de menigte om, voordat passagiers zijn uitgestapt, de trein binnen te dringen.

Japan

Waarom is het in Nederland zo moeilijk? In Japan, qua openbaar vervoer tamelijk druk, staat iedereen rustig te wachten voordat hij of zij de trein betreedt. Geen stress. Niet dringen. Normaal, fatsoenlijk gedrag.

Bellen in de trein is er uit den boze en zelfs het inklaptafeltje in de stoel voor je bevat de instructie om niet te veel geluid te maken. Let wel: het betreft hier het geluid van het toetenbord van uw laptop. De eis is hier slechts een verzoek. Puur omdat het kan. Omdat reizigers zich fatsoenlijk gedragen.

Discipline

Deze discipline is in Nederland ver te zoeken. Jong en oud raken al in paniek, ruim voordat de trein stilstaat op het perron. Nu en dan mishandelen we een conducteur. Moet hij een zwartrijder maar niet om het vervoersbewijs vragen. Eigen schuld dikke bult.

Blijkbaar vinden we het moeilijk om fatsoenlijk gedrag te laten zien.

Om toch enigszins op het ‘goede spoor’ te komen, brengen we speciale opvoedstructuren aan de man. Deze ‘preventieprogramma’s’ moeten jongere reizigers leren om zich behoorlijker te gedragen. Er zijn voldoende volwassenen die een dergelijke training ook goed kunnen gebruiken.

Repressief

Pleitbezorgers van fatsoen, zoals Jan Peter Balkenende en meer recent Ronald Plasterk, schreeuwden meermaals om fatsoen. Om normen en waarden. Helaas weten we ons al amper te gedragen in het openbaar vervoer.

Als dit indicatief is voor het algemene gedrag, dan is het triest gesteld in Nederland. Dus laten we voortaan iets meer rekening houden met de ander als we gebruikmaken van het publieke transport.

En laat fatsoen een repressief instrument zijn voor egoïsme. In en buiten het openbaar vervoer.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.