Gerlof Leistra

Vermoordde dokter Edwin ten W. zijn Filipijnse echtgenote?

Door Gerlof Leistra - 07 juni 2013

Wat een weelde, twee boeken tegelijk van toppers uit de wereld van het strafrecht: rechtspsycholoog Peter van Koppen en strafpleiter Gerard Spong. Ik las beide in één ruk uit, maar vond het boek van Spong sterker.

Spong beschrijft in De breuk één zaak, terwijl Van Koppen in Gerede twijfel vijftien zaken bespreekt. Van Koppen heeft weliswaar een rode draad bedacht – bewijs in strafzaken -, maar hij onthoudt de lezer te vaak vitale informatie om zelf een oordeel te kunnen vormen. Net als Spong had hij zich beter tot één zaak kunnen beperken.

Zorgwekkend

Peter van Koppen heeft zijn sporen verdiend als getuige-deskundige en is de auteur van een fraai rijtje handboeken. Hij schrijft soepel en zijn betoog is ook in Gerede twijfel doorgaans helder. Wat na lezing van zijn nieuwste boek blijft hangen, is dat in de beschreven zaken grote twijfel gerechtvaardigd is over het bewijs. En dat is zorgwekkend.

In diens boek De breuk beperkt Spong zich zoals gezegd tot één zaak. Het gaat om de mysterieuze dood van een Filipijnse vrouw die in januari 2001 spoorloos verdwenen leek. Ruim vier jaar later wordt haar lijk onder een woning in Nuenen aangetroffen. Haar man Edwin ten W. -een arts- wordt verdacht van moord.

De verdachte beweert dat zijn vrouw zelfmoord had gepleegd met een plastic zak over haar hoofd en dat hij niet wilde dat er sectie op haar lichaam zou worden verricht. Ook wilde hij haar dichtbij houden. Daarom begroef hij haar eerst in zijn eigen tuin en later onder de woning van zijn tweelingbroer.

Vrijspraak

De rechters geloven niets van zijn verhaal en veroordelen hem tot twaalf jaar cel. In hoger beroep weet Spong twijfel te zaaien over het medische bewijs. Hij presenteert rapportages van deskundigen die aantonen dat de geconstateerde ‘breuk’ in het strottenhoofd -bewijs van wurging- vermoedelijk helemaal niet een breuk was. En mocht het een breuk zijn, dan valt niet uit te sluiten dat die na haar dood is ontstaan toen haar man haar lijk opgroef om elders opnieuw te begraven. Het hof spreekt hem vrij van moord.

Naast een nauwgezette analyse van de zaak biedt Spong een fraai inkijkje in zijn beroepspraktijk en vertelt hij onder meer hoe hij een overtuigend pleidooi opbouwt.

Of de echtgenoot werkelijk onschuldig is, durf ik niet te zeggen. Maar Spong weet zoveel twijfel te zaaien dat er voor de raadsheren van het Hof geen andere optie was dan vrijspraak. Een meesterlijk boek dat naar meer smaakt.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.