Gerry van der List

Desi Bouterse onderstreept de onzin van spijt over slavernij

Door Gerry van der List - 02 juli 2013

De Surinaamse president ‘vergeeft’ Nederland zijn slavernijverleden, terwijl hijzelf in de gevangenis zou moeten zitten. Het is de omgekeerde wereld

‘Diepe spijt en berouw’ voelt Nederland over de ‘schandvlek’ in de Nederlandse geschiedenis, liet Lodewijk Asscher (PvdA) gisteren weten.

De vicepremier sprak in het Oosterpark in Amsterdam over de slavernij waaraan de Tweede Kamer hondervijftig jaar geleden een eind heeft gemaakt.

Excuses

De Koning en Koningin zaten erbij en knikten instemmend. Zwarte toehoorders waren ontstemd dat geen ‘excuses’ werden aangeboden.

Een term die de kassa’s kan doen rinkelen voor schadevergoedingen. Alsof Nederland nog niet genoeg geld in Suriname en de Antillen heeft gestoken.

Het is een vreemd gedoe. Spijt kun je hebben over iets wat je zelf hebt gedaan. Asscher kan spijt hebben dat hij Mark Rutte ooit ‘een blije corpsbal’ noemde of dat hij met deze VVD’er in een regering is gaan zitten.

Crimineel

Maar het is onzinnig van iemand te verlangen dat hij spijt heeft over wat zijn verre, verre voorouders hebben gedaan. Het gaat om een verleden waaraan Asscher en de Nederlandse bevolking van nu part noch deel hadden.

Desi Bouterse onderstreept de onzinnigheid van het betonen van spijt. De Surinaamse president wil Nederland zijn slavernij ‘vergeven’.

Terwijl hijzelf een crimineel is die moorden op zijn geweten heeft en eigenlijk in de gevangenis zou moeten zitten. Het is de omgekeerde wereld.

Toneelstukje

Het is goed dat in de geschiedschrijving aandacht wordt besteed aan de zwarte bladzijden in de vaderlandse geschiedenis. En dat bijvoorbeeld wordt uitgelegd dat de VOC-mentaliteit, die de vorige premier, Jan Peter Balkenende (CDA), nog zo prees, gepaard ging met minder fraaie praktijken.

Maar het op plechtige wijze demonstreren van gevoelens van berouw over gebeurtenissen uit lang vervlogen tijden is niets meer dan een betekenisloos toneelstukje.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.