Gerlof Leistra

Liever een politie-infiltrant dan een criminele burgerinfiltrant

Door Gerlof Leistra - 09 juli 2013

Justitieminister Ivo Opstelten wil de criminele burgerinfiltrant weer gaan inzetten als opsporingsmethode, maar dat is niet zonder gevaar. Infiltrerende (buitenlandse) agenten vormen een betere optie.

Dat de georganiseerde misdaad lastig te bestrijden is, staat buiten kijf. Het zijn gesloten netwerken waarop politie en justitie vaak weinig zicht krijgen.

Het voorstel van minister Ivo Opstelten (VVD) van Veiligheid en Justitie om daarom de criminele burgerinfiltrant weer in te voeren, betekent een risico op nieuwe uitglijders.

Dubbelspel

Twintig jaar geleden hoopten de speurneuzen met behulp van een crimineel enkele drugsnetwerken op te rollen. De infiltrant speelde echter dubbelspel. Hij werd dankzij de grootschalige invoer van drugs schatrijk en de bendes bleven grotendeels ongemoeid.

Het speciale rechercheteam werd ontbonden en twee verantwoordelijke ministers stapt­­­­en noodgedwongen op. Na een parlementaire enquête werd de methode verboden.

Gesloten organisaties

Opstelten erkent dat het een zwaar middel is, maar beweert dat het niet anders kan. Hij garandeert dat inzet wordt getoetst door de top van het Openbaar Ministerie en dat hijzelf over de schouders meekijkt. Maar het gevaar van dubbelspel blijft.

Gebruik van klassieke opsporingsmethoden als taps en observaties levert in het geval van gesloten organisaties onvoldoende op.

In die gevallen kan de recherche nu al gebruikmaken van informanten en (kroon)getuigen. Geregeld met succes.

Crisis

Een middel dat in Amerika goed werkt, is de politie-infiltrant: een agent die zich voordoet als crimineel en lid wordt van een omstreden motorclub als de Hells Angels of zich opwerkt in een drugsorganisatie.

In een klein land als het onze is dat natuurlijk lastiger, maar een optie is ook om onder strikte begeleiding buitenlandse agenten in te zetten. De meeste (drugs)bendes zijn immers internationaal samengesteld.

Justitie kan zich geen nieuwe crisis in de opsporing veroorloven.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.