Amsterdam, stop met het cultiveren van de raamprostitutie!

11 februari 2014

De gemeente Amsterdam verleende een vergunning voor een prostitutiemuseum op de Wallen. Daarmee gedraagt het stadsbestuur zich als het marketingbureau voor pooiers en loverboys.

Vorige week bezocht ik het juweel van Midden-Europa dat geschiedenis en haute culture inademt. De stad van Václav Havel. Van de lente die in 1968 het toonbeeld was van begaafde en beschaafde politieke oppositie.

De stad van de ware lente, het tegenovergestelde van de Arabische variant waar baardmannen met wurgende ambities zich tot gelegenheidsdemocraten ontpopten.

In Praag krijg je het gevoel een toeschouwer te zijn van een eersteklas toneelstuk waarin alles tot in de kleinste details klopt, inclusief het decor dat de diversiteit van de Europese architectuur op haar best laat zien: barok, jugendstil, gotiek en renaissance.

Slavernij

Praag heeft zo veel bezienswaardigheden van niveau dat de stad nooit in de verleiding is gekomen zich aan ‘foute laagheid’ te wagen, zoals de Franse schrijver Émile Zola prostitutie beschreef. Amsterdam kwam wel in die verleiding en promoot trots de liefde zonder liefde.

De platheid van het centrum van ’s lands hoofdstad voel je beter als je elders in Europa bent. Alleen wie niet met enige menselijke creativiteit is gezegend en weinig zinnige toeristische attracties weet te verzinnen, haalt het in zijn hoofd om zich te specialiseren in moderne slavernij en die te presenteren als diepgewortelde vooruitgangsidealen.

Als dat vooruitgang is, dan zit er voor de redelijken onder ons weinig anders op dan achteruitgang te omarmen.

Tragisch

Dat is ook wat ik zei tegen een redacteur van Radio 1 toen deze mij enkele minuten na mijn terugkomst uit Praag belde. Of ik niet in een uitzending te gast wilde zijn over het net geopende prostitutiemuseum op de Amsterdamse wallen.

Ik zou dan spreken over mijn ervaring in de rosse buurt, als vrijwilliger die vele gesprekken heeft gevoerd met prostituees en hun tragische verhalen tot zich nam. En ik zou de vraag beantwoorden of een prostitutiemuseum een goed idee is en of ik liever een museum over mensenhandel geopend had willen zien.

Om agendatechnische redenen kon ik zijn uitnodiging niet aannemen. Maar een mening had ik zeker over dit dieptepunt waarvoor het huidige stadsbestuur verantwoordelijk is. De gemeente heeft immers een vergunning verleend voor dat prostitutiemuseum en wordt in de brochure zelfs bedankt voor haar medewerking voor ‘deze aanwinst op de Wallen’.

Cultuurbeleid

Een aanwinst is het museum allerminst. Het verwaarloost allereerst dat waar een museum voor staat, namelijk het bewaren en tentoonstellen van objecten van historisch, wetenschappelijk, artistiek of cultureel belang.

Valt prostitutie hieronder? Promoot zij waarden die generaties moeten overleven? En is een prostitutiemuseum een onmisbaar onderdeel van een evenwichtig cultuurbeleid dat de samenhang tussen schone en lelijke kunsten in balans houdt? Het antwoord op al deze vragen: nee.

De Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan (PvdA) gaf afgelopen november toe dat er dagelijks op de Wallen vierhonderd vrouwen worden verkracht. Omgerekend zijn er dus jaarlijks 146.000 verkrachtingsgevallen in dat gebied.

Loverboys

Een gemeente die dat denkt te kunnen bestrijden met een prostitutiemuseum, laadt de verdenking op zich hulp te bieden aan criminele organisaties die er baat bij hebben om prostitutie uit de verdomhoek te halen en haar in een gunstiger daglicht te zetten.

De gemeente Amsterdam als marketingbureau van pooiers en loverboys.

De oprichter van het museum heeft uiteraard een andere lezing. Hij houdt het erop dat het geheel is bedoeld om de bezoekers juist te informeren over het andere verhaal van de Wallen, vanuit het perspectief van de prostituees.

Maar welk verhaal kan worden verteld wanneer 75 procent van de vrouwen op de Wallen gedwongen werkt en slachtoffer is van mensenhandel zoals statistieken van de Verenigde Naties uit 2009 laten zien?

Dwang

Wordt ook verteld hoe beroerd de vrouwen zich voelen gedurende hun werk? Op welke geraffineerde wijze zij worden geronseld en vervolgens mishandeld om in ‘het vak’ te blijven? Welke angsten zij ervaren om naar de politie te stappen?

De informatie in het museum over dit andere verhaal, over het gebrek aan vrijwilligheid en de mate van dwang is uiterst summier.

Het omarmen van goedkoop vermaak als progressieve idealen zal Amsterdam niet tot het juweel van West-Europa maken. Daarvoor moet de stad zich niet willen richten op beschonken mannen die een paar tientjes neerleggen voor zes minuten peeskamer om vervolgens op zoek te gaan naar ‘Vulgar Vicky’-feestjes.

Lodewijk Asscher

De gemeente Amsterdam – en vooral oud-wethouder Lodewijk Asscher (PvdA) – was goed bezig met het opschonen van ‘1012’, zoals de Wallen ook wordt genoemd. Asscher moet hebben gedacht dat als niemand zijn eigen zus, dochter of vrouw achter een raam wil zien staan om zichzelf als vleeswaar te verkopen, hij dit lot ook andere vrouwen niet moet gunnen. Want wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet gij dat ook een ander niet.

Maar de laatste tijd hapert de 1012-aanpak nogal. En het verlenen van een vergunning aan het prostitutiemuseum is daarvan het bewijs. Raamprostitutie hoort niet in een museum thuis maar in een rechtbank.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.