Arthur van Leeuwen

Burgers hebben recht op openbaarmaking sterftecijfers door ziekenhuizen

Door Arthur van Leeuwen - 28 februari 2014

Zaterdag 1 maart moeten alle ziekenhuizen de sterftecijfers per aandoening openbaar maken via hun websites. De eerste weigeraar heeft zich al gemeld: het Erasmus Medisch Centrum. Dat kan en mag minister Edith Schippers niet accepteren.

Het gevecht om openbaarmaking van sterftecijfers sleept sinds 2008, en tot nu toe konden ziekenhuizen zonder repercussies weigeren.

Via de Nederlandse Zorgautoriteit (Nza) heeft minister Edith Schippers (VVD) van Volksgezondheid in 2013 verordend dat het mooi is geweest: zaterdag 1 maart moeten ziekenhuizen hun sterftecijfers aanleveren. Vrijwilligheid en vrijblijvendheid is er niet meer bij, de NZa gaat sancties opleggen.

Bordjes

Het gaat om drie soorten cijfers. Allereerst het absolute aantal doden – informatie waarmee de burger op zich niets kan. In een academisch ziekenhuis sterven nu eenmaal meer mensen dan in een klein streekziekenhuis.

Meer zegt al de Hospital Standardized Mortality Ratio (HSMR): de werkelijke sterfte in een ziekenhuis afgezet tegen de sterfte die op basis van patiëntkenmerken te verwachten is.

Het belangrijkst zijn de onderliggende cijfers (SMR’s) uitgesplitst naar aandoening. Daaraan is te zien of minder dan wel meer mensen overlijden aan bijvoorbeeld hartkwalen, allerlei typen kanker of beroertes. Zo komt als het ware een sterftecijfer te staan naast de bordjes met specialismen in de hal.

Cruciale informatie, voor artsen zelf – dan weten ze waar ze staan, en voor de patiënt – dan weten ze waar ze het beste naartoe kunnen.

Rechter

Punt is dat artsen wel over die cijfers beschikken, maar patiënten niet. Om die reden is Elsevier al in 2010 naar de rechter gestapt om openbaarmaking af te dwingen via de Inspectie – hetgeen destijds niet lukte. Met als argument dat de cijfers nog niet betrouwbaar waren.

De ziekenhuizen hebben vijf jaar de tijd gehad om hun registratie op orde te krijgen. Maar het Erasmus Medisch Centrum weigert medewerking, omdat het de cijfers niet geschikt acht om ziekenhuizen te vergelijken. Ofwel, de enige zinnige reden om wel tot openbaarmaking over te gaan.

Dat excuus klinkt niet geloofwaardig, te meer daar zes andere ziekenhuizen, waaronder het Radboud UMC en topklinisch ziekenhuis Isala in Zwolle, het goede voorbeeld gaven. Op de websites staat keurig uitgelegd wat de patiënt eraan heeft. Zo stom zijn ze niet.

Verplichtingen

De weigering van het Erasmus MC riekt eerder naar onwil, naar een medisch gilde dat weigert zich op de vingers te laten kijken – of erger: een ziekenhuis dat iets te verbergen heeft, bijvoorbeeld onverklaarbaar hoge sterftecijfers.

Kennelijk vergeet het bestuur dat het ziekenhuis, artsen, verpleegkundigen en alle medische handelingen worden betaald uit premies en belastingen die de burger zelf opbrengt. Dat schept verplichtingen, de burger heeft recht op die informatie.

De opstelling van het Erasmus MC is niet van deze tijd. Een volwassen debat over de waarde van sterftecijfers voor burgers is pas mogelijk als alle cijfers op tafel liggen.

Dat is ook de snelste weg om, desgewenst, tot een betere berekening te komen. Zoals dat nu in veel beschaafde westerse landen al gebeurt – en de norm is.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.