Afshin Ellian Afshin Ellian

We mogen de Nederlandse verzetshelden nooit vergeten

Door Afshin Ellian - 26 maart 2014

Toespraak van Afshin Ellian bij de uitreiking van Yad Vashem-onderscheiding (De rechtvaardigen onder de Volkeren) aan de nabestaanden van zeven Nederlanders die in de Tweede Wereldoorlog, met gevaar voor eigen leven, Joodse medeburgers hebben beschermd en gered.

Wanneer oorlogen en tirannen de rechtsorde ontwrichten, maken ze daarmee ook een einde aan de ethische orde. Mensen, waar dan ook, doen bijna altijd hun best in een geordende wereld te leven waarin het fundamentele normbesef vanzelfsprekend is.

Wanneer de rechtsorde ten val wordt gebracht, vestigt de mens zijn hoop op de ethische orde, die als een schaduw van de rechtsorde zou kunnen fungeren. Een schaduw die vanuit verschillende perspectieven, op verschillende tijden en op uiteenlopende manieren zichtbaar wordt. Het is een fragiele, maar zichtbare schaduw van hoop.

In de Tweede Wereldoorlog, in het bezette deel van de wereld, verdwenen de rechtsordes. Er waren volkeren die door het nationaal-socialisme van hun wil werden beroofd: volkeren zonder een openbare wil. De ethische ordes in deze landen kwamen ook onder druk te staan. Wie als burger aan een onafhankelijke ethische orde wilde vasthouden en onder de tirannie van het nationaal-socialisme moest leven, moest risico’s, ongewone risico’s, nemen.

De tirannie van het nationaal-socialisme stortte de Europese volkeren in een natuurtoestand, ofwel in de status naturalis. In de loop der eeuwen ontwikkelden filosofen verschillende theorieën over deze natuurtoestand: de een ziet het als een paradijselijke toestand en de ander ziet het als een gevaarlijk oord.

Het nationaal-socialisme bracht een natuurtoestand teweeg die de onafhankelijke ethische ordes beoogde te vernietigen. Er bleef één orde over: de angstaanjagende orde van het nationaal-socialisme.

Voor het leven volgens de regels van een ethische orde moest in die jaren een zeer hoge prijs worden betaald. Verzet tegen de orde van het kwaad kon zich alleen rechtvaardigen door een beroep te doen op een hogere ethische orde. Maar het was en het is nog steeds wereldwijd niet makkelijk om onder een tiranniek regime gehoor te geven aan de regels van de ethische wereld. De prijs voor het verzet was en is heel hoog: dood, marteling en het verlies van dierbaren.

Ons land heeft dit gedurende de Duitse bezetting van 1940 tot 1945 aan den lijve ondervonden. Een ervaring die tot op de dag van vandaag in politieke en maatschappelijke debatten doorklinkt. Niemand kan ontsnappen aan deze episode in de geschiedenis van Europa.

Niemand kan of wil zomaar in verzet komen tegen de tirannie. De bezetting van Nederland veroorzaakte een unieke en nieuwe beproeving. De bezetter mikte op de joodse inwoners van Nederland. Zij moesten verdwijnen. Dat was de beproeving voor allen, niet alleen voor joden. Hoeveel mensen zouden hun leven op het spel willen zetten voor het beschermen van joden?

De joden waren aangewezen op de morele moed van Nederlandse individuen. Het was en is uitgesloten dat een meerderheid onder totale staatsterreur voor het verzet zou kiezen. Dat heb ik aan den lijve ervaren in het Iran onder imam Khomeini. Net als in Iran nu, verdween in Nederland de humane ethiek uit de rechtsorde.

De totale terreur manipuleert alle berichtgeving omtrent de slachtoffers van de terreurdaden. Bovendien zijn velen al bezig om hun eigen leven veilig te stellen onder de dreiging van de staatsterreur: geen mens wil zijn eigen dierbaren in gevaar brengen.

Daarnaast ontstaat een gewenning. De mens kan ook wennen aan staatsterreur en zich daaraan aanpassen. Het wonderlijke is dat er altijd mannen en vrouwen opstaan die op allerlei manieren trachten verzet te plegen.

Een belangrijke vorm van verzet was de vraag hoe de joden konden worden beschermd. Zonder deze dappere mensen zou geen enkele Nederlandse jood kunnen worden gered. Dwars door alle beschouwingen heen zijn er overlevenden met unieke verhalen.

Zij hebben de nationaal-socialistische natuurtoestand en wetteloosheid overleefd dankzij niet-Joodse burgers van Nederland. De verzetsplegers en hun netwerken zouden nooit kunnen functioneren zonder de hulp van de gewone burgers.

We eren vandaag helden die juist in die donkere tijden moed hebben getoond en gehoor hebben gegeven aan de oproep van het geweten. De verzetsverhalen verhullen een onbeschrijfelijke, bijna ondenkbare natuurtoestand die zich in de moderne tijd meester maakte van Europa:

‘Als baby van een paar maanden hebben mijn ouders, mij via iemand van het verzet “te vondeling” gelegd, bij het kindertehuis Prinses Beatrix te Groesbeek waar de directrices Elisabeth Voorhoeve mij liefdevol onder haar hoed nam vanaf januari 1943 tot september 1945.’

De overlever zegt: ‘via iemand’. Die ene iemand is de redding geweest. Pim werd Johannes Courage, en Johannes de dappere heeft zijn bestaan, zijn naakte bestaan, te danken aan tante Els, Elisabeth van der Heide-Voorhoeve. ‘Robert (Israël) Hompes, werd geboren op 18 maart 1943 en overleefde niet alleen zijn vader Isaac en zijn moeder Henriette, maar ook zijn twee broers David en Harry.’

Een netwerk van studenten, maar ook de sociale afdeling van de Joodse Raad, brachten Rob naar Delft. Rob werd daar liefdevol ontvangen als onderduikertje bij Laurentius Nicolaas Jongeleen en Sophia Maria Jongeleen-Schouten. De redder lette erop dat het geredde kind joods bleef in een tijd dat joodszijn taboe was.

‘Met tranen in mijn ogen kan ik er nog aan terugdenken, hoe dit lieve onschuldige kind uit zijn slaap werd gehaald en met ons, langs allerlei sluipweggetjes, naar zijn vader moest worden gebracht in een hol onder de grond. (…) Pietje en zijn vader zijn na enige tijd verhuisd naar een ander hol, een soort kamer onder de grond. Deze periode vormt de eerste herinnering van Jits.’

Jitschak, of Pietje, werd door de kwade macht veroordeeld om in een hol in een bos te leven totdat hij door Aalt van Vemde en Wim J. Mulder werd opgevangen, opgevoed en beschermd. Ook hij zou het niet overleefd hebben zonder de netwerken van moed en menselijkheid.

‘Zij zegden toe voor mij te zullen zorgen “als ware ik hun eigen kind”, totdat mijn ouders mij weer terug zouden komen halen. Dat heeft helaas nooit kunnen gebeuren. Ik werd ingeschreven als Rita van der Weg in het familieboekje van mijn onderduikouders, op de plaats van hun eigen tweede kind, nadat diens gegevens door een kundig vervalser verwijderd waren. Het is een aangrijpend document dat ik koester omdat de inkt van gegevens van het na drie dagen gestorven zoontje na zo veel jaren langzaam terugkomt en de naam van de persoon wiens plaats in het leven ik mocht innemen daardoor vrijgeeft: Wim Gerard van der Weg.’

Een onderdakbaby, Rozetta, nam de plaats in van de gestorven baby Wim.  Nu verdwijnt de magische inkt van de tijd: de ene naam verbergt de andere naam.

De helden hebben de natuurtoestand die door het nationaal-socialisme in het leven was geroepen overleefd, moreel overleefd. Zij hebben gehoor gegeven aan de regels van de ethische wereld. Ze zijn de rechtvaardigen op aarde omdat zij aan de hoogste en heiligste wetten van de mensheid gehoor hebben gegeven. Zij gelden als sterren die in donkere tijden onze wereld voor eeuwig zullen verlichten. Een daad van verzet onthult zich als een inkt die een naam verbergt in een netwerk van namen.

Inkt verdwijnt, de namen verdwijnen nooit.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.