Liesbeth Wytzes

Alles moet anders? Dat dogma is nog nooit waargemaakt

Door Liesbeth Wytzes - 29 april 2014

Twintigers die piepen over het schrijven van een scriptie, vinden dat alles anders moet en vinden het idee van hard werken naar en vervelend. Hard werken geeft juist energie.

Vandaag lees ik in de Volkskrant een keihard portret van mijn eigen generatie, geschreven door een frisse student filosofie. Dat is de hippe studie van dit moment, zoals sociologie en andragologie dat in mijn tijd waren.

Ik geloof niet zo in het generatiedenken, omdat ik merk dat jeugd en oubolligheid net zo goed kunnen samengaan als ouderdom en energie, maar nu doe ik even mee.

Zure vruchten

De aspirantfilosoof schetst een scherp beeld van de oude generatie – waartoe ik behoor – die zich heeft laten opzwepen tot zinloos werken en presteren en daarvan nu de zure vruchten plukt. ‘Een groep uitgeputte, uitgebluste veertigers en vijftigers die worden wegbezuinigd en vervolgens geen baan meer vinden, of die zo hard hebben gewerkt dat ze met een burn-out thuis op de bank zitten.’

Altijd weer die bank! De geraniums kunnen niet ver zijn.

Gelukkig

Nu, zo moet het niet, vinden de twintigers, die altijd maar moesten presteren en aan verwachtingen voldoen en het daarom juist lekker niet meer willen. Zij gaan het eens heel anders doen en zijn op zoek naar een manier van leven die hen gelukkig maakt.

Een duurzame manier, natuurlijk, want die uitgeputte oudjes hebben nog wel kans gezien de hele aarde leeg te roven. Zuinig zijn op wat er nog is dus.

De schrijver geeft wat voorbeelden van hoe het moet: een artiest die straatmuzikant werd. Een universitair medewerker die op de markt ging staan. En een student die even stopte met de studie omdat het schrijven van een scriptie ‘traumatiserend’ was.

Hier rolde ik zowat van die bank, uitgeblust en wel, want voor het schrijven van een scriptie van twaalf- tot vijftienduizend woorden krijg je een half jaar de tijd en zelfs de grootste sufferd zou dat zonder problemen moeten kunnen.

Trauma

Ik zal maar niet beginnen over de arbeidsmentaliteit van de gemiddelde Aziaat, dat zou flauw zijn. Maar voor een werkelijk trauma is echt wel wat meer nodig dan het maken van een werkstukje zeg.

Goed. Juist mijn leeftijd geeft mij een aangenaam overzicht en zo weet ik dat deze argumenten exact dezelfde zijn als die van mijn generatie toen wij zo oud waren, en de generatie van mijn ouders toen die en ga zo maar door.

De generatie van 68, om maar eens een opvallend voorbeeld te noemen, wilde ook alles anders. Dat is niet in alle opzichten gelukt. Ik wil niet cynisch doen, maar het ‘alles moet anders’ dogma is nog nooit waargemaakt. Ik denk altijd dat de generatie Y graag wat idealen zou willen hebben om zich druk over te maken, en ze vinden het maar niet.

Moe

Het is niet zo moeilijk om een paar flinke gaten te schieten in dit betoog (want bijna niemand van 20 weet, ooit, wat hij wil met het leven. Het is nu eenmaal soms moeilijk eraan te beginnen, alsof je een duik in de zee moet nemen). Maar wat mij het meeste trof, is het idee dat hard werken naar, vervelend, geestdodend en uitputtend is en leidt tot eenzaamheid en ellende.

In mijn ervaring is het juist iets dat energie geeft. In mijn omgeving wemelt het van de ijverige, hardwerkende, gelukkige veertigers, vijftigers en ja, ja, zelfs zestigers. Daarom huldig ik het principe: hoe meer je doet, hoe meer je doet, en dat geldt andersom ook.

Hoe minder je doet, hoe minder je doet. Daar word je pas moe van.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.