Terecht verbod op pedoclub Martijn roept absurde reacties op

22 april 2014

Het besluit van de Hoge Raad om pedofielenvereniging Martijn te verbieden, is verstandig. Maar niet iedereen kan zich vinden in zo’n verbod, blijkt uit de absurde – en soms walgelijke – opiniestukken naar aanleiding van de zaak.

De loop der dingen rondom de zaak tegen pedofielenvereniging Martijn heeft mij stomverbaasd achtergelaten. Geen kwaad woord over de lovenswaardige uitspraak van de Hoge Raad, die de vereniging heeft verboden.

Maar duizend kwade woorden over de bespottelijke gelegenheidscoalities die zichzelf voor en na de uitspraak verenigden om een onverdedigbaar standpunt te verdedigen.

Een van hen publiceerde enkele dagen voor de beslissing een open brief in de Volkskrant waarin de Hoge Raad werd verzocht Martijn niet te verbieden. Achter dit standpunt stonden vijf keurige heren die principieel begaan waren met het lot van het pedoclubje.

Gentlemen

Een verbod ervan zou de vrijheid van meningsuiting en grondrechten ernstig schaden. En het zou voorbarig zijn, omdat de vereniging geen gevaar vormt voor de openbare orde: het betrof een ‘uitsluitend theoretische kans’, die volgens hen ‘nihil’ was, een ‘denkbeeldig gevaar’, dat Martijn de eigen ideeën over pedofilie ‘grootschalig’ zou uitdragen.

De vijf rechtsstaat-gentlemen willen kennelijk alle tijd nemen om de vereniging ‘grootschalig’ de samenleving te zien ontwrichten, alvorens haar aan te pakken. Dat boek 2 van het Burgerlijk Wetboek expliciet meldt dat een vereniging met een verboden doel verboden kan worden, is hen volledig ontgaan.

De goed geïnformeerde lezer had al snel door dat het negeren van dit juridische feit hun toch al rammelende betoog total loss maakte. Iedereen begaat weleens een misstap. Tot zover verdiende deze brief het keurmerk ‘beetje dom’.

Ontcijferen

Erger wordt het na een blik op de namen van de 43 mede-ondertekenaars, vermeld op de site van de krant. Wetenschapsfraudeur Diederik Stapel en de voorzitter van het pedoclubje stonden op één lijst met een emeritus predikant van de Protestantse Kerk Nederland, hoogleraren, schrijvers, kunstenaars en advocaten. Plus twee onbepaalde heren uit ‘USA’ en ‘UK’ die blijkbaar geen nader te omschrijven functie hebben.

Een digitaal zoektochtje was voldoende om de heer uit het Verenigd Koninkrijk te ontmaskeren. Wikipedia openbaarde dat deze Tom O’Carroll een voorname pedofilie-activist is. Hij is oud-voorzitter van het inmiddels verboden Paedophile Information Exchange en voormalig erelid van International Paedophile and Child Emancipation.

O’Carroll is ook veroordeeld voor het verspreiden van kinderporno.

Eigenaardig

De Hoge Raad was vast onder de indruk van dit wonderlijke genootschap. Aan het oordeelsvermogen van zo’n bijeengeraapt zootje zullen ’s lands hoogste rechters geen seconde hebben getwijfeld.

Een ander noemenswaardig standpunt bereikte ons via twee kinderliefde-ladies. In een opiniestuk in de Volkskrant schreven twee bestuursleden van Rutgers WPF, het kenniscentrum voor seksualiteit, dat een verbod op Martijn niets oplost.

Een van hun argumenten was buitengewoon eigenaardig: ‘Hoewel er wel enig bewijs is dat seksuele contacten met kinderen niet altijd door de kinderen als traumatisch worden ervaren, is het gevaar voor een verstoorde emotionele en seksuele ontwikkeling groot.’

U leest het goed. Er is dus bewijs dat kinderen seksuele contacten niet als traumatisch ervaren. Waar hoorden we dit eerder? Inderdaad, van Robert Mikelsons, die in de rechtbank verklaarde dat kinderen het misbruik juist fijn vonden.

Blik juristen

Hij beweerde zelfs dat een baby hem tijdens het misbruik dankbaar had aangekeken. Had Mikelsons zich van tevoren laten voorlichten door Rutgers WPF? En zou het land niet – terecht – te klein zijn als een priester dezelfde opvatting verkondigde als Rutgers WPF?

De uitspraak van de Hoge Raad opende helaas ook een blik juristen die de hoogste rechters verweten de tijdgeest toe te passen. Wat moet de Raad anders toepassen?

Het recht wordt altijd uitgelegd en uitgesproken in een bepaalde maatschappij, bij geldende normen die binnen een bepaald tijdsgewricht gelden. Het recht hoort midden in de samenleving te staan en niet erboven te hangen. Het recht hoort weerloze kinderen te beschermen tegen gestoorden die hen als lustobject zien.

Absurd

De subcultuur die Martijn wilde creëren, is juridisch definitief verminkt. Het normaliseren van opvattingen over seks met kinderen hoort niet thuis in een beschaafde samenleving.

Wie dit nog niet inziet en de vrijheid van meningsuiting boven de fundamentele rechten van het kind stelt, mag zich elders druk maken over de rechtsstaat. Ergens op de maan ofzo, waar geen kinderen wonen die slachtoffer kunnen worden van absurde opvattingen uitgedragen door absurde gelegenheidscoalities en absurde kenniscentra.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.