Afshin Ellian Afshin Ellian

Thematiek 4 en 5 mei moet niet verder worden uitgebreid

Door Afshin Ellian - 05 mei 2014

Over alle militaire missies na de Tweede Wereldoorlog bestaat politieke discussie. Daarom moeten we zorgvuldig zijn met wat we herdenken en vieren op 4 en 5 mei.

Op 5 mei vieren we de bevrijding, een dag eerder herdenken we de gevallenen. We zien elk jaar duizenden mensen op de Dam bij de herdenking.

Nu, decennia na de oorlog, vragen sommigen zich af wat we aan het herdenken zijn. Wat betekent dat ritueel voor ons, voor onze kinderen? Moeten we de herdenking koppelen aan een schuldgevoel?

Het collectieve schuldgevoel op 4 mei is geen misplaatste beleving. Het gevoel is natuurlijk fictief: de burgers van nu waren er niet bij en hebben geen fouten gemaakt.

Schaamte

Toch dragen ze de last van een collectieve geschiedenis die hun morele bewustwording beïnvloedt. Wij zijn niet schuldig, maar we voelen plaatsvervangende schaamte voor wat lang geleden in Amsterdam, Den Haag, Vught, Amersfoort en andere Nederlandse steden en streken kon gebeuren.

Dat schaamtegevoel komt ook voort uit onmacht. Onmacht van mensen die toen nog leefden, die om welke reden dan ook het politieke kwaad niet konden stoppen. En dat is wellicht de kern van een herdenking in de context van de Tweede Wereldoorlog en Nederland.

Ontsporingen

4 mei is ook een dag van reflectie op principes die tussen 1940 en 1945 niet alleen door de bezetter, maar ook door collaborateurs werden geschonden. Ook deze reflectie kan een last worden wanneer ze door een selecte groep wordt toegeëigend: alsof een bepaalde politieke stroming het monopolie op de morele reflectie zou hebben.

Het kan ook leiden tot ontsporingen, waardoor in de afgelopen jaren al te vaak – en altijd te onpas – een politieke tegenstander als een nazi-figuur werd afgeschilderd. Maar deze risico’s wegen niet op tegen de voordelen van het behoud van een collectief geheugen en een reflectiepunt in de geschiedenis. Juist in deze stuurloze tijd.

Mensenrechten

In de afgelopen jaren wordt geregeld voorgesteld om het bereik van herdenking uit te breiden naar alle vormen van mensenrechtenschendingen die zich elders hebben voltrokken. Dat is geen ongevaarlijke gedachte.

Ten eerste ontstaat zo een conflict over de aard en de omvang van een specifieke vorm van mensenrechtenschendingen. En ten tweede is het de vraag welke concrete mensenrechtenschendingen zouden moeten worden herdacht.

Deze uitbreiding kan in korte tijd de nationale herdenking van 4 mei om zeep helpen. De herdenking is al uitgebreid naar alle militairen in de vredesmissies zijn omgekomen.

Inperking

Een aantal maatschappelijke groeperingen heeft opgeroepen om op 4 mei alleen de doden van de Tweede Wereldoorlog te herdenken – zij bepleiten juist een inperking van de nationale herdenking.

Dit voorstel kwam van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI), de Raad van Kerken en het Contactorgaan Moslims en Overheid. ‘Terug naar de kern’
 is wat zij beogen. ‘Wat wij heel graag zouden zien, is dat de herdenking van 4 mei teruggaat naar de kern en de kern is het herdenken van de Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog,’ aldus CIDI-directeur Esther Voet.

Scheiding

Ditzelfde werd al bepleit door David Barnouw, emeritus-onderzoeker van het NIOD, instituut voor oorlogs-, holocaust- en genocidestudies. Barnouw is voor een strikte scheiding tussen 1940-1945 en alle andere gebeurtenissen: ‘Mijn voorstel is een terugkeer naar de basis, waarbij wij de Nederlandse oorlogsslachtoffers van Duitse en Japanse oorlogshandelingen herdenken. De na augustus 1945 omgekomen militairen kunnen op een waardige wijze tijdens de Nationale Veteranendag worden herdacht.’

De militairen wijzen dit voorstel af. De militairen die elders na 1945 omkwamen, stierven voor andere belangen. Ze werden vaak ingezet voor vredesmissies.

Gevoelig

De brigade-generaal b.d. Hein Scheffer, voorzitter van het Veteranenplatform, is het volledig oneens met Voet en anderen: ‘Ik denk dat het een goede combinatie is, een gezonde combinatie.’

Ik begrijp deze gevoeligheid wel. Nu worden alle militairen, waar ze ook na de oorlog zijn ingezet, op één gelegenheid herdacht met de helden en slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Daarmee worden ze op een nationaal niveau elk jaar geëerd.

De meeste mensen die op 4 mei de gevallenen herdenken, staan niet stil bij andere gebeurtenissen dan die van de Tweede Wereldoorlog. Bovendien zijn de gebeurtenissen van 1940-1945 gedepolitiseerd.

Ze behoren anno 2014 tot het morele domein, terwijl de militaire missies nog steeds tot het domein van de politiek behoren. Daardoor ontstaat discussie over de legitimiteit en legaliteit van verschillende acties.

Niets veranderen

Ondanks mijn sympathie voor het voorstel om de nationale herdenking te beperken tot 1940-1945, weet ik dat dit niet gaat gebeuren. Nederland kent geen militaire traditie waarbij mannen en vrouwen die in opdracht van de Nederlandse regering elders in de wereld worden ingezet, op nationaal niveau kunnen worden herdacht en geëerd.

4 mei is het enige nationale moment waarop alle militairen kunnen worden herdacht. Conclusie: niets veranderen. Maar breidt de nationale herdenking niet verder uit.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.