Gerlof Leistra

Winkeliers met een wapen onder de toonbank? Niet verstandig

Door Gerlof Leistra - 07 mei 2014

Veel winkeliers willen een wapen om zich te weren tegen overvallers. Maar een wapen biedt slechts schijnveiligheid: criminelen slaan altijd onverwacht toe en zullen desnoods zwaarder geschut inzetten.

Dat winkeliers zich willen wapenen tegen overvallers is begrijpelijk, maar geen goed idee. Zo dreigt een wapenwedloop en zullen er alleen maar meer slachtoffers vallen.

Ruim 60 procent van de winkeliers wil een wapen onder de toonbank, blijkt uit een enquête van EenVandaag onder duizend winkeliers. Een op de vijf heeft naar eigen zeggen al een wapen, overigens meestal geen vuurwapen maar een slagwapen.

Deurne

In de jaren negentig van de vorige eeuw adviseerde toenmalig korpschef Jan Wiarda van Utrecht een honkbalknuppel achter de hand te houden tegen ongenode gasten. Hij kreeg veel bijval.

Winkeliers met vuurwapens zijn geen uitzondering. In Deurne liep op 28 maart een gewapende overval op een juwelier uit op een bloedbad. Om haar man te redden, schoot de juweliersvrouw de twee overvallers dood. Noodweer, zei de hoofdofficier van justitie vrijwel meteen. Het onderzoek is nog altijd niet afgerond.

Gelukkig zijn er ook andere opties om het overvallers moeilijk te maken. Zo beveiligen winkeliers hun zaak met camera’s, tijdsluizen en gepantserde deuren. Ook wordt klanten gevraagd te pinnen, waardoor er weinig contant geld te halen valt.

Vrij spel

Een wapen biedt winkeliers schijnveiligheid. Ze kunnen moeilijk de hele dag met een pistool in de aanslag rondlopen. Overvallers slaan bovendien altijd onverwacht toe en zullen alleen maar met zwaarder geschut komen.

Als winkeliers zich mogen bewapenen, willen ook burgers een wapen in huis. Het legale wapenbezit in Amerika verdient geen navolging. Wie een wapen heeft, gebruikt het.

Het is verstandiger om na te denken over nog betere technische beveiliging. Intussen moet de politie meer zaken oplossen. Overvallers hebben nu te veel vrij spel.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.