Simon Rozendaal

Limburgers met mijnschade verdienen royale behandeling

Door Simon Rozendaal - 27 augustus 2014

In Limburg hebben huizen pas echt schade door de mijnbouw. Daarom verdienen Limburgers op zijn minst dezelfde ruimhartige behandeling als de Groningers.

Veel Limburgse huizen hebben schade als gevolg van de winning van steenkool die daar decennia geleden heeft plaatsgehad. Minister van Economische zaken Henk Kamp (VVD) weigert tot dusver om de schade te vergoeden omdat de verjaringstermijn van dertig jaar is verstreken.

Royaal

Het is de vraag of dit argument feitelijk klopt. De laatste Limburgse mijn is in 1974 gesloten maar wel is er tot 1994 water uit mijngangen weggepompt om de nabijgelegen en nog wel actieve Duitse mijnen droog te houden. Ook dat pompen kan als een mijnbouwkundige activiteit worden gekenmerkt.

Daarnaast heeft de regering zich opmerkelijk royaal getoond voor de dubieuze schade door de gaswinning in Groningen. Aan de Groningers is 1,2 miljard steun toegezegd, bijna duizend maal zoveel als het noodfonds van 2 miljoen dat Kamp voor schrijnende gevallen in Zuid-Limburg heeft gereserveerd.

Gerommel

En dat terwijl er legio deskundigen zijn die betwijfelen of de schade aan de Groningse huizen wel echt veroorzaakt is door trillingen ten gevolge van de Groningse gaswinning. In Limburg is echte mijnbouw geweest en zijn als gevolg daarvan in die contreien echte aardbevingen geweest, meer dan duizend keer zo sterk als het Groningse gerommel.

Het staat vast dat de Limburgers echt schade hebben geleden door de winning van steenkool en dan moet minister Kamp (de VVD’er die met miljarden voor overbodige windmolenparken strooit alsof hij Sinterklaas is) niet zo streng de hand op de knip houden.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.