Eric Vrijsen

MH17-rapport van benauwde Onderzoeksraad is te mager

Door Eric Vrijsen - 09 september 2014

Het precieze tijdstip van de MH17-ramp is nu vastgesteld op 3 seconden na 20 over 3 ’s middags (Nederlandse tijd) op 17 juli. En verder? Tja, het voorlopige rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid is heel erg formeel.

Iedereen weet dat het toestel met 298 inzittenden met een raket uit de lucht werd geschoten, maar de Onderzoeksraad van mr. Tjibbe Joustra redeneert zuinigjes: ‘De schade aan de voorste sectie van het vliegtuig lijkt erop te wijzen dat het vliegtuig is doorboord door een groot aantal voorwerpen met hoge energie van buiten het vliegtuig. Het is waarschijnlijk dat dit resulteerde in verlies van structurele integriteit van het vliegtuig en leidde tot het uiteenvallen van het vliegtuig tijdens de vlucht.’

Kennelijk is de Onderzoeksraad behoorlijk benauwd voor kritiek uit Rusland, waar de propagandamachine van president Vladimir Poetin meteen na de crash van de Maleisische Boeing 777 op volle toeren draaide.

Te mager

Bewijzen van een raket van Russische makelij? Serienummers op brokstukken? Metallurgische analyse van ‘het groot aantal voorwerpen met hoge energie van buiten het vliegtuig’? Helaas, de onderzoekers konden de plek des onheils niet bezoeken en buigen zich over foto’s van wrakstukken.

Maar zelfs dan is het voorlopige rapport te mager.

Elke vliegtuigramp is een noodlottige samenloop van omstandigheden, een soort samenzwering van problemen die zich op het fatale moment allemaal tegelijk voordoen. Als ook maar één probleem tijdig was verholpen, was er niks gebeurd.

Uitpluizen

Het is aan de Onderzoeksraad – tot 2010 onder voorzitterschap van mr. Pieter van Vollenhoven – om dat uit te pluizen. Goedkope conclusies als ‘fout van de piloot’ worden dan vermeden. Onderzoekers proberen altijd de context van de ramp te schetsen, zodat zo’n situatie voortaan kan worden vermeden.

In het geval van de MH17 durft de jurist Joustra dit (nog) niet aan. Vragen als ‘wie loodste de MH17 over deze oorlogszone?’ en ‘waarom maakten toestellen uit Londen een omweg, terwijl die uit Amsterdam over Oost-Oekraïne vlogen?’ staan niet in het voorlopige verslag.

Juristerij

Voorzitter Joustra beperkt zich tot de formele constatering dat het luchtruim boven 32.000 voet officieel toegankelijk was.

Klopt, maar dat is juristerij. Je zou onmiddellijke aanbevelingen verwachten voor het verbeteren van de inlichtingen aan verkeersvliegers en luchtvaartmaatschappijen over de risico’s van luchtdoelraketten in oorlogsgebieden.

Anders gezegd: mr. Pieter kom terug en vat de koe bij de horens!

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.