Afshin Ellian Afshin Ellian

De AIVD moet zich meer begeven op het pad van contraterrorisme

Door Afshin Ellian - 07 november 2014

Veiligheidsdiensten moeten vijanden – tegenwoordig vaak islamitische terroristen – onschadelijk maken door hun activiteiten te verstoren. Tijd om het inlichtingenwerk naar de 21ste eeuw te halen.

Nooit had ik gedacht dat ik zou schrijven over het belang van inlichtingendiensten. Als een voormalige onderduiker afkomstig uit een totalitair land had ik een afkeer van inlichtingendiensten.

In mijn nieuwe vaderland heb ik geleerd dat de inlichtingendiensten niet voor mensenrechtenschendingen zijn, maar voor het behoud daarvan. De Nederlandse inlichtingendiensten hebben de taak om de democratische rechtsstaat te beschermen.

Verzet

De Nederlandse inlichtingendiensten zijn geboren en opgegroeid in het verzet tegen het nationaal-socialisme. Op 19 juli 1940 stelde de Nederlandse regering in ballingschap François van ’t Sant aan als baas van de Centrale Inlichtingendienst. Hij had al eerder samengewerkt met de Britse politie; de Britse inlichtingendiensten vertrouwden hem.

De rekruten volgden hun opleiding bij de Britse diensten. Ook werden de meeste operaties gepland en uitgevoerd onder leiding van de Britse inlichtingendiensten. De wortels van de huidige inlichtingendiensten liggen bij het verzet uit de Tweede Wereldoorlog.

Collaborateurs

Na de overwinning werd op 29 mei 1945 het Bureau Nationale Veiligheid (BNV) opgericht. Dat had de taak om de nalatenschap van het nationaal-socialisme in Nederland op te ruimen, ook in het kader van het Besluit Buitengewoon Strafrecht. Dat laatste was bedoeld om strafrechtelijk af te rekenen met oorlogsmisdadigers en collaborateurs.

De inlichtingendienst was toen dus direct betrokken bij opsporingsactiviteiten. In 1946 werd het BNV opgeheven. In plaats daarvan werd de Centrale Veiligheidsdienst (CVD) opgericht. Deze organisatie werd drie jaar later opgeheven.

Nieuwe vijand

De oorlog, de nasleep daarvan, was definitief voorbij. In 1949 werd de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) geboren. De nieuwe vijand, de Sovjet-Unie, moest door een nieuw type inlichtingendienst in de gaten worden gehouden.

Alles was geheimzinnig. Zelfs het wetgevende besluit aangaande de oprichting van BVD werd geheim gehouden. In Groot-Brittannië was het niet anders. Daar kwam de wetgever pas in 1989 met een volledig openbare wetgeving: The Security Service Act 1989.

In 1988 kwam Nederland met volwaardige wetgeving: de Wet inlichtingen- en veiligheidsdiensten (WIV). Kenmerkend voor deze ontwikkelingen: de rechten van de mens. Op nationaal niveau (de Grondwetswijziging van 1983) en op Europees niveau, met de rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.

Er is nog een andere tendens die we niet uit het oog mogen verliezen. De Britse inlichtingendiensten ontwikkelden zich in de jaren tachtig van de vorige eeuw naast de contraspionage richting het contraterrorisme. In Nederland gebeurde dat pas later.

Contraspionage

De twintigste-eeuwse werkwijze en doelen waren anders dan die van nu. In de twintigste eeuw ging het vooral om contraspionage. De Sovjets moesten in de gaten worden gehouden en worden tegengewerkt.

Extreem-linkse groepen vormden de natuurlijke omgeving waarin de diensten werkten. Ze richtten bijvoorbeeld een eigen maoïstische groep op om binnen het systeem te infiltreren of andere groepen tegen elkaar op te zetten.

Zo werden vijandelijke groepen en activiteiten verstoord. In de meeste gevallen was geen sprake van geweld of dreiging van geweld ten opzichte van de samenleving of de vitale belangen van de staat.

Het spionagespel werd op hoog niveau gespeeld. Als er geweld werd gebruikt, was dat in uitzonderlijke gevallen mogelijk binnen de spionnenwereld zelf. De samenleving merkte niks van.

Open ruimte

De tijden zijn veranderd. De wereld is een open ruimte geworden. Via internet kun je beelden en teksten verspreiden die moeilijk zijn te herleiden tot een individu. Het terrorisme veranderde het karakter van politie- en inlichtingenwerk.

De terroristen zijn gewelddadig en hun geweld richt zich voornamelijk op de samenleving en de staat als geheel. Na 9/11 nam  contraterrorisme de belangrijkste plaats in binnen de inlichtingenwereld van het Westen.

Toch zijn de meeste lichtingendiensten op zoek naar vaste grond – zij zijn geen opsporingsambtenaren. Maar zonder informatie afkomstig uit de inlichtingendiensten is opsporing en vervolging van potentiële terroristen niet of nauwelijks mogelijk. De vraag is of er een juiste balans is tussen verstoring (typisch inlichtingenwerk) en opsporing. Het is moeilijk om van een balans te spreken.

RaRa

De verstoring van terroristen is niet te vergelijken met de verstoringsactiviteiten uit de twintigste eeuw. Een groep als RaRa kon ongezien worden verstoord en onschadelijk worden gemaakt. Daarna kwam er geen nieuwe groepen.

Dat is geheel anders bij het islamitische terrorisme. Ze komen onverwacht en soms als paddestoelen uit de grond. Het houdt niet op. De internationale conflicten, de gebrekkige integratie van moslims in de westerse rechtscultuur, de verleiding van de politieke islam, de strijd in de islamitische wereld omtrent de rol van de islam in de samenleving – dit alles maakt de strijd tegen het terrorisme buitengewoon moeilijk.

Afbakening

Het verstoren in het kader van het inlichtingenwerk behoeft een nieuwe afbakening. Er moeten nieuwe doctrines worden ontwikkeld voor de Nederlandse inlichtingendiensten, die passen bij deze tijd en deze rechtscultuur. Ik zie weinig reflectie op dit gebied.

Contraterrorisme bestaat uit meer dan alleen maar ambtsberichten aan het Openbaar Ministerie. Het is de taak van PvdA-minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken) om de grenzen van verstoring in de strijd tegen het terrorisme aan te geven.

Plasterk moet ook voorkomen dat de AIVD een opsporingsdienst wordt. De AIVD dient de vijand onschadelijk te maken door ze te verstoren.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.