Simon Rozendaal

Het duurste gaatje ooit zit in de Afsluitdijk

Door Simon Rozendaal - 29 november 2014

Zelden is een gat duurder dan wat er omheen zit. Toen de Afsluitdijk tachtig jaar geleden werd opgeleverd, had hij 40 miljoen euro gekost, aan het gat dat er nu in wordt gestoken, hangt het dubbele prijskaartje.

De vrees voor de waterwolf was bij onze voorouders groter dan de liefde voor zalm, spiering, paling en zeeforel. Dus gaven ze een bedrag uit dat correspondeert met ruim 300 miljoen euro nu en werd de dijk die de Zuiderzee tot IJsselmeer degradeerde niet alleen ongekend lang (32 kilometer), maar ook dik, hoog en erg dicht.

Sindsdien hebben we de piramide van Maslow beklommen en zijn er andere wensen.

Dat tonen ook de Deltawerken. Aanvankelijk waren de dijken (zie de Brouwersdam) ook dik, hoog en potdicht, later kwam er een doorlaatbare stormvloedkering in de Oosterschelde. Een dijk met gaten.

Het is dus historisch verantwoord om bij de grote beurt waaraan de Afsluitdijk zo langzamerhand toe is, rekening te houden met de unieke natuurwaarden van het IJsselmeer en vooral de Waddenzee en een gat in de dijk te graven. Dat gat belooft bovendien meer te worden dan een gat alleen.

In het IJsselmeer wordt een 4 kilometer lange kronkelende rivier aangelegd waardoor pendelende vissen een geleidelijke overgang in zoutgehalte krijgen.

Het project past in een rijke waterbouwtraditie, waar iets niet gauw te gek is: zo werd op de bodem van de Oosterschelde een tapijt gelegd. En het is een historisch besluit. Het land van Hans Brinkers graaft een gat in de dijk. Niet zomaar een: het duurste gat ooit.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.