Nikki Sterkenburg

Waarom ik, ondanks al mijn goede bedoelingen, geen wijnkenner ben

Door Nikki Sterkenburg - 11 november 2014

Graag had ik een connaisseur willen zijn. Maar ik vermoed dat ik, zoals zovelen, mijn tanden zou hebben stukgebeten op een opleiding tot vinoloog, sommelier of op een proefcursus.

Want makkelijk is anders, zo veel heb ik wel begrepen. Toen ik voor een lang weekend op yoga-retraite in de Achterhoek was, zat er bij mij in de groep een jongen die studeerde voor zijn sommelier-examen.

Tussen de yoga-sessies, sapjes en lichte vegetarische maaltijden door, zat hij met een dik boek aan tafel te stampen op de combinatie van wijnen en wildgebraad. De bourgondiër in hem wilde alle informatie dolgraag opzuigen, maar ik begreep dat het hardcore studeren was.

Okura

Een wijnhandelaar in mijn kennissenkring zei ooit over de opleiding: ‘Ik ben eraan begonnen, maar ik heb het niet afgemaakt. Het was niet leuk meer.’

Bovendien ontdekte ik later dat ik bijzonder ongeschikt was voor het proeven voor wijnen. Toen ik voor werk een keer aan de chefs-tafel in het Okura een selectie van Franse wijnen mocht komen proeven, vond ik het spuugbakje niet nodig. Proeven is één ding, ik geniet minstens net zo van het doorslikken ervan – en hoe wijn vervolgens de ziel kan roeren.

Maar toen ik na glas nummer 7 nog zes andere glazen voor me opgelijnd zag staan, ging ik toch maar meedoen aan het uitspuug-ritueel.

Lallende Hollanders

De wijnimporteur van de Franse wijnen vertelde me dat je bijvoorbeeld in de Duitse Elzas (zeven druivensoorten) bij een gemiddelde proeverij zo’n twintig wijnen krijgt voorgesteld. Uitspugen is noodzakelijk, want wie bij het proeven dronken wordt, hoeft bij de gemiddelde wijnboer nooit meer terug te komen.

‘Niet is erger dan Hollanders die het een en ander komen proeven, lallend de boeren gaan tutoyeren en vervolgens rollend het landgoed verlaten. Denk nooit dat het domme wijnboertjes zijn, het zijn hoogopgeleide vakmannen. Als je aangeschoten raakt, schoffeer je hen,’ zei hij – terwijl ik me schuldig voelde omdat ik al verder-dan-aangeschoten was.

En als ik echt een kenner wilde worden, moest ik volgens de importeur een keer een nazomer in een wijngaard werken om te zien hoe vinificatie in zijn werk gaat. ‘Het is een leerzame ervaring, maar ongelofelijk rotwerk. Je gaat helemaal kapot, je hele lijf doet pijn en je heb elke dag nóg ergere spierpijn dan de dag ervoor.’

Slobberwijntje

U begrijpt, die cursus of opleiding is er nooit van gekomen. Ook zie ik het niet zitten om een nazomer voorover gebukt door te brengen op een wijngaard. Maar zo rond de feestdagen bestel ik nog weleens een exclusief doosje.

Vervolgens wil ik dan zo graag dat mijn vrienden en familie meeproeven (geluk wordt groter als je het kan delen), dat het meeste opgaat bij etentjes waar we qua terminologie niet verder komen dan ‘lekker slobberwijntje hoor’.

En de jongen die op yoga-retraite zo hard studeerde? Die haalde zijn examen en werkt als sommelier in een Amsterdamse wijnbar. Af en toe scheidt hij het kaf van het koren voor me. Dan kan ik erop vertrouwen dat hij me iets voorzet waarvan de zintuigen tintelen – en de ziel geroerd raakt (tip: Omnes Dies 2010).

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.