Nikki Sterkenburg

Vrij verkeer van jihadisten bewijst belang van stevige grensbewaking

Door Nikki Sterkenburg - 03 februari 2015

Dat de 23-jarige Omar H. in afwachting van een celstraf kon ontsnappen naar Irak, geeft aan hoe makkelijk het voor aspirant-jihadstrijders is om de regio te bereiken.

Omar H. werd vorige week nog tot 1,5 jaar cel veroordeeld wegens het voorbereiden van een jihadreis. Hij zal zelf ongetwijfeld in Irak met een flesje cola hebben geproost met een medestrijder, aangezien hij sinds eind vorig jaar in Fallujah verblijft en zich heeft aangesloten bij IS.

Justitie en de veiligheidsdiensten beschouwden H. al geruime tijd als een groot gevaar en hielden hem in de gaten.

Dat kon niet verhinderen dat H. naar IS-gebied glipte.

Uit het zicht

Als het voor een veroordeelde jihadist – die zijn hoger beroep in vrijheid mocht afwachten – zo makkelijk is om naar Syrië of Irak te vertrekken, hoe makkelijk moet het dan wel niet zijn voor uit het zicht geraakte jihadstrijders om weer terug Europa in te reizen, al dan niet zonder paspoort?

Vaak reizen strijders over land naar de bijna 1.000 kilometer lange Turks-Syrische grens, die nauwelijks wordt bewaakt en waar vrachtwagenchauffeurs naar verluidt zelfs om moeten rijden om een douanepost te vinden waar ze ingevoerde goederen kunnen aangeven.

Fort Europa

Zo ondoordringbaar is ‘fort Europa’ kennelijk niet. En binnen Europa is het vrij makkelijk reizen, aangezien nationale grenscontrole vrijwel volledig is afgeschaft.

De Europese Unie moet beseffen dat Syrië en Irak qua bereisbaarheid naast de deur liggen. Wil Europa terugkeerders met terroristische plannen buiten de deur houden, dan is het afnemen van een paspoort niet genoeg. Dan moeten landen als Griekenland en Bulgarije worden geholpen met grensbewaking.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.