Simon Rozendaal

Waarom een plastic tas goed is voor het milieu

Door Simon Rozendaal - 07 februari 2015

Een plastic tas is beter voor het milieu dan een tas van jute, papier of katoen. En zogenoemde ‘groene stroom’ is funest voor de Amerikaanse bossen

Veel van wat mensen menen te weten over milieu, klimaat en duurzaamheid, klopt voor geen meter. Zo is kernenergie aantoonbaar de veiligste energiebron, biologisch voedsel slecht voor de natuur, schaliegas vooralsnog beter voor het klimaat dan zonnecellen, zijn windmolens allesbehalve duurzaam en is de lucht in onze steden schoner dan in de afgelopen decennia.

Zullen we het lijstje nog wat uitbreiden?

Plastic tas

Wie een verantwoord omhulsel voor zijn onbespoten pastinaak en dolfijnvrije tonijn wil, moet niet blind voor jute, papier of katoen kiezen. Zo’n stevige plastic big shopper is beter.

Twee weken geleden verscheen een rapport van TNO Utrecht. In een zogeheten levenscyclusanalyse werden twintig soorten tassen vergeleken op materiaalverbruik, het land oppervlak dat nodig is voor de productie, de uitputting van zoet water, de uitstoot van fijnstof, wat de tas doet met de ozonlaag en het broeikaseffect, en nog een handvol criteria. De uitkomst: sommige soorten plastic (HDPE, bio-PE, r-PP) scoren het best; jute, papier en katoen het slechtst.

Wegwerptasjes

Het slechte imago van plastic wordt bepaald door de doorzichtige wegwerptasjes. Die worden inderdaad weggeworpen, blijven dan in bomen hangen, dragen bij aan de zogeheten plastic soep in oceanen en kunnen in de maag van vogels en dieren belanden. Maar de ene plastic tas is de andere niet. Vooral wanneer deze uit hergebruikte flessen of biomassa is gemaakt en jarenlang wordt gebruikt, is niets duurzamer dan een plastic tas.

Nog een voorbeeld? Vorige week voorspelde een studie van een Amerikaans overheidsinstituut (Forest Service Southern Research Station) dat als de Europese Unie vasthoudt aan haar klimaatbeleid, de Amerikaanse bosbouw- en houtindustrie de komende decennia zal floreren. Dit vanwege de export van zogeheten houtpellets naar Europa.

Bomen voor groene stroom

Omdat wij menen dat we middels groene stroom de planeet een tikje moeten en kunnen koelen, worden jaarlijks tienduizenden Amerikaanse bomen omgehakt. Daarvan wordt in houtmolens zaagsel gemaakt, dat vervolgens wordt gecomprimeerd tot pillen (pellets). Die gaan in containers en worden de oceaan over gevaren – in schepen die zwaar vervuilende stookolie verbranden.

Daarna worden de containers per trein vervoerd naar kolencentrales, zoals de Amercentrale in Geertruidenberg.

Daar worden de houtpillen bij de kolen gemengd. Jaarlijks verbrandt deze centrale ongeveer 1 miljoen ton houtpillen, vooral afkomstig uit de Verenigde Staten en Canada. En dat allemaal om een deel van de geproduceerde kolenstroom als groen (vanwege het hout) te kunnen verkopen.

Subsidie

Niet alleen levert groene stroom uit een kolencentrale veel meer geld op dan gewone kolenstroom, bedrijven als Essent krijgen ook nog eens extra subsidie omdat ze (zogenaamd) lekker duurzaam bezig zijn. En zo haalt Nederland zijn vanuit Brussel opgelegde klimaatdoelstellingen en krijgen notoir vieze elektriciteitscentrales een groene façade.

Waar een vorige generatie nog mopperde dat er voor een krant, weekblad of boek zoveel bomen sneuvelden (wat – hoe kan het anders op dit vlak? – ook al niet waar was), hakt de huidige generatie glimlachend bomen om ten behoeve van de planeet.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.