Syp Wynia

Waarom zijn haatimams nodig om Rijswijks feestje op te vrolijken?

Door Syp Wynia - 18 februari 2015

Politici en autoriteiten zijn voortdurend op zoek naar de ‘voedingsbodem’ van de ‘radicalisering’ van islamitische jongeren. Maar als haatpredikers een publieksattractie zijn in Nederland, dan is ‘Rijswijk’ een hoogtijdag voor de voedingsbodem van wat radicalisering wordt genoemd.

Twee dagen was er paniek aan het Binnenhof en in Haagse ministeries. Vervolgens mocht minister Bert Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) het woord doen. De voorlopige uitkomst:  drie van de zeven imams die op 8 maart een ‘benefiet’ in Rijswijk zouden opluisteren, wordt het al verstrekte inreisvisum ingetrokken.

Zwarte piet

De gang van zaken is ontluisterend voor het kabinet. In augustus kondigde minister Lodewijk Asscher (Integratie, PvdA) aan haatpredikers het leven zuur te maken. Buitenlandse haatimams zouden geen visum meer krijgen, binnenlandse haatpredikers zouden op het matje worden geroepen.

Koenders duikt weg voor de vraag waarom drie van de zeven imams eerst wel een visum kregen en waarom die visa nu worden ingetrokken. De betrokkenen zouden niet in databases hebben gestaan, zo geeft hij de zwarte piet door aan zijn collega Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) die verantwoordelijk is voor inlichtingendienst AIVD.

Er waren kennelijk Kamervragen en maatschappelijke opwinding voor nodig om de autoriteiten wakker te schudden over zowel de ingevlogen haatimams als het ‘benefiet’ in Rijswijk. Inmiddels kijkt ook het ministerie van Financiën of het wel terecht is dat de organiserende stichting Rohamaa erkend is als ‘ANBI’- instelling, waardoor giften aan deze organisatie van de belasting kunnen worden afgetrokken.

Hete aardappel

De voor Haagse begrippen snelle reactie (intrekken van visa, screenen van de organisatoren) en het heen en weer schuiven van de hete aardappel tussen bewindslieden en ministeries illustreren dat het Rijswijkse ‘benefiet’ ook een politieke bom is. De bijeenkomst in Rijswijk wordt op 8 maart gehouden en tien dagen later zijn er Statenverkiezingen, die door premier Mark Rutte (VVD) worden beschouwd als landelijke verkiezingen.

Geen wonder dat het kabinet en ook de regeringspartijen VVD en PvdA in paniek raken door dit cadeautje voor Geert Wilders. Al was het maar omdat Wilders vervolgd wordt voor zijn vermeend haatzaaiende ‘Minder Marokkanen’-oproep, terwijl evident haatzaaiende imams uit het Midden-Oosten kennelijk probleemloos een visum konden krijgen, terwijl het nota bene kabinetsbeleid is om ze te weren.

Verstoring

Maar ook na het intrekken van de visa voor drie van de zeven imams blijven er nog vragen te over. Betekent het volgens het kabinet dat de andere vier geen haatzaaiers zijn? Waarom zag de gemeente Rijswijk niet in dat het ‘benefiet’ een bron van verstoring van orde en veiligheid kon zijn?

Maar de belangrijkste vraag is misschien nog wel, waarom organisatoren het nodig vinden om bij herhaling, jaar in jaar uit, buitenlandse haatimams naar Nederland te halen?

In het Rijswijkse geval worden ze gepresenteerd als spectaculaire, populaire publiekstrekkers. Kennelijk zijn buitenlandse islamitische haatpredikers een grote inspiratie voor grote aantallen Nederlandse ingezetenen. Anders zou er voor de organisatoren immers geen reden zijn ze naar de als ‘familiebijeenkomst’ gepresenteerde bijeenkomst in Rijswijk te halen.

Radeloos

Tal van overheidsdiensten en politici buigen zich voortdurend radeloos over de vraag hoe het toch kan, dat jeugdigen ‘radicaliseren’ en zich bekennen tot de gewelddadige ‘jihad’ in binnen- of buitenland.

Politici en autoriteiten zijn voortdurend op zoek naar de ‘voedingsbodem’ van die ‘radicalisering’. Maar als haatpredikers een publieksattractie zijn in Nederland, dan is ‘Rijswijk’ een hoogtijdag voor de voedingsbodem van wat ‘radicalisering’ wordt genoemd.

Als haatimams nodig zijn om een ‘familiebijeenkomst‘ op te fleuren, kan de zoektocht naar de voedingsbodem van het jihadisme in Nederland worden gestaakt.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.