Gerry van der List

Een goed Tweede Kamerlid is nog geen goede minister van Justitie

Door Gerry van der List - 30 maart 2015

Als Kamerleden vielen ze op, Ard van der Steur en Klaas Dijkhoff. Maar hoe het ze als bewindspersoon zal vergaan, is moeilijk te voorspellen. Een departement leiden vereist andere vaardigheden dan een regering controleren

Komend seizoen zullen ze in Rotterdam-Zuid vast wel weer eventjes de illusie koesteren dat Feyenoord kampioen kan worden. De terugkeer van de oude helden Dirk Kuijt en John Guidetti is nog niet geregeld, maar wel al is Giovanni van Bronckhorst benoemd tot trainer.

Dat doet de supporters deugd. Fred Rutten, de huidige coach, mocht van voetbalkenners lof ontvangen, maar hij mist een rood-wit hart.

Van Bronckhorst heeft wel de gewenste achtergrond. Hij begon als F-pupil bij Feyenoord. Bovendien speelde hij 106 interlands, 105 meer dan Rutten. Maar dit garandeert geen succes in zijn nieuwe functie. Zoals oud-trainer Co Adriaanse al eens beeldend opmerkte, is een goed paard nog geen goede ruiter.

Het ging toen over Marco van Basten, wiens prestaties langs de lijn inderdaad achterbleven bij die op het veld. Als trainer van AZ raakte de ooit zo cool ogende wereldspits zelfs min of meer overspannen. Het is dus maar afwachten hoe de als trainer onervaren Van Bronckhorst het zal doen.

Stageplaats

Hetzelfde geldt voor Klaas Dijkhoff en Ard van der Steur. De nieuwe bewindslieden op het ministerie van Veiligheid en Justitie zijn opgevallen als VVD-Kamerleden. Maar het ontbreekt hun aan bestuurlijke ervaring. Geklaagd is dan ook al dat hun partij een belangrijk ministerie als een soort stageplaats lijkt te beschouwen.

Het is een ingewikkelde kwestie. Het is zonder meer een voordeel dat bewindslieden het parlementaire werk kennen. Zij moeten hun maatregelen verdedigen in de Tweede en Eerste Kamer en dan is het goed om te weten hoe het er in de volksvertegenwoordiging aan toegaat.

Zij hebben vaardigheden als debatteren kunnen ontwikkelen, de regels van het parlementaire spel leren kennen en een band ontwikkeld met hun achterban, wat ertoe bijdraagt dat zij een beleid voeren dat in lijn is met de opvattingen van hun partij. Dit geldt allemaal niet voor een van de universiteit geplukte jurist.

Bovendien gaan Dijkhoff en Van der Steur zich als bewindslieden bezighouden met een terrein dat ze al goed kennen. Wat bij de VVD niet vanzelf spreekt. De liberalen schuiven, curieus genoeg, ook weleens een minister zonder kennis van de departementale zaken naar voren.

Minzaam lachje

Maar Adriaanse heeft gelijk: een goed paard is niet per se een goede ruiter. Het leiden van een departement vereist andere vaardigheden dan het vertegenwoordigen van het volk. Nodig zijn gezag, bindend vermogen, besluitvaardigheid, geduld, kennis van ambtelijke mores en andere deugden waarover een parlementariër niet noodzakelijkerwijs beschikt.

Bij het eerste optreden van Dijkhoff als staatssecretaris zei de SGP-voorman Kees van der Staaij vorige week met een minzaam lachje dat hij het op prijs stelde dat de VVD’er na het hoge ambt van volksvertegenwoordiger een stapje terug had willen doen om in de regering het land te dienen. Deze visie op het parlement als hoogste democratische orgaan klinkt mooi.

Maar veel Kamerleden zien een overstap naar de regering toch echt als een promotie. Het komt zelden voor dat zij zich daarvoor ongeschikt achten, terwijl een ministerspost voor sommige Kamerleden wel degelijk te hoog gegrepen lijkt.

Zwakke broeder

Wie zal slagen of falen als minister of staatssecretaris, valt moeilijk te voorspellen. Kijk naar Ronald Plasterk. Een gerenommeerde wetenschapper, een intelligente en aimabele man, een redelijk goede spreker, vroeger een uitstekende columnist met boeiende ideeën, oud-gemeenteraadslid, oud-minister en oud-Kamerlid: een mooier cv is nauwelijks denkbaar.

Toch geldt de PvdA’er als een van de zwakste broeders van het tweede kabinet-Rutte die op Binnenlandse Zaken slechts weinig voor elkaar krijgt.

Soms blijken politieke vaardigheden op onverwachte plaatsen te worden ontwikkeld. Zoals op zee. De voormalige premier die op 3 april zijn honderdste verjaardag viert, mag ter verklaring van zijn verrassende succes in Den Haag graag verwijzen naar zijn verleden als commandant van een onderzeeboot.

Daar leerde hij naar eigen zeggen verantwoordelijkheid te dragen, beslissingen te nemen en met mensen om te gaan. Piet de Jong heeft er echter vooral blijk van gegeven te beschikken over een lastig definieerbare, maar voor iedere minister (en voetbaltrainer) essentiële kwaliteit: gezond verstand.

Elsevier nummer 14, 4 april 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.