Gerry van der List

Historische blunder op het Binnenhof: de Marcus Bakkerzaal

Door Gerry van der List - 02 maart 2015

Oud-NSB’ers worden – terecht – de rest van hun leven met de nek aangekeken. Een doorgewinterde stalinist zonder berouw kreeg een zaal naar zich vernoemd op het Binnenhof.

Twintig jaar geleden zwengelde Frits Bolkestein weer eens een interessante discussie aan. De VVD-leider sprak er zijn verbazing over uit dat voormalige leden van de CPN zo makkelijk overal carrière hadden weten te maken zonder te worden aangesproken op hun politieke verleden. Terwijl een oud-NSB’er de rest van zijn leven werd aangekeken op zijn overtuigingen en activiteiten van weleer, kon een voormalige communist ongestoord de maatschappelijke ladder beklimmen.

Ongelukkigerwijs meende Bolkestein de naam van Gijs Schreuders te moeten noemen als een van de CPN’ers die weigerden verantwoording af te leggen. Hij wist niet dat de journalist drie jaar daarvoor een boek had gepubliceerd, De man die faalde, waarin hij zich had bezonnen op zijn sympathie voor het communisme.

Verder waren de opmerkingen van de VVD’er raak. Het communisme heeft meer slachtoffers op zijn geweten dan het nationaal-socialisme. Het is een totalitaire, agressieve ideologie die de rechtvaardiging heeft geboden voor de schending van zo ongeveer alle denkbare mensenrechten.

Toch bestaat de neiging communisten, anders dan nationaal-socialisten, vooral als idealisten te beschouwen. Goedbedoelende lui, weliswaar met oogkleppen op, maar met het hart op de juiste plaats. Dit verklaart wellicht dat de Tweede Kamer in 1991 een zaal heeft genoemd naar de volksvertegenwoordiger die decennialang het gezicht van de CPN was.

Doorgewinterd stalinist

Van deze Marcus Bakker (1923-2009) verscheen afgelopen week een biografie, Nooit op de knieën (uitgeverij Balans). Auteur Leo Molenaar is een oud-kameraad van de hoofdpersoon. Hij maakte onder meer een tijd deel uit van het partijbestuur van de CPN. Hij staat dan ook heel positief tegenover de communist uit Zaandam die 26 jaar lid was van de Tweede Kamer.

Toch kan Molenaar er niet omheen dat Bakker lang een doorgewinterd stalinist was. De CPN’er wilde na de Tweede Wereldoorlog van geen kwaad horen over de Sovjet-Unie en de meedogenloze massamoordenaar Jozef Stalin. Een van de diepste dieptepunten van zijn politieke loopbaan kwam in 1956. De Sovjets trokken Hongarije binnen om een democratische beweging hard neer te slaan en Bakker juichte deze ingreep luidkeels toe.

In eigen kring toonde de om zijn scherpe tong gevreesde retoricus zich evenmin een liefhebber van democratische besluitvorming en vrije meningsuiting. Hij was niet, zoals vaak is gedacht, de auteur van De CPN in de oorlog (1958), een berucht pamflet waarin communistische verzetslieden uit de oorlog werden neergezet als verraders.

Maar samen met zijn leermeester, ideoloog Paul de Groot, trok hij wel fel van leer tegen andersdenkenden, die als agenten van het imperialisme werden afgeschilderd. De partijcultuur van de CPN was er een van list en bedrog, van intriges en verdachtmakingen.

Zuiver geweten

Bakker belichtte zijn lof voor Moskou en zijn aandeel in het belasteren van partijgenoten in zijn memoires, Wissels (1983), maar toonde geen spijt. Veelzeggend is de ondertitel van het boek: Bespiegelingen zonder berouw. Later legde hij in interviews uit dat zijn opvattingen in de context van hun tijd moeten worden gezien en dat hij vanuit een oprecht geloof handelde.

Daar zal zijn biograaf het wel mee eens zijn. Molenaar verdedigde Bakker in het verleden al eens tegen het verwijt dat de politicus te kwader trouw had gehandeld en betoogde toen dat mensen ‘vanuit een volstrekte integriteit en een zuiver geweten’ tot kwalijke denkbeelden kunnen komen.

Maar er waren vast ook veel nationaal-socialisten die in de stellige overtuiging leefden dat Adolf Hitler een groot leider was en dat Joden een inferieur volk zijn. Oprecht geloof is geen excuus. Feit is dat Bakker een gruwelijk regime verdedigde en een zowel principiële als praktische afkeer van democratie aan de dag legde. Het noemen van een zaal naar hem in het gebouw van de Tweede Kamer is dan ook een historische blunder.

Misschien vergroot biograaf Leo Molenaar zijns ondanks het besef van de ernst van deze fout. Een fout die kan worden rechtgezet. Het gebeurt wel vaker dat door een nieuwe kijk op het verleden namen worden veranderd. Een eerbetoon aan een handlanger van het stalinisme zonder berouw hoort niet thuis in het bolwerk van de Nederlandse democratie.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.