Ruben Brekelmans

Hoe universiteiten kunnen samenwerken voor beter onderwijs

Door Ruben Brekelmans - 17 maart 2015

Nederlandse universiteiten werken onvoldoende samen om studenten goed onderwijs te bieden. In Boston geven Harvard, MIT en Fletcher het juiste voorbeeld.

Hoe behouden we kleine studies en de kwaliteit van het hoger onderwijs? ‘Minder rendementsdenken’ roepen protesterende studenten en docenten. Het klinkt aardig, maar het minder rendabel besteden van gemeenschapsgeld is niet de juiste oplossing.

De problemen worden deels veroorzaakt door de structuur van het hoger onderwijs. In ons kleine land hebben we dertien universiteiten, die onvoldoende samenwerken om studenten goed onderwijs te bieden. Bestuurders zitten hun eigen koninkrijkjes te regeren.

Fuseren werd jarenlang als een uitweg beschouwd. Dit bleek in het onderwijs echter zelden een succes. Maar er zijn ook alternatieve manieren waarop universiteiten kunnen samenwerken, die geen extra geld kosten. In Boston geven Harvard, MIT en Fletcher het goede voorbeeld.

Duizenden vakken

Harvard biedt in totaal achtduizend vakken en is in veel vakgebieden de nummer één in de wereld. Toch erkent Harvard dat het op sommige terreinen expertise ontbeert die andere universiteiten wel bezitten. Zo is MIT vooraanstaand in technologie en innovatie, en Fletcher in diplomatie.

Harvard, MIT en Fletcher zijn daarom overeengekomen dat studenten toegang hebben tot elkaars vakken. Zo kan ik als Harvard-student vrij vakken volgen aan MIT en Fletcher. Het totale onderwijsaanbod is daardoor voor alle studenten nog veel breder.

In Nederland zou dit ook moeten kunnen. De kwaliteit en het onderwijsniveau is op alle universiteiten ongeveer gelijk. Een vak halen aan bijvoorbeeld de Universiteit van Amsterdam heeft evenveel waarde als een vak op een willekeurige andere universiteit.

Specialisatie

Meer open toegang maakt specialisatie mogelijk. Wanneer studenten van andere universiteiten komen om vakken te volgen, is er genoeg kritische massa om meer specialistische vakken in stand te houden.

Als studenten mobieler zijn, is het minder noodzakelijk dat elke universiteit een beetje van alles aanbiedt. Universiteiten kunnen zich meer concentreren op de domeinen waarin ze uitblinken. De totale onderwijskwaliteit gaat daarmee omhoog.

Discussie

Een meer diverse studentenpopulatie leidt ook tot rijkere discussies in de collegezaal. Studenten van andere universiteiten brengen frisse invalshoeken en nieuwe kennis met zich mee.

Zo volg ik op dit moment het vak International Humanitarian Response, dat gaat over het organiseren van internationale hulp bij natuurrampen en vluchtelingencrises.

Ik zit in colleges en werkgroepen met artsen van Harvard, ingenieurs van MIT en diplomaten van Fletcher. Van mijn medestudenten leer ik bijna net zoveel als van mijn professoren.

Geld

Geld zal vermoedelijk het moeilijkste obstakel vormen. Universiteiten moeten overeenkomen wat voor financiële vergoeding ze ontvangen voor elkaars studenten. Dit kan een specifiek bedrag per student zijn. Of niets, aannemend dat het aantal studenten zich per saldo vereffent.

Dit soort concrete ideeën zou centraal moeten staan in de eisen van de protesterende studenten. Het is een gemiste kans als de protesten niet meer opleveren dan een abstracte roep om minder rendementsdenken.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.