Gerry van der List

Moeten we Rutte zijn karwei laten afmaken?

Door Gerry van der List - 09 maart 2015

Mark Rutte is een oprecht hartelijke man met een aanstekelijke opgewektheid. En een groot spreker bovendien. Maar er blijft een probleem met de VVD-leider: je kunt hem niet op zijn woord geloven

Ik ben blij dat ik volgende week niet hoef te stemmen. Elsevier heeft als beleidslijn dat redacteuren die over politiek schrijven, geen lid mogen zijn van een partij.

Daaruit volgt vanzelfsprekend dat ze ook niet naar de stembus behoren te gaan, want er is geen wezenlijk onderscheid tussen het steunen van een partij door middel van het storten van contributie en het steunen van een partij door middel van het uitbrengen van een stem. Ik betwijfel of al mijn collega’s deze redenering volgen, maar er valt echt geen speld tussen te krijgen.

Dit bespaart mij een hoop gepieker. Het zou namelijk een lastige keuze worden bij enigszins vreemde verkiezingen. We horen deze dagen tal van Haagse kopstukken spreken over nationale en internationale kwesties en we zien ze zelfs opduiken in zogeheten lijsttrekkersdebatten.

Maar we kunnen op 18 maart slechts een stem uitbrengen op vrij onbekende provinciale volksvertegenwoordigers. Die dan weer een – in democratisch opzicht volstrekt overbodige – Eerste Kamer moeten kiezen. En omdat de leden van deze senaat hun politieke bijbaantje misbruiken om het werk van de rechtstreeks gekozen Tweede Kamer nog eens over te doen, zijn de verkiezingen van de Provinciale Staten van landelijk belang. Het is en blijft een gekke bedoening.

Charme

Voor Mark Rutte is er in elk geval volop aanleiding om energiek campagne te voeren. De VVD-leider trekt de media langs om de kiezers te wijzen op de zegeningen van zijn verstandshuwelijk met de traditionele opponent, de PvdA. Waarbij hij, zoals meestal, dubbele gevoelens oproept.

Zo ging hij pas opzichtig de fout in door – goed gedocumenteerde beschuldigingen – aan het adres van partijgenoot Mark Verheijen luchtig weg te wuiven. Maar hij was ook niet te beroerd om daarna toe te geven dat hij verkeerd had gehandeld. Zijn charme komt dan goed van pas. Rutte is een oprecht hartelijke man met een aanstekelijke opgewektheid. Zijn enthou­siasme doet soms haast kinderlijk aan, net zoals zijn woordgebruik (‘Wij zijn een waanzinnig gaaf land’).

Bij zijn optredens manifesteert Rutte zich als een geweldige spreker. Ik kan me geen vaderlandse premier voor de geest halen die zo helder en overtuigend zijn boodschap over het voetlicht weet te brengen.

In alle hoedanigheden. Of hij nu als partijleider zijn leden met een grapje en een bemoedigend woord toespreekt of als staatsman op de Dam een fraaie rede houdt over vrijheid en verdraagzaamheid na de aanslag op het Franse tijdschrift Charlie Hebdo. Erg knap.

Bij het vragen aan de kiezer om steun om zijn karwei af te maken, kan Rutte profiteren van het ontbreken van een duidelijk alternatief. Ook wie door een tegenstem op 18 maart het einde van de regeringscoalitie hoopt te bespoedigen, moet beseffen dat uit een versplinterd politiek landschap niet ineens een daadkrachtig nieuw kabinet kan verrijzen dat een heel ander beleid zal voeren.

Stoere taal

Toch blijft er een probleem met de VVD-leider: je kunt hem niet op zijn woord geloven. Hij trok vorige week de aandacht door te laten weten dat hij jihadisten liever ziet sneuvelen dan terugkeren naar Nederland. Een opmerkelijke uitspraak wegens de impliciete steun voor de doodstraf, waarvan de VVD zich nooit een voorstander heeft getoond.

Maar allicht zullen de kiezers de indruk hebben gehad dat Rutte weer eens stoere taal uitsloeg omdat dit hem electoraal goed uitkomt. Zij zijn het van hem gewend. Zij hebben hem horen uitvaren tegen de levensgevaarlijke PvdA, ze hebben hem lastenverlichting, het teruggeven van 1.000 euro aan de burger en het onaangetast laten van de hypotheekrenteaftrek zien beloven en ze herinneren zich vast nog zijn tirade tegen wind­molens die slechts op subsidie draaien.

Maar ze weten ook hoe hij na de verkiezingen zijn tegenstanders schaterlachend op de schouders slaat en bereid is om aan de onderhandelingstafel al die leuke dingen voor rechtse mensen te vergeten.

Dit is de tragiek van Mark Rutte. Hij beweert dat politici het goede voorbeeld behoren te geven, maar bevestigt het vooroordeel dat politici fundamenteel onbetrouwbaar zijn door zich zelf niet te houden aan beloftes. Voor de grote groep van potentiële VVD-kiezers is het de vraag of ze dit wangedrag moeten afstraffen door andere politici te steunen die eigenlijk minder aantrekkelijke standpunten ventileren.

Ik wens u veel wijsheid bij de verkiezingen volgende week.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.