Carla Joosten

Op het slagveld van de zorg is een hevige machtsstrijd gaande

Door Carla Joosten - 11 maart 2015

Tussen zorgverzekeraars en zorgverleners is een heftige strijd om de macht gaande. Minister Edith Schippers (VVD) van Volksgezondheid sust de commotie: ‘Welk systeem je ook hebt, er is altijd een “boeman”.’

Iedereen is boos op de zorgverzekeraars. Er gaat geen dag voorbij of er klaagt weer een huisarts over het ‘wurgcontract’ dat de verzekeraar de arts opdringt. En tekent die huisarts dan toch maar ‘bij het kruisje’, dan wacht er een leven vol bureaucratie.

Geen spuit kan hij of zij zetten zonder een formulier in te vullen. De verzekeraars willen van de Nederlandse zorg een soort Kwik-Fit maken. ‘Weg met de zorgverzekeraars,’ vertolkt Kamerlid Renske Leijten (SP) de stemming onder artsen.

De SP-politicus met de felle toon staat in het politieke spectrum nagenoeg alleen. Maar dat er iets scheef dreigt te groeien, valt ook te horen buiten de radicale kringen van de SP.

Evenwicht

Een voormalig topman van een verzekeraar bevestigt tegen Elsevier dat de situatie dreigt door te slaan. ‘Het machtsevenwicht is verlegd naar de zorgverzekeraars. Die macht moet je als verzekeraar dan wel gedoseerd gebruiken. Je ziet nu dat verzekeraars eenzijdig per e-mail aan zorgverleners een contract aanbieden. Er is geen dialoog. Dat is nooit de bedoeling geweest.’

Bij de komst van het nieuwe ziektekostenstelsel in 2006 was het de bedoeling dat zorgverleners, verzekeraars en patiënten samen het krachtenveld zouden vormen. Maar het beoogde machtsevenwicht kwam er niet. Verzekeraars fuseerden omdat ze vreesden in het nieuwe stelsel anders zwak te staan. Nu bestieren vier concerns 90 procent van de markt.

Aanbieders van zorg, die in het verleden nog geld kregen van de overheid en wachtlijsten lieten aangroeien als ze vonden dat ze te weinig kregen, moesten opeens contracten sluiten met zorgverzekeraars die allerlei eisen gingen stellen. De  verzekeraars werden weggehoond. Waar bemoei je je mee?

Agressie

Dat de verzekeraars een regierol zouden vervullen om goede, betaalbare en toegankelijke zorg te waarborgen, was wel de bedoeling, maar hun acties wekken in de praktijk vooral agressie op. Internationaal wordt het systeem geprezen, in eigen land heerst wantrouwen.

‘Wij krijgen de zwarte piet toegespeeld,’ treuren de verzekeraars. De voorman van de koepel, oud-minister André Rouvoet, erkende in NRC Handelsblad ‘dat we er nog onvoldoende in geslaagd zijn de waarden van ons zorgstelsel over het voetlicht te brengen’.

Minister Edith Schippers (VVD) van Volksgezondheid sust de commotie. ‘Welk systeem je ook hebt, er is altijd een “boeman” die eist dat er betere zorg geleverd moet worden voor minder geld. In Engeland is dat de overheid, bij ons de verzekeraars,’ zei ze tegen gratis krant Metro.

Ondoenlijk

‘En,’ vulde ze aan, ‘ons systeem zet verzekeraars ertoe aan om tegen een scherpe prijs de beste zorg in te kopen.’

Dit systeem leidt ertoe dat verzekeraars kijken hoe het efficiënter kan. Niet alle ziekenhuizen knieën of borsten laten opereren, maar de ingrepen concentreren, zodat artsen meer productie kunnen draaien en beter worden. Of huisartsen handelingen laten verrichten waarvoor ze nu soms nog verwijzen naar het ziekenhuis, zoals een moedervlek weghalen of een spiraaltje plaatsen.

Maar deze zorgverleners accepteren niet dat ze geen inspraak hebben bij al deze beslissingen. Zeker als ze er financieel ook nog op achteruit denken te gaan. Maar veel te kiezen hebben de ziekenhuizen en artsen vaak niet. Met 8.800 huisartsen aparte contractbesprekingen voeren, vinden de verzekeraars ondoenlijk.

Tegenmacht

Van alle huisartsen die contact zochten met de verzekeraar over het contract voor 2015 slaagde een kwart daar niet in. De huisartsen staan zwak. Voorzitter Ella Kalsbeek van de Landelijke Huisartsen Vereniging heeft de verzekeraars opgeroepen te investeren in individuele gesprekken met artsen. ‘De zorg beter en betaalbaarder maken doe je samen,’ schrijft Kalsbeek op haar blog.

Met ziekenhuizen om de tafel gaan, is voor verzekeraars eenvoudiger, maar ook met deze zorgaanbieders ontbreekt de dialoog. Onder ziekenhuizen heerst de opvatting dat verzekeraars zich te veel laten leiden door geld. Maar op dit front vormt zich een tegenmacht tegenover de zorgverzekeraars.

Om hun onderhandelingspositie te versterken, is onder ziekenhuizen een fusiegolf gaande waardoor machtsconcentraties ontstaan. Veel keuze om al dan niet te contracteren, heeft de verzekeraar dan niet meer.

Een ontwikkeling die minister Schippers op haar beurt zorgen baart. Ze vraagt zich af of het ‘fuseren om het fuseren’, zoals ze in de Tweede Kamer zei, kwaliteit en prijs van de zorg wel ten goede komen. Ze vindt dat de verzekeraars veel ‘te zwart’ worden gemaakt. ‘Omdat ik over aanbieders weinig hoor, wil ik de balans er een beetje in brengen.’

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.