Gertjan van Schoonhoven

Rutte heeft helaas gelijk dat immigrant moet knokken voor baan

Door Gertjan van Schoonhoven - 24 maart 2015

De premier heeft gelijk. Hoe onrechtvaardig het ook is dat je op de arbeidsmarkt (soms) anders wordt behandeld als je Mohammed heet in plaats van Jan, het is een feit dat de politiek er bijzonder weinig tegen kan doen, behalve haar stem verheffen.

Minister-president Mark Rutte (VVD) liet zich ongetwijfeld van zijn bottere kant zien toen hij in het dagblad Metro zei dat hij het probleem van discriminatie op de Nederlandse arbeidsmarkt niet kan oplossen.

Er zit niks anders op, zei de premier: ‘Mohammed heeft de keus: afhaken wegens belediging of doorgaan. Nieuwkomers hebben zich altijd moeten aanpassen, en altijd te maken gehad met vooroordelen en discriminatie. Je moet je invechten.’

Het is in Nederland vrij ongebruikelijk om op deze manier over het discriminatievraagstuk te praten. Liever houden politici over het algemeen de maakbaarheidsillusie in stand – de illusie waar politiek op drijft – dat de politiek wel het vraagstuk kan oplossen.

Stem verheffen

Vreemd dus dat Rutte zo veel gekapitteld is om zijn uitspraak. Zegt een politicus eens eerlijk de waarheid, is het weer niet goed. Ook is het nogal flauw dat Ruttes uitspraken zijn afgedaan als lekker rechtse praatjes in verkiezingstijd. Discriminatie is een kwestie die Rutte aantoonbaar al jaren bezighoudt. Blijkbaar heeft hij zijn spreekwoordelijke optimisme voor dit dossier opgegeven.

Rutte heeft gelijk. Hoe onrechtvaardig het ook is dat je op de arbeidsmarkt (soms) anders wordt behandeld als je Mohammed heet in plaats van Jan – Rutte erkent terecht dat dit gebeurt –, het is een feit dat de politiek er bijzonder weinig tegen kan doen, behalve haar stem verheffen.

Aangezien Mohammed weinig voor retorische praatjes koopt, zit er inderdaad niks anders op dan dat hij extra hard knokt.

Koudwatervrees

Politieke maatregelen als eventuele quota voor allochtone jongeren zullen hun reputatie en dus hun kansen op de arbeidsmarkt alleen maar verder verslechteren. Dan weet elke werkgever zeker dat allochtone jongeren losers en lastpakken zijn, die je niet moet aannemen.

Je kunt deze houding kapittelen, je kunt sommige werkgevers koudwatervrees verwijten – waarom toch zo bang voor een Mohammed op de werkvloer? – maar dat zal allemaal niks veranderen aan de werkelijkheid. Jammer is dat wel, want werken is de snelste weg naar integratie.

In elk immigratieland bestaat dit soort discriminatie, en migrantenkinderen in Nederland hebben nog eens de extra handicap dat Nederland weliswaar een land met veel immigranten is, maar geen echt immigratieland. Een echt immigratieland haalt immigranten binnen omdat er werk voor hen is.

In Nederland was dit slechts kort het geval: in de tijd van de gastarbeid, eind jaren zestig, om achterhaalde industrieën overeind te houden met goedkope arbeidskrachten. In de decennia daarna zijn immigranten om allerlei redenen blijven komen, maar niet omdat er economische vraag naar hen was. Op die realiteit kun je nu, als kind van die eerste immigranten, keihard je neus stoten.

Minimaal vangnet

Een echt immigratieland heeft ook een minimaal vangnet en niet – zoals Nederland – een riant uitkeringenstelsel. Verzorgingsstaten als Nederland trekken in de regel lager- of niet-opgeleide immigranten.

Zelf als je het hoger opgeleide, hier geboren en vloeiend Nederlands sprekende kind bent van dit soort immigranten, draag je de ‘kansarme’ reputatie nog wel even met je mee. Niet eerlijk, niet aardig – wel een feit. Knokken en nog eens knokken. Maar verwijt politici niet als ze je bij wijze van hoge uitzondering de waarheid vertellen. Die is nu eenmaal tamelijk bot.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.