Gerry van der List

Onze Kamervoorzitter is een brokkenpiloot

Door Gerry van der List - 20 april 2015

De paniek spreekt uit de ogen van Anouchka van Miltenburg als ze lastige vragen moet beantwoorden. Maar dat zowat iedereen van mening is dat de voorzitter van de Tweede Kamer slecht functioneert, betekent nog niet een naderend vertrek.

Het was een wat schimmig duel met een onduidelijke uitslag. Maar na haar confrontatie met Linda Voortman constateerde Tweede Kamervoorzitter Anouchka van Miltenburg vorige week zelf in elk geval tevreden dat ze geen fouten had gemaakt.

Wel gaf de VVD’er toe te weinig oog te hebben gehad voor het leed dat het, ten onrechte van het lekken van vertrouwelijke informatie beschuldigde, Kamerlid van GroenLinks was berokkend. De beide dames lieten gezamenlijk weten overtuigd te zijn van elkaars goede bedoelingen.

Maar de twijfels over de capaciteiten van Van Miltenburg zijn niet weggenomen. Integendeel. Het gedoe rond het lek was de zoveelste keer dat de in september 2012 gekozen voorzitter in opspraak kwam. Ze zit vergaderingen warrig voor, wordt beschuldigd van partijdigheid en barst publiekelijk in snikken uit als ze kritiek krijgt.

Wanneer de Partij voor de Dieren haar partijgenoot Henk Kamp, minister van Economische Zaken, onder vuur neemt, zegt ze ‘much ado about nothing’ tegen een medewerker zonder te beseffen dat haar microfoon nog openstaat, waarna weer excuses moeten volgen.

De optredens in de media maken het niet beter. Van Miltenburg heeft bij een mediatraining waarschijnlijk geleerd dat ze moet proberen opgewekt te lachen, maar de paniek spreekt uit haar ogen als ze zenuwachtig lastige vragen van journalisten moet beantwoorden. Hier spreekt geen politicus met gezag.

Gevoel voor humor

Het is mogelijk om in een politieke functie te groeien. Kijk naar de voorganger van Van Miltenburg. De PvdA’er Gerdi Verbeet kende een moeizame start. Haar werd onder meer verweten dat ze niet goed kon luisteren en zich onvoldoende voorbereidde op debatten.

Maar Verbeet leerde snel. Ze maakte zich de parlementaire mores eigen, investeerde in de relaties met Kamerleden en wist af en toe te ontwapenen met haar gevoel voor humor.

Bij Van Miltenburg is na dertig maanden zulke progressie niet zichtbaar. De kans moet klein worden geacht dat ze nog eens, zoals Verbeet, een vaste en vlotte tafeldame wordt in het televisieprogramma De Wereld Draait Door.

Als ze bij de presentatie van een rapport over ICT vertelt dat ze eerst heeft moeten opzoeken wat deze afkorting betekent, moet ze bijvoorbeeld achteraf uitleggen dat het hier een poging tot een grapje betrof.

Voor alle betrokkenen is de situatie vervelend. Van Miltenburg moet het verschrikkelijk vinden zichzelf in de pers steeds als brokkenpiloot omschreven te zien. De VVD wekt de indruk een miskleun te hebben gemaakt door haar naar voren te schuiven.

Voorstanders van emancipatie worden allesbehalve gesterkt in hun streven naar meer vrouwen aan de top. En liefhebbers van de parlementaire democratie moeten tot hun treurnis aanschouwen hoe het aanzien van het belangrijkste politieke orgaan wordt bezoedeld.

Marco van Basten

Dat zowat iedereen van mening is dat de voorzitter van de Tweede Kamer slecht functioneert, betekent nog niet een naderend vertrek. Het komt eigenlijk nooit voor dat een politicus vrijwillig terugtreedt nadat hij tot de conclusie is gekomen dat hij toch niet zo geschikt is voor de functie.

Zo’n stap terug uit eigen beweging, zoals Marco van Basten deed als trainer bij AZ, vereist een bijzondere combinatie van moed, zelfkennis en nederigheid.

Een politieke partij kan druk uitoefenen op een functionaris om een andere betrekking te zoeken, maar dit wordt al snel uitgelegd als een gebrek aan loyaliteit en een erkenning van een fout in het selectiebeleid.

Bij de veel gekritiseerde Ivo Opstelten had de VVD min of meer het geluk dat de bejaarde minister van Veiligheid en Justitie moest aftreden wegens een akkefietje uit het verleden, maar deze uitweg dient zich niet altijd aan.

Het is dan ook al lang geleden dat een voorzitter van de Tweede Kamer werd geofferd. In 1912 liet Frederik graaf van Bylandt weten dat hij het oordeel van zijn arts wilde respecteren en om gezondheidsredenen zijn voorzittershamer neerlegde.

Maar het fysieke gestel van de CHU’er vormde niet de ware reden voor zijn vertrek. Van Bylandt wist geen orde te houden, had het steeds aan de stok met Kamerleden en werd openlijk geminacht door koningin Wilhelmina. Hij was duidelijk niet tegen zijn taak opgewassen.

Het kan dus wel, een zwakke Kamervoorzitter vervangen.

Elsevier nummer 17, 25 april 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.